`Ik geloof niet in het einde'

De Amerikaanse schrijfster Pearl Abraham keert keer op keer terug naar haar chassidische wortels. Toch vindt ze dat de schrijver buiten de grenzen van zijn cultuur moet kijken. `Pas dan kun je werkelijk scheppen.'

De Amerikaanse, in Israel geboren auteur Pearl Abraham debuteerde in 1996 met Vreugde der wet (in de oorspronkelijke Engelse titel The Romance Reader), het buitengewoon intrigerende en deels autobiografische verhaal van het chassidisch meisje Rachel Benjamin dat zich na haar huwelijk verzet tegen de verstikkende regels van haar milieu. Vreugde der Wet was Abrahams eerste roman en niet alleen een groot succes in Amerika maar ook in Nederland. Ook in haar tweede roman Afstand van Amerika en in haar derde, zojuist verschenen roman De zevende bedelaar speelt de afkomst van de schrijfster uit een chassidisch milieu waar ze afstand van nam een grote rol.

De Nederlandse editie van De Zevende Bedelaar is de eerste ter wereld – maar van een bijzondere band met Nederland is hier geen sprake. ,,Het is een samenloop van omstandigheden'', legt de tengere, bedachtzaam pratende schrijfster uit in haar hotel in Amsterdam. ,,Er was wat vertraging in het productieproces in Amerika; mijn Nederlandse uitgever was gewoon sneller.''

U schrijft dat dit boek een vervolg is op `Vreugde der Wet'. Maar in welk opzicht?

,,Die opmerking is een beetje ironisch bedoeld want eigenlijk is het dat niet. Ik schreef dat boek eigenlijk als een parodie op de romance-novels die Rachel leest. Maar zo werd het helemaal niet gezien door critici en andere lezers. De meeste mensen lazen het alleen maar als het verhaal van de volwassenwording van een jonge chassidische vrouw die breekt met haar traditionele achtergrond. En dat is het natuurlijk ook, maar ik zou dat niet zo interessant hebben gevonden om te vertellen als er niet ook die andere betekenis in zat.''

Toch zitten de parallellen er wel degelijk in. Hoofdpersoon, althans in de eerste helft van De Zevende Bedelaar, is Joël die opgroeit in een chassidische gemeenschap in New York en die geobsedeerd raakt door de vertellingen van de legendarische verhalenverteller Nachman van Bratslav, een negentiende-eeuwse chassidische rabijn in Oekraïne. Zijn obsessie leidt eindelijk tot zijn dood maar zijn zoektocht leeft voort in de interesses van zijn neef JakobJoël, die aan het Massachussetts Institute of Technology betrokken is bij de creatie van kunstmatige intelligentie in een robot die Cog heet – een hedendaagse golem.

U schrijft dat de inspiratie voor deze nieuwe roman het aanschouwen van de heilige stoel van rabbi Nachman was, die door zijn volgelingen in stukjes naar Jeruzalem was gebracht. Maar u was nog te jong om dat bewust te ervaren. Dan moet het erfgoed van Nachman in de chassidische gemeenschap wel erg sterk voortleven.

,,O ja, iedereen kent de verhalen van Nachman. Eigenlijk kwam ik ertoe via Kafka, in wiens werk ik invloeden van chassidische verhalen dacht te vinden. Toen ik zijn biografie ging lezen bleek dat zo te zijn. Ik raakte erdoor gefascineerd, vooral omdat Nachman zich duidelijk bewust was van vorm, want fictie in fantasievorm kan zeker niet iets zijn waarmee hij opgegroeid was. En hoewel ik te jong was om me te herinneren dat ik die stoel ooit had gezien, kende ik het verhaal van de Bratslav synagoge in Jeruzalem, de eerste van die synagoges buiten Oekraïne.''

Het hoogtepunt van het verhaal is wanneer Joël (die dan eigenlijk niet meer leeft maar, naar we moeten aannemen, voortbestaat in de gedachten van zijn neef JakobJoël) Nachmans onafgemaakte verhaal van de Zeven Bedelaars afmaakt, hoewel het onaffe van het oorspronkelijke verhaal wellicht bewust was.

,,Nachman was tamelijk ziek op het moment dat hij het vertelde. Het was een eenmalige vertelling, een mondelinge overdracht. De discipelen zaten op de punt van hun stoel, sommigen in tranen. Het was een heftige dramatische gebeurtenis. Degenen die er getuige van waren en wier overlevering bewaard bleef, zijn het er over eens dat de manier waarop hij het bracht een deel van het verhaal was. Dat het verhaal bewaard is gebleven, komt omdat Nachman een secretaris had, een schrijver die zijn werk opsloeg. Omdat zijn discipelen geloofden dat Nachmans woorden heel dicht bij Gods woord lagen, weet ik tamelijk zeker dat er zoveel mogelijk van zijn taal is gebruikt.

