Goulash-diploma voor Nederlandse kok

In Maastricht werd eerder deze week de Euro-pas ten doop gehouden. De Nederlandse kok die in Hongarije zijn diploma goulash-koken wil halen, krijgt het gemakkelijker.

Aarzelend lopen Alice en Linda naar het licht van de schijnwerpers. Dan vatten ze moed en steken van wal. ,,Met mijn Euro-pas hoop ik eerder een baan te krijgen'', zegt de 22-jarige Alice, voormalig kapster. Linda valt haar bij. ,,De werkgever ziet in mijn pas in één klap wat ik allemaal kan.'' Linda, 21, is goed in talen, maar ze zoekt een baan als boekhouder. Daar heeft ze voor geleerd. Triomfantelijk zwaaien detwee meiden uit Hoogeveen met een geelkleurig boekje. Hun paspoort naar de toekomst, hopen ze.

Enkele minuten eerder heeft Ján Figel', Europees Commissaris (Onderwijs) de Euro-pas ten doop gehouden. De pas moet het gemakkelijker maken voor jongeren om in een ander Europees land te werken. Behalve een curriculum vitae bevat het paspoort een gedetailleerd overzicht van behaalde diploma's en certificaten, en een beschrijving van opgedane ervaring in bijvoorbeeld het bedrijfsleven, van talenkennis, sociale vaardigheden en organisatorisch talent.

,Een kok die zijn opleiding in Nederland heeft gehad, kan nu gemakkelijk naar Hongarije om zijn goulashdiploma te halen, naar Parijs om te leren hoe hij coq-au-vin moet maken en naar Spanje om zijn paellacertificaat te verwerven'', zegt Mark Rutte, de Nederlandse staatssecretaris voor Onderwijs. ,,Werkgevers in zowel Nederland, Spanje als Polen kunnen dankzij de Euro-pas op de kwalificaties vertrouwen.''

Diploma's worden in Europa nog lang niet erkend. Zolang dat niet gebeurt maakt het paspoort in ieder geval iemands opleidingen en talenten beter vergelijkbaar op de arbeidsmarkt in Europa èn in Nederland. Alice en Linda mikken overigens voorlopig op een baan in eigen land.

De Euro-pas is een van de instrumenten die deze week werden gepresenteerd op de conferentie `Versterk de Europese samenwerking in het beroepsonderwijs' in Maastricht. Ministers van Onderwijs uit 32 Europese landen bespraken twee dagen lang hoe de mobiliteit op de Europese arbeidsmarkt kan worden gestimuleerd en hoe het opleidingsniveau van de beroepsbevolking in Europa kan worden verhoogd.

Want één ding werd al snel duidelijk op de conferentie, waar ook vertegenwoordigers van werkgevers, vakbonden en het beroepsonderwijs aanwezig waren: Europa heeft onvoldoende goed opgeleide werknemers om de banen van de toekomst te bezetten. De Europese Unie heeft te veel laag- en ongeschoolden (basisschool, lager voortgezet onderwijs), te weinig hoog opgeleiden (hbo, universiteit) en met 33 miljoen teveel inactieven op een beroepsbevolking van 200 miljoen. Nederland steekt niet beter af.

Europa ligt op alle fronten achter vergeleken met landen als Canada, Japan of Amerika, zei Eurocommissaris Figel'. De VS heeft twee keer zoveel hoog geschoolden, half zoveel laag opgeleiden en de werkloosheid is een fractie van die in Europa.

,,De situatie is dramatisch'', zegt Johan van Rens, directeur van het Europese Centrum voor de Ontwikkeling van Beroepsopleidingen in het Griekse Thessaloniki, die ook in Maastricht was. Hij presenteert alarmerende cijfers. Tenminste 80 miljoen Europeanen – evenveel als de bevolking van Duitsland – zijn laag opgeleid en hebben geen startkwalificatie voor de arbeidsmarkt. (Een startkwalificatie voor een goede baan vereist havo, vwo of een voltooide beroepsopleiding in het mbo.) Ze zijn werkloos of hebben conjunctuurgevoelig enslecht betaald werk. Zodra het economische tij tegen zit staan ze op straat. In Nederland is 34 procent van de beroepsbevolking (25-64 jaar) laag- of ongeschoold.

