Stop cynisme in de media

Het elkaar afzeiken en kritiseren in het publieke debat moet maar eens afgelopen zijn, vinden cultuurwetenschapper Anneke Smelik, theoloog Hans van der Ven en rechtsfilosoof Thomas Mertens.

Begin jaren '80 bedachten Kees van Kooten en Wim de Bie de Tegen Partij. Een partij voor `vrije jongens' die nou eindelijk eens ronduit wilden zeggen wat zij van alles vonden. En wat zij vonden, was simpel samen te vatten: ze waren tegen. Wat ooit een meesterlijke pastiche was, is nu harde realiteit geworden. En dan hebben we het niet over een serieuze politieke partij, de SP, die enkele jaren geleden campagne voerde onder de slogan `Stem tegen'. Nee, dan hebben we het over de toonzetting van het publieke en politieke debat zoals dat vandaag de dag wordt gevoerd. Dat debat kenmerkt zich door cynisme, populisme en onverschilligheid. Wij vinden het hoog tijd voor een tegengeluid.

Laten we één ding vooropstellen: wij koesteren het recht op vrijheid van meningsuiting. Maar we wensen dit recht wel te interpreteren in het licht van de geschiedenis, onze democratie en onze Grondwet. Vrijheid van meningsuiting is gegrondvest op waarden als respect en menselijke waardigheid. De ene burger is niet beter dan de ander en dus mag de ene burger zijn mening niet opleggen aan de ander. Dankzij het recht op vrijheid van meningsuiting kunnen burgers datgene wat zij belangrijk vinden vrijuit en zonder angst voor vervolging – tenzij hun woorden aanzetten tot haat of geweld – naar voren brengen. Wanneer onder vrije meningsuiting wordt verstaan dat iedereen maar mag zeggen wat hem of haar voor de mond komt, is dat een al te platte vertaling van deze democratische waarde.

Helaas heerst momenteel deze opvatting van vrije meningsuiting. Wat ons stoort in de media en in het politieke debat is de opeenstapeling van meninkjes, hartenkreten en oprispingen. Mensen geven hun kijk op gebeurtenissen ten beste zonder zich ook maar even de tijd te gunnen na te denken over het effect van hun woorden. Politici zijn in dit opzicht geen haar beter dan `gewone' burgers. Zo kan het gebeuren dat minister Zalm de oorlog verklaart aan moslimfundamentalisten en dat minister Kamp publiekelijk een van moord in Irak vrijgesproken militair feliciteert en daarmee gemakshalve de grondwettelijke scheiding van uitvoerende en rechtsprekende macht maar aan zijn laars lapt. En de media werken er hard aan mee dit populisme te bevorderen.

Nog erger dan deze hijgerige meninkjesjagerij is de cynische toon die menig artikel en debat domineert. Het lijkt in Nederland, vooral onder columnisten en commentatoren, een sport te zijn om zo grof en vuilgebekt mogelijk te zijn. En dus schilderde columnist Theo van Gogh moslims steevast af als 'geitenneukers', betitelt Volkskrant-boegbeeld Jan Blokker een Tilburgse imam als `achterlijk en belachelijk' en portretteert HP/De Tijd burgemeester Cohen als 'de laatste softie'.

Lachen? Nou, nee, eigenlijk niet. Het mag misschien niet stoer zijn om te ageren tegen grove taal maar we doen het toch. Omdat we oprecht bezorgd zijn over de tendens van elkaar afzeiken en kritiseren. Cynisme leidt tot versterking van de wij-tegen-zij-cultuur. De ander wordt niet langer beschouwd als gesprekspartner, maar als kop van Jut. Cynisme is de tegencultuur in optima forma: de cynicus gelooft nergens meer in, hij neemt niets meer serieus en, erger, voelt zich nergens meer verantwoordelijk voor. Hij smijt zijn woorden de ruimte in en wat er mee gebeurt, zal hem een zorg zijn.

Wij zien cynisme, stoere taal en smakeloze woorden als een gebrek aan durf. Cynisme maskeert de angst om betrokkenheid te tonen met zaken die er echt toe doen. We zijn in Nederland o zo bang ons gezicht te tonen en te zeggen: hier sta ik, dit wil ik verdedigen. In plaats daarvan maken we liever andermans waarden belachelijk.

Het is hoog tijd het cynisme te keren. We stellen voor een nieuwe regel in te voeren: lever alleen kritiek vanuit datgene wat je dierbaar is en waarmee je je sterk verbonden voelt. Vertel niet waar je tegen bent, maar wat je belangrijk vindt. Ruil cynisme en onverschilligheid in voor passie en verantwoordelijkheidsgevoel. Democratie is niet louter een procedure om efficiënt een land te besturen. Het is een voortdurend aftasten van wat wij met zijn allen belangrijk en het beschermen waard vinden.

Wij vinden dit land belangrijk. Wij geloven in onze democratie, ons burgerschap en onze Grondwet. Wij willen een samenleving waarin burgers rekening houden met elkaar, waarin ze het hartstochtelijk met elkaar oneens mogen zijn en desondanks respect voor elkaar behouden. Wij koesteren een cultuur van nieuwsgierigheid en ontmoeting. Een cultuur waarin we niet tegen, maar met elkaar praten.

Anneke Smelik is hoogleraar cultuurwetenschappen, Hans van der Ven is hoogleraar vergelijkende empirische theologie en Thomas Mertens is hoogleraar rechtsfilosofie, allen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.