,,Wat de vraag of het bewust onafgemaakt is gebleven of niet betreft: ik houd me aan de kritische literatuurtheorie volgens welke het uiteindelijk niet veel uitmaakt wat de intenties van de schrijver waren. We moeten ons baseren op wat we hebben, wat hij achterliet, op de tekst zoals die er is. Dat is ook mijn stelling in een essay dat ik heb geschreven over Nachman als de eerste moderne Jiddische schrijver, waarin ik hem behandel naast Borges, Calvino en Kafka. Zelfs bij seculiere Jiddische schrijvers als I.B. Singer zie je dat ze allemaal terugkeren naar Nachman en hem in hun werk incorporeren, hetzij door middel van een parodie hetzij door een lyrische adaptatie.''

U komt ook uit een familie van verhalenvertellers, en dat geldt voor veel chassidische families.

,,Zeker. Maar ik maak het onderscheid tussen verhalen vertellen waarin de esthetiek een belangrijke rol speelt en didactisch vertellen. En de reden waarom Nachmans verhalen zo fascinerend zijn is dat hij zich niet zo overduidelijk met het vertellen als een manier van lesgeven bekommerde.''

Is dat het werkelijk subversieve karakter van zijn verhalen, het `gebrek aan respect', zoals u het noemt?

,,Gegeven de man in zijn tijd, zeker. We hebben het over de achterkleinzoon van Baal Shem Tov, de grondlegger van de Chassidim, een man die al gekroond was zonder iets gedaan te hebben. Maar hij was een man van grote puurheid en integriteit.''

Maar waarom ziet u juist dat gebrek aan didactiek als zo subversief?

,,Deels natuurlijk, wat mezelf betreft, omdat ik me ermee identificeer, omdat ik die trek heel erg in mezelf herken. De behoefte vragen te stellen en te twijfelen. Als je die neiging hebt, is je bereidheid om je in andere culturen te verdiepen en te gaan vergelijken groter. Dan moet je vervolgens onherroepelijk toegeven dat wat wij joods noemen niet allemaal van de joodse wereld is, dat er een heleboel andere invloeden zijn, dat het een samengestelde is uit andere mystieke tradities. Zo ontstaat een dynamiek waarin je werkelijk kunt scheppen. Je stelt jezelf open voor iets dat veel groter en inventiever is als je je verbeelding toestaat verder te dwalen. Dat is wat ik bewonder en wat me aantrok in de verhalen van Nachman.''

Als er iets is dat u van Nachman overneemt is het dat wars zijn van didactiek. En zeker in dit boek. Het slot is een verhalenfestival waaruit de lezer zelf maar zijn conclusie moet trekken. Plaatst u dit boek daarmee bewust in de traditie van Nachman?

,,Ik geloof niet langer in de roman als een vorm met die heel traditionele constructie van een begin, een middenstuk en een einde, en dat einde is dan doorgaans dat ze trouwen of voor altijd gelukkig zijn. Een deel van de reden waarom Nachmans `Zeven bedelaars' voor mij zo opwindend was, was dat het geen kunstmatig einde had. Ook mijn eigen Vreugde der Wet had dat niet en dit nieuwe boek ook niet, hoewel Jakob Joël aan het slot ontdekt dat verhalen vertellen zinvol en levensvervullend is. Hoezeer hij ook bezig is met moderne informatica, hij hoort de stem van zijn oom en die blijft hem bij. Als je wilt blijven begrijpen wie je bent, dan moet je door een breakdown heen en terug naar waar je vandaan komt. Dat is uiteindelijk een kabbalistisch idee, waarmee we terug zijn bij de chassidim.''

U heeft nu drie romans geschreven met als onderwerp: afstand tot de chassidische traditie. Gaat u zelf breken met de traditie van dat onderwerp? Waarover gaat uw volgende roman?

,,Ik voorzie wel dat ik ooit een roman schrijf in een niet-chassidische wereld maar dan moet die over ideeën gaan waar ik al veel langer in geïnteresseerd ben. Ik vraag me bijvoorbeeld af waarom al mijn romans coming-of age-thema's hebben. Dat moet een diepere reden hebben, want in de mystiek en de kabbala is het becoming de taak van elk menselijk wezen, en dan niet beperkt tot een bepaalde leeftijd.''

Pearl Abraham: De Zevende Bedelaar. Vertaald door Sjaak de Jong (Engels) en Ariane Zwiers (Jiddisj). Meulenhoff, 342 blz. €18.50, 342 pag. Luxe editie (inclusief Vreugde der wet) €29.50