Ik probeer Superman te zijn

De Zweed Anders Hellström is bijna één jaar artistiek leider van het NDT. ,,Dit is een moeilijke baan, dat wist ik toen ik begon.''

Anders Hellström (Stockholm, 1962) is een bedachtzame, rustige man, met een klein baardje en nieuwsgierige ogen. Geen directeurstype, op het eerste gezicht. Hij denkt lang na voordat hij een vraag beantwoordt. Naast Zweeds spreekt hij vloeiend Duits en Engels – geen Nederlands.

Hellström is nu bijna een jaar artistiek directeur van het Nederlands Dans Theater in Den Haag. Hij trad aan op 1 januari 2004, maar het NDT benaderde hem al in 2002 voor de functie, die sinds het vertrek van Jiˇrí Kylián werd vervuld door oud-dansdocente Marian Sarstädt. NDT-dansers die onder Hellström hadden gewerkt bij het Göteborg Operans Balett, tipten hun leiding over de in Nederland onbekende Zweed. Hellström zei niet meteen ja. ,,Ik was vanaf het begin geïnteresseerd, maar `taking on NDT', dat doe je niet zomaar. De verwachtingen zijn angstaanjagend hoog.''

Bovendien was hij toe aan een periode ,,van rust, van reizen, van gewoon zíjn''. In Göteborg had hij als artistiek directeur in korte tijd een radicale koersverandering in gang gezet – dwars tegen een logge organisatiestructuur en ,,regels, véél regels'' in. ,,In Zweden is de vakbond erg machtig'', vertelt hij. ,,Een danser krijgt er al na drie jaar een levenslang contract; van de minder goeden kom je dan dus niet meer af. Het ballet van Göteborg maakt deel uit van de opera, dus moet je als directeur ook met de opera en het orkest vergaderen, en meepraten over de financiën en de marketing van het hele huis. Dat kostte erg veel tijd. Maar ik ben trots op wat ik bij het ballet voor elkaar heb gekregen. Toen ik aankwam, was er net een nieuw, fantastisch operahuis gebouwd – nog steeds het mooiste van Zweden – maar verder was het een provinciaals gezelschap, met een behoudend, lokaal publiek. Ik was heel fanatiek en heb er de kopstukken uit de contemporaine dans binnengehaald: Forsythe, Kylián, Ek. Geen avant-garde, het ging me om de gevestigde namen. Daarnaast heb ik jonge choreografen uitgenodigd om nieuw werk te komen maken. De pers stond vanaf het begin achter me, maar het publiek wilde liever nog eens het Zwanenmeer zien. Ik moest een nieuwe, jongere doelgroep zien te bereiken.'' Na drie jaar was het genoeg. Hij bedankte voor een verlenging van zijn contract.

Göteborg was Hellströms eerste bestuurlijke functie; tot zijn zevenendertigste was hij danser. Hij werd opgeleid aan de Royal Swedish Ballet School, en stroomde daar op zijn achttiende door naar het huisgezelschap. In 1984 verliet hij de groep en zijn land voor het Hamburg Ballet onder leiding van de Amerikaanse choreograaf John Neumeier. Hellström bleef er negen jaar, en eindigde zijn danscarrière bij William Forsythe's Ballett Frankfurt, waar hij danste van 1993 tot 1999.

Voorbeelden

Hellström: ,,In een loopbaan als de mijne neem je iedereen voor wie je ooit gewerkt hebt met je mee – de goede en de slechte voorbeelden. Van sommige mensen onthoud je vooral hoe je het zelf niet wilt doen. John Neumeier bewonderde ik om zijn verbale gaven; hij was een fantastisch dramaturg. Hij maakte toen ik er danste grote, epische balletten met literaire thema's: Othello, Peer Gynt, Medea. Enorme decors, grote groepen mensen op het podium. Ik ben er nu niet meer zo'n fan van, maar leerzaam was het wel.

,,Als leider was Neumeier afstandelijk, hautain. Het aantal repetities en voorstellingen waar een danser in Hamburg aan onderworpen werd, zou je illegaal kunnen noemen. Er heerste een strikte rangorde. Ik bracht het tot eerste solist, en dat betekende dat ik soms een maand achtereen werkte, zonder één dag rust. Maar niemand klaagde. De leiding straalde iets uit van: `jullie kiezen ervoor om hier te zijn, dus...' Het gevolg was wel dat er onder de dansers grote saamhorigheid ontstond. Dat was voor mij de echte openbaring in Hamburg: hoeveel steun je als danser aan je collega's kunt hebben.''

