`Iraanse lijst' van shi'ieten onder vuur

Zowel gewapenderhand als verbaal is de toon gezet voor de Iraakse verkiezingscampagne die gisteren is begonnen. Het grootste shi'itische blok is alvast voor Iraanse lijst uitgemaakt.

De toon voor de gisteren begonnen Iraakse verkiezingscampagne is wat betreft de rebellen meteen gezet met een serie aanslagen door het hele land. Vorige maand, na afloop van het Amerikaanse offensief tegen het sunnitische rebellenbolwerk Falluja, heette het nog in Amerikaanse leger- en Iraakse regeringskring dat de opstandelingen een vernietigende slag was toegebracht. Maar deze week waarschuwen zowel Amerikaanse generaals als de Iraakse interim-regering weer dat het geweld de komende weken nog wel zal toenemen. Zelfs in Falluja, dat vorige maand 100 procent onder controle van de Amerikaanse mariniers werd verklaard, zijn weer gevechten met rebellen opgelaaid.

De rebellen blijven vooral mikken op de wankelmoedige Iraakse veiligheidsdiensten om deze te demoraliseren en vorderingen naar herstel van de veiligheid te voorkomen. Op die manier willen ze de sunnitische kiezers dwingen thuis te blijven op 30 januari (voorzover die dat al niet uit eigen beweging doen uit woede over het Amerikaanse militaire optreden zoals dat in Falluja) en de legitimiteit van de verkiezingen ondergraven. Verder zijn onder vele anderen ook de kandidaten voor de nieuwe, 275 leden tellende Nationale Assemblee doelwit. Van die laatste categorie zijn er in totaal ruim 6.400, behorend tot 73 partijen en negen partijcoalities. Wie hen allemaal tijdens hun verkiezingsoptredens moet beschermen is niet duidelijk, en voorlopig zijn er dan ook nog geen campagnebijeenkomsten vastgesteld.

De Iraakse interim-minister van Defensie Hazem Shaalan zette woensdag met een verbale aanslag op de belangrijkste shi'itische partijcoalitie de toon voor de niet-gewapende verkiezingsstrijd. Hij stelde Syrië en Iran verantwoordelijk voor de opstand, waarbij hij vervolgens Iran uitzonderde als ,,de gevaarlijkste vijand van Irak en alle Arabieren''. ,,Iran leidt een belangrijke terroristische bende in Irak'', zei hij, en hij brandmerkte Irans leiderschap van geestelijken als ,,die zwarte horde [..] die u wil liquideren''.

Dat was de inleiding voor een felle aanval op het shi'itische blok dat op 30 januari naar verwachting als grootste uit de bus zal komen, de Verenigde Iraakse Alliantie. Deze coalitie van de twee belangrijkste religieuze shi'itische partijen, de Opperste Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak (SCIRI) en de Dawa, plus wat niet-shi'itische elementen heeft de uitdrukkelijke zegen van Iraks invloedrijkste geestelijk leider, groot-ayatollah Ali Sistani. Shaalan, zelf een seculiere shi'iet, noemde de alliantie een Iraanse lijst, en Hussein Sharistani, die de coalitie heeft gesmeed, een Iraanse agent. ,,Die expert heeft twee jaar voor het Iraanse nucleaire programma gewerkt na zijn vrijlating [door de nu verdreven president Saddam Hussein] en is nu teruggekomen om regeringsleider te worden. Wij zullen dat niet laten gebeuren.''

De kerngeleerde Shahristani weigerde mee te werken aan Saddam Husseins kernwapenprogramma en werd daarom in 1981 gevangen gezet. In 1991 ontsnapte hij en week hij uit naar Iran. Afgelopen voorjaar stond hij nog hoog op het lijstje van toenmalig VN-afgezant Lakhdar Brahimi voor de functie van interim-premier. Maar hij weigerde en Iyad Allawi, een seculiere shi'iet die zijn ballingschap in het Westen heeft en doorgebracht en daaraan zeer goede connecties met de CIA heeft overgehouden, kreeg de post.

De leiders van de SCIRI, de door Saddam zwaar vervolgde ayatollah-familie van de Hakims, hebben hun 23 jaar ballingschap eveneens in het shi'itische Iran doorgebracht, een Hakim, Abdul-Aziz, staat heel hoog op de verenigde lijst en de peetvader daarvan, Sistani, is in Iran geboren. Toch snijdt Shaalans beschuldiging van een ,,Iraanse lijst'', met de implicatie van à la Iraanse doelstellingen geen hout. De SCIRI was vroeger behoorlijk fundamentalistisch, zoals zijn naam al aangeeft, maar zijn praktijkervaringen met de Islamitische Republiek Iran hebben zijn verlangen naar een islamitische republiek Irak danig bekoeld. Abdul-Aziz' broer ayatollah Mohammed Baqer Hakim, die vorig jaar augustus in Najaf werd opgeblazen, was geen Iraakse Khomeiny – en evenmin is groot-ayatollah Sistani dat. Integendeel, zij volg(d)en de lijn dat de geestelijkheid niet in de politiek moet gaan, zoals hun Iraanse collega's dat met zoveel smaak hebben gedaan.

Maar wel worden deze `quietistische' geestelijken geacht op te komen voor het welzijn van hun gelovigen, en een bevriende lijst met een meerderheid in de nieuwe Assemblee, en vervolgens een `eigen' premier is daarbij een grote hulp.

Van de Iraakse shi'itische meerderheid van naar schatting 60 procent zijn de meesten gelovig, en zij doen wat Sistani gebiedt. De groot-ayatollah heeft alle shi'ieten opdracht gegeven te gaan stemmen, en zijn volgelingen weten op wie. Shaalans aanval moet worden gezien als poging die kniereflex-steun voor de shi'itische coalitie aan te knagen ten gunste van seculiere partijen en blokken zoals de Iraakse Lijst van interim-premier Allawi, waarop een broer van hem staat en naar verluidt ook hijzelf. (Wie er allemaal precies op welke lijst staan, is nog niet bekend; volgens een andere bron staat Shaalan op de eveneens seculiere lijst van de sunnitische interim-president Yawar). Anders is het na 30 januari voorlopig afgelopen met machtsposities voor seculiere leiders van welke gezindte dan ook.