Hou het koel op kantoor

Het etiquetteboek wil voorschrijven `hoe het hoort', terwijl het eigenlijk in de eerste plaats beschrijft. De etiquetteschrijver kan niet zomaar een van de werkelijkheid losgezongen ideaal beschrijven en decreteren dat het zo moet gaan. Met dit in het achterhoofd heeft de socioloog Cas Wouters etiquetteboeken van de laatste honderd jaar bestudeerd op het onderwerp `omgang tussen de seksen'. In zijn boek Sex and Manners vergelijkt hij Nederland, Engeland, Duitsland en Amerika, op de voortdurend veranderende regelgeving omtrent hofmakerij. De veranderingen op dit gebied zijn met recht revolutionair te noemen. Het kan geen kwaad te bedenken, bijvoorbeeld in verband met de discussie over islam en vrouwenrechten, dat het nog maar krap zeventig jaar geleden is dat meisjes en jonge vrouwen een chaperonne nodig hadden om zich in sociaal vertier buitenshuis te begeven. Althans de vrouwen uit de gegoede kringen – die standsverschillen mogen nooit worden veronachtzaamd. Wouters laat zien hoe belangrijk het was dat vrouwen op een gegeven ogenblik het recht verwierven om voor zichzelf te betalen. Dit was een logisch gevolg van werken (over een eigen inkomen beschikken) en een beslissende stap voorwaarts in het emancipatiestreven. Het is grappig te lezen hoe etiquette-schrijfsters al vanaf de jaren twintig worstelen met het thema.

De drie bestudeerde Europese landen lijken te veel op elkaar om interessante verschillen op te leveren, hooguit een beetje naar gelang de landsaard. De Duitse etiquette is zwaar op de hand, sterk vergeestelijkt (zonder enige aandacht voor seks of erotiek) en er kan geen lachje af. De Engelse aanpak is standsbewust en de Nederlandse meer pragmatisch. Maar verder houdt men zich ongeveer tegelijkertijd met dezelfde kwesties bezig (flirten werd bijvoorbeeld overal afgekeurd), omdat de toenemende bewegingsvrijheid voor jonge vrouwen overal via ongeveer dezelfde route verloopt.

Het grote verschil tussen Amerika en Europa is het dating-systeem dat in de loop van de jaren dertig in Amerika werd ontwikkeld. In deze vorm van niet helemaal serieuze hofmakerij lag de nadruk op populariteit en wedijver. De bedoeling was om plezier te hebben met de andere sekse in een opeenvolging van afspraakjes met verschillende personen. Dating is niet bedoeld als huwelijksaanloopje (dat is het going steady oftewel vaste verkering wél). Toch moet een meisje er wel iets tegenover stellen, als ze steeds gefêteerd wordt. Maar als ze er te veel tegenover stelt (en haar lichaam veil geeft aan teveel verschillende dates) verlaagt ze weer haar huwelijkskansen. Het dating systeem is leuk, maar er vallen gewonden bij.

Wouters laat zich inspireren door de `civilisatietheorie' van Norbert Elias, die draait om toenemende vrijheid in combinatie met toenemende zelfdiscipline. Die visie blijkt heel bruikbaar te zijn. Het enige verbazende vind ik Wouters' kritiek op de Amerikaanse dubbele standaard voor man/vrouw-omgangsvormen op het werk en in romantische omstandigheden. Volgens hem is er in Europa minder verschil tussen werk en vrije tijd in hoe de seksen met elkaar omgaan. Dat vindt hij getuigen van een grotere sociale integratie en verder ontwikkelde beschaving. Maar ook in Europa moet je op kantoor uitkijken met romantiek en in je vrije tijd moet je niet te zakelijk doen. Als die twee sferen te veel door elkaar heen gaan lopen wordt het een zooitje. De Amerikaanse etiquette op dit gebied is zo gek nog niet.

Cas Wouters: Sex and Manners. Female Emancipation in the West 1890-2000. Sage, 188 blz. €98,11