Oorlog met afstandsbediening

De Rwandezen hebben een nieuwe oorlog veroorzaakt in Oost-Congo. Ze hoeven niet meer zelf te vechten. Lokale strijdgroepen doen het vuile werk.

Rwanda voert oorlog met afstandsbediening in Oost-Congo. De Rwandezen zijn het buurland niet binnengevallen met eigen troepen, ze maken gebruik van Congolese strijdgroepen die ze instrueren en bewapenen. ,,In plaats van ons te concentreren op de vraag of er zich Rwandese troepen bevinden in Oost-Congo, moeten we ons afvragen wat voor hulp Rwanda geeft om een oorlog aan te wakkeren'', zegt de Amerikaan Bill Swing, de speciale vertegenwoordiger van VN-secretaris-generaal Kofi Annan in Congo.

In de afgelopen dagen is hevig gevochten bij Kanyabayonga in Oost-Congo. Volgens de Congolese autoriteiten raakte het regeringsleger daar slaags met binnengevallen Rwandese troepen. Maar allerlei andere bronnen zeggen dat sprake is van een confrontatie binnen het Congolese leger. Regeringssoldaten die loyaal zijn aan Kinshasa staan daar tegenover dissidente regeringssoldaten die gelieerd zijn aan Rwanda.

De Congolese regering zond vorige maand 10.000 extra troepen naar het oosten, die vanuit het noordelijke Beni naar Goma wilden trekken. Ze werden bij Kanyabonga tegengehouden door afvallige regeringssoldaten die vóór het vredesakkoord van vorig jaar behoorden tot de RCD. De RCD is een door Rwanda opgezette Congolese rebellengroep die tussen 1989 en vorig jaar tegen de regering in Kinshasa vocht maar nu onderdeel uitmaakt van de fragiele coalitieregering die wordt geleid door president Joseph Kabila.

De machtsstrijd concentreert zich in de oostelijke provincie Noord-Kivu waar al ruim honderd jaar Rwandees sprekende Congolezen leven, de zogenaamde Banyarwanda. Deze bevolkingsgroep die inmiddels zo'n drie miljoen mensen telt, won tijdens de laatste burgeroorlog van 1998 tot 2003 grote politieke en economische invloed. Sindsdien worden Noord- en Zuid-Kivu door het RCD gecontroleerd. De Banyarwanda willen die invloed niet meer afstaan aan politici en militairen in het verre Kinshasa. De gouverneur van Noord-Kivu, Eugène Serufuli, behoort tot de RCD en neemt het op voor de Banyarwanda.

Rwanda maakt dankbaar van die plaatselijke groepen. Het nietige Rwanda stortte het grote buurland al twee keer in oorlog: in 1996 en 1998. Beide keren trok het Congo binnen onder het mom van zelfbescherming. De Interahamwe, de militie die een sleutelrol had gespeeld bij de genocide in Rwanda tien jaar geleden, was naar Congo gevlucht, en werd een bedreiging geacht voor de nieuwe regering in Rwanda.

Beide keren verscholen de Rwandezen zich achter Congolese rebellengroepen terwijl de strijd vooral door Rwandese soldaten werd gevoerd. Dat is dit keer niet nodig. Rwanda heeft de afgelopen jaren een netwerk van lokale groepen opgezet om de Rwandese politieke en economische belangen in Oost-Congo te bewaken. Rwandese soldaten vervullen dit keer alleen een organisatorische functie. Ze zijn niet van de Banyarwanda te onderscheiden en dragen geen Rwandees legeruniform. daarom is hun aanwezigheid ook zo moeilijk te bewijzen.

Zowel Congo als Rwanda zijn bezig hun handlangers in Noord-Kivu te bewapenen. ,,Het is heel duidelijk dat Rwandese wapens bij de RCD terecht zijn gekomen'', zegt een VN-medewerker die anoniem wil blijven. ,,Ook hebben we bewijzen dat Rwandese soldaten de RCD helpen. Sommige Rwandese soldaten kwamen Congo de afgelopen weken binnen. Andere zijn gebleven toen Rwanda twee jaar geleden officieel zijn troepen terugtrok uit Congo.'' Gouverneur Serufuli bouwde het afgelopen jaar een eigen militie op die nu wapens uitdeelt aan Banyarwanda. Het Congolese leger bewapent tribale milities zoals de Mai Mai.

Met het besluit extra troepen naar Noord-Kivu te zenden neemt de regering in Kinshasa grote risico's. ,,De Congolese regeringssoldaten zijn slecht getraind en ontvangen geen of nauwelijks rantsoenen'', zegt een waarnemer. ,,Zij gaan van de bevolking stelen en maken de situatie nog erger.'' Op politiek niveau komt de toch al verdeelde coalitieregering van Joseph Kabila in gevaar. De RCD splitste in een factie die nog deel uitmaakt van de regering en een groep die in Noord-Kivu tegen de regering vecht. Rwanda dat nooit vertrouwen heeft gekoesterd in de regering van Kabila, spint garen bij de chaos. Rwanda hoefde het al smeulende vuurtje in Noord-Kivu alleen maar aan te blazen door vier weken geleden te dreigen met een invasie, waarna de Congolezen in Noord-Kivu elkaar in de haren vlogen.

Er zijn een paar honderd VN-vredestroepen in het oosten gelegerd. Zij beschikken over bewijzen dat er Rwandese troepen op Congolees grondgebied zijn, ook al spreekt Rwanda dit tegen. Vermoedelijk gaat het om kleine en uiterst mobiele eenheden die achter de Interahamwe aan zitten. Deze eenheden van de Rwandese regering krijgen nu de vrije hand omdat iedereen zich concentreert op de strijd elders in het dicht beboste gebied. Intussen houdt Rwanda toegang tot de mijnbouwgebieden in het oosten, waar goud, diamanten en coltan worden gewonnen, grondstoffen die vervolgens naar Rwanda worden getransporteerd.