,,Zeker de helft van de Europese beroepsbevolking zal zijn kennis moeten verbeteren naar een hoger en hoog niveau'', zegt Van Rens. Ook oudere werknemers. Selectieve immigratie van kenniswerkers zal onvoldoende zijn gezien de krimpende beroepsbevolking. Over vijf jaar zal het aantal banen voor laag geschoolden in Europa drastisch verminderd zijn tot slechts 15 procent. Een `deltaplan' voor het onderwijs is volgens hem nodig om Europeanen uit te rusten voor de banen van de toekomst en die liggen in de kennis (ICT)- en dienstensector.

,,Gebeurt er niets aan het verbetering van de vaardigheden van werknemers, dan dreigt uitsluiting voor grote groepen'', hield Eurocommissaris Figel' de zaal in Maastricht voor. Daarom spraken de ministers van Onderwijs uit de 32 Europese landen met elkaar af in ieder geval het beroepsonderwijs te moderniseren. Het huidige beroepsonderwijs is te weinig open en flexibel om jonge werklozen een goed alternatief te bieden, kritiseerde Figel'. Essentiële banden van het beroepsonderwijs met de arbeidsmarkt ontbreken, evenals de toegang naar het hoger onderwijs. Zo lukt het nooit om van Europa de ,,meest concurrerende kenniseconomie'' te maken.

Wim Kok, oud-premier en voorzitter van de Lissabonwerkgroep, neemt dit begrip al niet meer in de mond. Het zal al ,,a hell of a job'' zijn wil Europa het huidige niveau van economische prestaties handhaven, zei hij in Maastricht. Een strategie van een leven-lang-leren, zoals de Scandinavische landen dat kennen, is volgens Kok geen luxe, maar ,,bittere noodzaak''. Hoe wordt anders een hoger opleidingsniveau van de beroepsbevolking gerealiseerd? ,,En laten we eerlijk zijn'', hield Kok de zaal voor. ,,Ten aanzien van de laag opgeleiden zijn de echt grote stappen nog niet gezet.'' Hij wees op het hoge aantal schoolverlaters in het beroepsonderwijs die zonder diploma de opleiding verlaten. Ruim 60.000 zijn dat er in Nederland. In heel Europa gaat het om zestien procent van de 18- tot 24-jarigen. Dat moet terug naar 10 procent.

,,Een verspilling van menselijk kapitaal en een sociaal ongewenste ontwikkeling'', zei Kok. Hij pleitte ervoor dat alles op alles wordt gezet om jongeren, zoals Alice en Linda, aan een baan te helpen, en ouderen zo lang mogelijk aan het werk te houden. Willen de sociale stelsels in Europa betaalbaar blijven, zal ten minste 70 procent van de beroepsbevolking (nu 60 procent) moeten werken. Ook minister Maria van der Hoeven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) brak een lans om het aantal `dropouts' terug te dringen. ,,Alles moet in het werk worden gesteld om de uitvallers te verminderen'', zei Van der Hoeven, die gastvrouw van de conferentie was gezien het Nederlandse EU-voorzitterschap.

Alle partijen hebben baat bij beter opgeleide Europeanen, bleek in Maastricht. Ook Linda en Alice uit Hoogeveen. Alice wil zich omscholen van kapster naar secretaresse. Door een lelijke eczeem aan haar handen moest ze tot haar verdriet de kapsalon sluiten. Maar toen ze al haar andere talenten in het arbeidsmarktpas op een rijtje zag staan, kreeg Alice weer moed. ,,Het invullen van het paspoort heeft me veel over mezelf geleerd.''