,,Ik ben er net op tijd weggegaan. Ik was deel van het establishment geworden, met een bepaalde positie in de groep, een sociaal netwerk. Het werd een beetje gezapig. En de klok tikte door. Frankfurt was de beste keuze die ik had kunnen maken. Daar ontdekte ik met een schok hoeveel ik nog niet wist. Het was een verschil van dag en nacht. Er waren geen rangen, iedereen was gelijk. Forsythe behandelt zijn dansers als de volwassen mensen die het zijn. De repetities oogden voor buitenstaanders als een chaos, maar intussen!''

Hoewel Forsythe een grote eigen inbreng van zijn dansers vraagt, had Hellström ,,niet de behoefte, of misschien niet het talent'' om verder te gaan als choreograaf. Maar wat dan, als het dansen voorbij zou zijn? Een ernstige schouderblessure maakte de noodzaak van een vervolgcarrière opeens acuut. Hellström: ,,Tijdens mijn herstelperiode werd ik door Zweedse collega's getipt over de vacature in Göteborg, en daar heb ik toen maar op geschreven. Ze zochten iemand met een groot netwerk en een brede repertoirekennis. Misschien zochten ze ook wel een Zweed. Als danser was ik nooit een dominante figuur in de groep, meer een verzoener. Ik kan mensen aan elkaar binden.'' Op de programmering van NDT heeft Hellström nog geen groot stempel kunnen drukken; toen hij aankwam, lag die voor het seizoen 2003-2004 al vast. ,,Het is alsof je op een enorme trein stapt die al een heel eind op weg is naar het station'', zegt hij daarover. De wapenfeiten die hij wel al kan noemen, liggen vooral op het sociale vlak. ,,Paul en Sol zijn terug'', zegt hij, en zijn gezicht licht op. Met Hellströms entree als artistiek directeur keerde het echtpaar Paul Lightfoot en Sol León, dat het NDT een jaar eerder had verlaten voor een sabbatical, terug als vaste huischoreografen. Hellström brengt beide zaken direct met elkaar in verband. ,,De vraag was of ze met mij wilden werken'', verklaart hij. ,,En dat wilden ze.''

Het duo had zich bij vertrek beklaagd over het gebrek aan eenheid in de NDT-gelederen. Hellström: ,,Een paar jaar geleden zat het NDT in een dip. Dat kon je ook als buitenstaander zien. Ze bewogen zich op te veel terreinen tegelijk. Zo'n mindere periode is heel natuurlijk in de geschiedenis van een dansgezelschap, hoor. En conflicten zijn dat ook. Het is als in een familie. Maar wat mij betreft moest de focus weer terug naar NDT I, de `main group'. De NDT I-dansers zijn mijn eerste zorg. Hen wil ik allemaal leren kennen, met hen ga ik mee op tournee. Dat zorgt voor samenhang, voor creativiteit. Bij NDT II en III was dat nooit een probleem, zij hebben elk hun eigen leider (resp. Gerald Tibbs en het duo Egon Madsen/Ulf Esser, red.). Voor NDT I heb ik vier nieuwe repetitors aangesteld, onder wie Ken Ossola en Cora Bos-Kroese; zij zijn oud-NDT dansers, maar ze zijn weggeweest, ze hebben meer van de wereld gezien. Dat is belangrijk.

,,Dit is een moeilijke baan, dat wist ik toen ik begon. Het NDT is een grote organisatie, met drie gezelschappen en 124 medewerkers van wie er 48 dansers zijn, kunstenaars. Dat zijn grote persoonlijkheden. Behalve op hen moet je op je staf letten, en tegelijk heel grote en heel kleine dingen in de gaten houden. Jiˇrí (Kylián, red.) heeft wel eens tegen me gezegd: als het goed gaat, is het zwaar, maar als het níet goed gaat, dan... Ik probeer Superman te zijn natuurlijk, ik wil met iedereen overweg kunnen. Met de staf voel ik me het meest verwant, maar mijn inspiratie haal ik uit de dansers. Verder vertrouw ik op mijn intuïtie. Leiding geven kan veel meer op je gevoel dan mensen denken.''

