Op pad met de dierenambulance

Als je hond of poes wordt aangereden, kun je de dierenambulance bellen. Die komt zo snel mogelijk helpen.

De mensen die op de dierenambulance werken, krijgen meestal niets betaald. Ze doen dat werk omdat ze van dieren houden. En het is natuurlijk spannend. Soms moeten ze met spoed naar een ongeluk. Een verslaggever van de kinderpagina ging een middag met hen mee.

Op zaterdag rinkelt om één uur een telefoon op de meldkamer van de Amsterdamse dierenambulance. Het is de parkwachter van het Amstelpark. Hij zegt dat wandelaars een egel bij hem hebben gebracht. Paul en Linda, allebei medewerkers van de dierenambulance, gaan meteen op pad. Ze dragen stoere uniformen met groene en fel gele vlakken, zodat iedereen ziet dat zij bij de ambulance horen. De dierenambulance zelf is een wit busje met groene strepen. Binnen staan brancards en plastic kooien om dieren in te vervoeren. En er hangen zuurstofflessen.

Paul en Linda vertellen onderweg dat de meeste egels in december hun winterslaap houden. ,,Als een egel nu gaat lopen, is er iets mis. Of hij was nog niet klaar met zijn nest. Misschien is hij laat begonnen, omdat het laat koud werd dit jaar. Dan is er niets aan de hand en komen we voor niets.''

In het huisje van de parkwachter is wel een grote hond, maar geen egel. Die heeft de parkwachter in zijn auto. Als hij even later komt aanlopen met het egeltje in zijn hand, zegt hij: ,,Hij is al dood.'' Het wordt stil in het huisje. Niemand zegt iets.

Linda neemt het bolletje stekels over. Ze bekijkt het zorgvuldig. Hij is erg klein en aan zijn staartje kleeft bloed. ,,Hij ademt hoor!'' zegt ze dan. Iedereen is opgelucht. Maar het diertje is misschien wel ziek. Hij is nogal sloom. Paul klemt hem voorzichtig tussen opgerolde handdoeken. Dan gaat de ambulance naar het Egel Opvang Centrum. Daar wordt de egel vertroeteld met stro, kattenvoer en krijgt hij zonodig medicijnen.

Paul en Linda kunnen niet bij hem blijven. Na het ontsmetten van hun handen gaan ze gauw naar een hondje in Amsterdam-Noord. De rit duurt best lang. Jammer dat de ambulance geen sirene mag.

Als we de juiste straat inrijden, komt een vrouw met een kwispelend hondje naar buiten. ,,Het is een schatje'', zegt ze. ,,Maar hij is niet van mij. Ik heb twee uur met hem rondgelopen, op zoek naar de eigenaar.'' Paul vraagt waar hij precies is gevonden. Dat gaat hij doorgeven aan de dierenkwijtlijn. ,,De politie verwijst iedereen daarnaartoe door. Dus dit hondje vindt zijn baasje zeker terug!'' Het hondje mag zo lang op de centrale van de dierenambulance logeren.