Je kan net zo goed leven

In een serie over vertaalde klassieken, deze week Dorothy Parker: De kleine uurtjes (Uit het Engels vertaald door Frédérique van der Velde en Ivo de Wijs, Contact, 240 blz. euro 19,90.)

Vooruit, nog eentje dan. Nog één anekdote over Dorothy Parker. Aan Parker werd eens gevraagd waarom zij haar kanarie de bijbelse naam Onan had gegeven. Parker: ,,Omdat hij zijn zaad op de grond vermorst.''

De scherpe, slimme, geestige, zinderende schrijfster Dorothy Parker (geboren Rothschild, 1893-1967) uit New York was zeer populair in de jaren twintig, als schrijfster maar vooral als society-schrik, als meest prominent lid van de Vicious Circle, een groepje smaakmakende schrijvers dat bijeenkwam aan de Ronde tafel in het Algonquin Hotel. Ze was een perfecte chroniqeur van die onbekommerde feestjaren; haar gedichten, columns en kritieken lezen als een Sex and the City van die tijd. Daarna raakte ze echter uit de mode. De anekdotes en bon mots leefden voort, haar werk verdween. Dat terwijl haar piepkleine oeuvre van tweeëndertig verhalen zich kan meten met dat van de grote schrijvers uit die tijd, het gouden decennium van de Amerikaanse short stories: Hemingway, Fitzgerald, John O'Hara, Ring Lardner.

In de reeks Amerikaanse Bibliotheek publiceert uitgeverij Contact De kleine uurtjes, een bloemlezing uit het werk van Parker. Voor het eerst is hiervoor een selectie van haar gedichten vertaald, door de lichte dichter Ivo de Wijs. Parkers dankte haar roem in de jaren twinitg grotendeels aan haar gedichten, later zorgde diezelfde gedichten ervoor dat ze hopeloos uit de mode raakte.

De poëzie van Parker is gegoten in strenge, neoclassicistische vormen, inhoudelijk hanteert zij de romantische ironie. In lyrische taal bezingt ze de liefde, om deze tegelijkertijd dodelijk te beschimpen. In `Een rode roos' ('One Perfect Rose') bezingt zij de roos die een geliefde haar schonk, om in de laatste alinea te bekennen dat ze liever `one perfect Limousine' zou krijgen. Vertaler De Wijs maakt haar nog hebberiger: `een jacht, een slee, een bontjas in een doos.'

De cynische ontkenning van alle waarden behalve de dood maakten Parker zo'n sensatie. Zulke taal! En dat voor een dame! De decadente sfeer vangt ze in `Heidens vermaak' (`The Flaw in Paganism'): `Eet en drink en dans en vrij/ Niet getreurd en niet gezeurd/ Morgen immers sterven wij/ (Wat verdomme nooit gebeurt)'. Een grote doodsdrift klinkt in alles door, maar deze hoeft door de lichte toon nooit serieus te worden genomen. Niet voor niets somt ze in `Lijstje' (`Résumé') de nadelen op van zelfmoordmiddelen, om te besluiten met: `Je kunt hou maar op!/ Nog het best blijven leven.' (`You might as well live.')

Parkers poëzie is geestig, helder, speels en trefzeker en perfect van vorm. Maar tegelijkertijd is het vluchtig, eigenlijk nooit ontroerend of tot overpeinzingen stemmend. Hoogstens misschien haar `War Song', waarin ze haar soldatenlief sommeert vreemd te gaan, zolang hij maar háár naam fluistert na de daad.

Ivo de Wijs lijkt de aangewezen man om Parkers vrolijk sarcastische versjes te vertalen. En inderdaad, de humor blijft intact, en de verzen lopen allemaal soepel en snel. Hij is wel erg vrij in zijn vertalingen, waardoor het meer op werk van De Wijs dan op dat van Parker lijkt. Daarbij gaat ook wat verloren: hij maakt de gedichten nóg vederlichter, waardoor de onderliggende tragiek geheel vervliegt. Ook vervangt De Wijs de ironische lyriek van Parker, waarin de verheven taal met de cynische inhoud botst, door alledaags Nederlands, zelfs met spreektaaal die Parker in haar poëzie nooit zou gebruiken. Parkers vers: `And why with you, my love, my lord/ Am I spectacularly bored,' vertaalt De Wijs met: `Hoe komt het dat ik structureel/ Mezelf met jou kapot verveel.' Natuurlijk, structureel loopt bijna even lekker als spectacularly, maar het is een lelijk woord dat eerder doet denken aan inspraakavonden in de jaren zeventig dan aan clandestien champagne drinken in vooroorlogse jazzclubs.

Daar staat tegenover dat De Wijs Parkers beroemdste gedicht `News Item' (`Men seldom make passes/ At girls who wear glasses') briljant heeft vertaald: `Wat mannen niet willen/ Zijn meisjes met brillen.'

Parkers verhalen zijn, in de grote Amerikaanse traditie, vaak geschreven in spreektaal, als pseudo-interview, of weerslag van hardop denken. Ze komen duidelijk voort uit de societyschetsjes in de New Yorker, het genre dat ze zelf hielp ontwikkelen. De verhalen gaan bijna allemaal over de gruwelen van het huwelijk, over verwoeste levens, over wrede mensen en kleine mensen die daar het slachtoffer van zijn. Smachtende, bedrogen vrouwen komen geregeld voor: In `Een telefoontje' wacht een vrouw op haar man die niet belt. Zij richt haar smeekbedes tot God ('Alstublieft God, laat hem nu opbellen.') In `Spreekt u maar' smeekt een vrouw haar man per telefoon om thuis te komen. Hij heeft daar geen zin in en doet alsof hij haar moeilijk kan verstaan door de storing op de lijn.

De dichter Parker is een hele andere dan de verhalenschrijver. In de gedichten is zij prominent aanwezig, in de verhalen houdt zij zich volledig op de achtergrond; zelfs daar waar de beschreven wreedheden schreeuwen om iets explicietere veroordeling van de verteller. Onbekommerd cynisch is Parker nooit in de verhalen. We kunnen wel lachen om al die zenuwachtige vrouwen die door de mannen geestelijk mishandeld worden, maar ons vrolijk maken over hun lot lukt niet.

Voor de verhalen in De kleine uurtjes heeft de samensteller oude vertalingen gebruikt van Frédérique van der Velde uit 1969. Hoewel Parker in haar verhalen veel spreektaal gebruikt, en deze zeker in het Nederlands snel veroudert, zijn deze vertalingen nog altijd zeer goed, en doen ze recht aan Parkers soepele stijl. Van der Velde's vertalingen missen wel enigszins Parkers humor. Daar waar de gedichten in vertaling nog vederlichter worden dan ze waren, krijgen de verhalen in vertaling juist meer zwaarte; de nadruk komt meer te liggen op de triestheid van de beschreven levens. Wat voor het voortleven van Parkers werk in Nederland misschien juist wel goed is.