Hofhouding

Als ik enkele filmtips mag achterlaten voor `de feestdagen': Der Untergang van Oliver Hirschbiegel en, vooral, Comme une image van Agnès Jaoui.

Twee op het eerste gezicht zeer verschillende films, de eerste een reconstructie van het einde van Hitler, de tweede een sociale komedie over een beroemde schrijver in Frankrijk. Pas als je beide films kort achter elkaar hebt gezien, zoals ik, vallen vooral de overeenkomsten op.

Beide films gaan in de eerste plaats over macht en het daarmee onlosmakelijk verbonden verschijnsel van de hofhouding. Iedereen met macht en roem krijgt een hofhouding. Meestal zijn het twee hofhoudingen: een voor de materiële behoeften – de lakei die een glaasje wijn brengt als prins Bernhard op een knopje drukt –, en een voor de geestelijke bijstand.

Een indringende beschrijving van een hofhouding is het boek De keizer van Ryszard Kapuscinski over keizer Haile Selassie van Ethiopië. ,,Alle mensen die de keizer omringen zijn immers die lieden van het kruipen en het mes'', schrijft Kapuscinski. ,,Rondom de toppen heerst nooit warmte. Er waaien ijzige stormen, ieder staat voorovergebogen en moet ervoor waken dat zijn buurman hem niet in de afgrond gooit.''

Hoe het rond Hitler toeging kunnen we lezen in Tot het laatste uur, de autobiografie van Traudl Junge, Hitlers secretaresse. Haar herinneringen zijn het fundament van de film Der Untergang.

Een van de aardigste anekdotes in haar boek is afkomstig van Hitler zelf. Hij vertelt over een logeerpartij in hotel Elephant te Weimar: ,,Ik had er een vaste kamer, die weliswaar over stromend water, maar niet over een bad en toilet beschikte. Ik moest een lange gang aflopen en door de laatste deur verdwijnen. Het werd elke keer een gang naar Canossa, want als ik mijn kamer verliet, ging dat direct als een lopend vuurtje door het hele hotel en als ik dan het delicate kamertje verliet, brachten de mensen mij een ovatie en moest ik met geheven arm en enigszins pijnlijke glimlach spitsroeden lopen naar mijn kamer. Later heb ik het hotel laten verbouwen.''

Hitler persend op zijn delicate kamertje, terwijl zijn gevolg ademloos toeluistert – ziehier de tol van de macht.

Agnès Jaoui laat in haar film vooral de corrumperende werking van de hofhouding zien. Etienne Cassard is een gevierd schrijver-uitgever die zich in zijn privé-leven een gevoelloze despoot toont. Hij bekommert zich niet om zijn tweede vrouw en dochter. ,,Ik heb nooit van je moeder gehouden'', zegt hij tegen zijn dochter, niet beseffend wat hij daarmee aanricht.

Iedereen probeert bij Cassard in het gevlei te komen, ook de jonge schrijver Pierre. Pierre verraadt daarmee de kleine uitgeefster die hem in het begin van zijn carrière zo geholpen heeft. (Welke Nederlandse schrijvers herkennen zich hierin?) Ook in deze verheven literaire kringen blijkt iedereen te koop, als het maar genoeg geld en roem oplevert.

Let in deze film vooral ook op `de secretaris', de man die Cassard slaafs ter zijde staat. Hij is de spil van elke hofhouding. In Der Untergang heet hij Goebbels.