Middeleeuwse dageraad

`In Parijs wordt een hebzuchtig edelman aan de galg ter dood gebracht. Bij de terechtstelling komt een hoge ambtenaar zijn haat tegen de veroordeelde luchten. Hij klimt scheldend achter hem de ladder op, slaat hem met een stok en ranselt de beul omdat die het slachtoffer vermaant, aan zijn zieleheil te denken. De beul schrikt, maakt een vergissing. De strop breekt. De arme misdadiger valt, breekt been en ribben en moet zo de ladder weer op.' Aldus de beschrijving die Johan Huizinga van deze gebeurtenis in zijn Herfsttij der middeleeuwen geeft. Dit boek is verschenen in 1919. Ik citeer uit de 25ste druk, 1999, door Anton van der Lem van illustraties voorzien. De executie van deze edelman is voltrokken in 1427.

Het eerste hoofdstuk heet 's Levens felheid. Het is in reportagevorm, met de zorgvuldigheid van de historicus, een reconstructie van het dagelijks leven in de laten Middeleeuwen. Mooi en meeslepend opgeschreven. Ik las het voor het eerst toen ik een jaar of veertien was, in de Tweede Wereldoorlog. De Herfsttij zul je in deze tijd niet meteen als een jongensboek beschouwen, maar de oorlog – zolang je in een rustige omgeving bent – biedt de beste omgeving om alles te lezen wat binnen je bereik is. Ik heb er ook mijn kennismaking met Lombroso en Ali van Wijhe-Smeding aan te danken. En Huizinga's eerste hoofdstuk las ik omdat het ook griezellectuur was.

`Wat in de justitiële wreedheid der late middeleeuwen treft, is geen ziekelijke perversiteit, maar het dierlijke, verspomte jolijt, de kermisvreugde ervan.' Zo koopt het gerecht in Mons `een gevangen roverhoofdman tegen veel te hoge prijs, voor het genoegen hem te vierendelen.' Die straf is aan de orde van de dag. Ook het afhakken van ledematen is populair. Op een gekleurde tekening van Joseph Grünpeck is te zien hoe koning Maximiliaan uit zijn gevangenisraam moet toekijken terwijl de beulen op zijn partijgenoten inhakken. Levend villen kwam regelmatig voor. Er is een schilderij van Gerard David, waarop de rechter van Cambyses dit overkomt, nadat hij zich aan oneerlijkheid heeft schuldig gemaakt.

Huizinga schrijft: `In de middeleeuwen ontbreken al de gevoelens, die ons besef van justitie schuchter en weifelend hebben gemaakt: het inzicht van halve toerekenbaarheid, het besef van 's rechters feilbaarheid, het besef dat de maatschappij mee schuld heeft aan het misdrijf van de enkele, de vraag of men hem niet kan verbeteren in plaats van hem te doen lijden. (-) Waar wij een aarzelend en half schuldbewust toemeten van verzachte straffen kennen, daar kent de middeleeuwse justitie slechts twee uitersten: de volle maat van wrede straf en de genade.'

We weten dat historische vergelijkingen bij nader inzien altijd nog manker blijken te zijn dan op het ogenblik dat ze gemaakt werden. Als je zelfs een vage overeenkomst denkt te zien tussen wat er nu in onze buurt gebeurt en wat zich daar zeshonderd jaar geleden afspeelde, is er maar één goede raad: vergeet het zo vlug mogelijk. Dat heb ik hierbij gedaan. Daarna kan ik het niet helpen, bij het lezen van deze reportages van Huizinga telkens weer te denken, dat het me bekend voorkomt.

En vooral de kenschets die hij geeft, al 85 jaar geleden, van de aard van onze rechtspleging in vergelijking tot de middeleeuwse. Sinds 1919 is de Nederlandse cultuur nog veel genuanceerder en dus verdraagzamer geworden, met als hoogtepunt de poging tot vervolmaking van het gedogen. Dat is trouwens niet typisch Nederlands. In Amerika bijvoorbeeld wist de counter culture er ook raad mee. Het verschil is dat het daar altijd de levensbeschouwing van een minderheid is gebleven, terwijl tot in de hoogste kringen de sporen ervan te vinden zijn.

Hebben we nu een nieuw Herfsttij bereikt? Zijn we langzamerhand bezig, een eeuw van toenemende nuanceringen en anti-absoluutheid te verlaten voor een nieuw radicalisme in de moraal? Zeggen wat je denkt en doen wat je zegt. Dat klinkt niet middeleeuws, op het eerste gehoor. Maar onder volstrekt andere omstandigheden krijgen de resulaten in dit opzicht een zekere – niet meer dan dat – historische parallel. Ik dacht aan minister Brinkhorst die in ouderwetse naïviteit gezegd heeft dat het vertonen van de film Submission was als het spelen met vuur in een munitiemagazijn; althans woorden van die strekking. Door de verdedigers van het vrije woord is hij bij wijze van spreken gevierendeeld, waarna hij zijn opmerking heeft `ingeslikt'. Zo stond het in de krant.

Middeleeuws naar de beschrijvingen van Huizinga doen ook de massale rouwdiensten, of rouwevenementen aan, na het sterven van beroemde personen. Te beginnen met prinses Diana, en daarna is het niet meer opgehouden. Wat toen het eindeloos beieren van alle kerkklokken was, wordt nu door de televisie voor zijn rekening genomen. Wat ik wil zeggen is dit: de westerse cultuur, niet alleen de Nederlandse, is in een tijd van overgang gekomen. Na drie grote oorlogen in de vorige eeuw zijn we toe aan een nieuw tijdvak. Grote woorden. Maar let op: overal om je heen zie je het gebeuren. En in de verte klinkt iets, niet van de Verlichting maar van de Middeleeuwen, zoals door Huizinga beschreven. Nu met de modernste middelen. Ik wens u een gelukkig en veilig nieuwjaar.