Voor de toekomst ambieert Hellström een ,,diverse programmering, met veel gastchoreografen''. ,,Een avond mag niet worden overheerst door één bepaalde ethiek. Ik hou van de triple bills die we nu brengen, waarbij heel verschillende stukken elkaar aanvullen.'' Hij ziet het NDT als een `creative company', een scheppend gezelschap dat in de danswereld nauwelijks zijn gelijke kent. ,,Alleen het voormalige Ballett Frankfurt komt in de buurt – daar volgt men ook nauwlettend wat het NDT doet, het zijn zustergezelschappen. Nacho Duato, Lightfoot León, Ohad Naharin, Johan Inger... voor mij was dát vroeger het NDT, al die namen en nieuwe werken, naast de grote reputatie van Kylián. Misschien begrijp je alleen als je uit de danswereld komt hoe bijzonder dat is. Ik had verwacht dat het NDT hier in Nederland een enorme, onbesproken populariteit zou genieten, dat had ik normaal gevonden – maar zo zit het toch niet. We zijn hier niet zo beroemd als in het buitenland.'' Zakelijk directeur Jaap Hülsmann kan dat met cijfers onderbouwen. Van de kleine 200 voorstellingen die het NDT jaarlijks geeft, vindt ongeveer de helft over de grenzen plaats. ,,In getallen zijn we Nederlands belangrijkste hoogwaardige culturele exportproduct'', zegt Hülsmann. (Ter vergelijking: het Nationale Ballet danst jaarlijks 10 uit 105 voorstellingen in het buitenland.) Het NDT bespeelt grote festivals en theaters in alle werelddelen – altijd op uitnodiging. Met sommige Europese steden wordt structureel samengewerkt: het nieuwe werk van seniorengezelschap NDT III ontstond in Luxemburg, ging daar vorige maand in première en reist eerst langs Brussel en Frankfurt voordat het Nederlandse publiek het in juni 2005 op het Holland Festival kan zien.

Voor de komende Cultuurnotaperiode is het NDT, dat voor driekwart van zijn inkomsten afhankelijk is van subsidies, voor het eerst in zijn bestaan in zijn rijkssubsidie gekort. In plaats van de gevraagde 6,3 miljoen krijgt het NDT 5,4 miljoen, twee procent minder dan voorheen. Aan deze korting lag een nogal zuur oordeel van de Raad voor Cultuur ten grondslag, waarin zorgen werden geuit over het ,,weinig sprankelende'' beleidsplan van het NDT, met een gebrek aan ,,artistieke risico's''.

Hülsmann houdt zich in, maar is zichtbaar boos. ,,Ik moet erboven staan'', zegt hij. ,,Maar er stonden fouten in het advies, en de motivering voor de korting deugde niet. Men vond dat we zo'n zware staf hadden, met voor elke groep een artistiek leider. Ik heb ze uitgelegd dat dat noodzakelijk is met ons reisschema. Eén persoon kan dat niet allemaal overzien.''

Buitenland

Hoe het NDT de financiële tegenvaller gaat opvangen is nog niet helemaal duidelijk, maar vast staat dat de oplossing deels in het buitenland ligt. ,,Met een buitenlandse tournee kan het NDT meer verdienen dan met een tournee door de Nederlandse provincie'', zegt hij. ,,Hier maken we nog wel eens mee dat een zaal niet vol zit, daar nooit. Ik heb het ministerie van OCW al voorgespiegeld dat wij indien nodig de balans zullen moeten laten doorslaan naar zestig procent buitenlandse en veertig procent Nederlandse optredens. Dat kon men zich wel voorstellen, werd er gezegd. Met andere woorden: ze laten ons gaan.''

Anders Hellström is minder bezorgd. Met het Ballett Frankfurt was hij ook constant op reis, zegt hij. ,,Als het een gezelschap kan redden, dan moet het. Bezuinigingen zijn niet leuk, maar voor zo'n klein land biedt Nederland nog steeds enorme mogelijkheden voor de moderne dans.'' Vindt Hellström het Nederlands Dans Theater Nederlands? Hij aarzelt. ,,Als het NDT reist, is het een geweldig uithangbord, dan vertegenwoordigt het Nederland. Maar verder... ik weet het niet. Als ik NDT-stukken zie, herken ik wel een bepaalde esthetiek die hier ontwikkeld is – maar of die ook Nederlands is, zou ik niet kunnen zeggen. Ik heb nog te weinig tijd gehad om de cultuur hier te ontdekken. Daar ben ik niet trots op, ik moet er iets aan gaan doen. Maar bij het NDT zijn niet zoveel Nederlanders. En Den Haag is ook al zo'n melting pot.''

Voor voorstellingen van het NDT, zie www.ndt.nl.

Zondag 26/12, 15u, Ned.3: `Kerst met het Nederlands Dans Theater,' o.a. met werk van Jiˇrí Kylián.