Fragiele economie, structurele problemen

Gisteravond besloot de Europese Unie dat zij onderhandelingen wil openen met Turkije over een EU-lidmaatschap. Turkije is klaar voor een hoge vlucht, maar zal de landing ook veilig zijn?

Zijn luchtvaartmaatschappijen een symbool van hun land? Tien jaar geleden nog werd Turkish Airlines algemeen gehaat. Buitenlanders noemen de maatschappij, die in het Turks met de letters THY wordt aangeduid, wel eens They Hate You wegens de abjecte manier waarop passagiers voedsel naar zich toe kregen geslingerd en de toon van de stewardessen, die meer deed denken aan die van openbare aanklagers in de Sovjet-Unie ten tijde van de showprocessen in de jaren dertig, dan aan een moderne luchtvaartmaatschappij.

Maar zie, een nieuwe THY is herrezen uit de as van inefficiëntie, lompheid en lethargie. De maatschappij maakte, ondanks de crisis die veel luchtvaartmaatschappijen verlamt, vorig jaar een winst voor belastingen van 206 miljoen dollar (155 miljoen euro); in 2001 was dat nog een verlies van 162 miljoen dollar. En nog belangrijker: de Turkse regering maakt nu serieus werk van de privatisering, nadat eerdere pogingen het afgelopen decennium mislukten. Turkish Airlines is begonnen aan een nieuw leven.

Hetzelfde kan gezegd worden van Turkije zelf. In 2001 kreeg het land te maken met een van de grootste crises uit zijn geschiedenis. Toen de centrale bank noodgedwongen de band tussen de Amerikaanse dollar en de Turkse lire losliet, daalde de nationale munteenheid in één dag tijd met enige tientallen procenten. In Istanbul stonden veel Turken wezenloos naar de rode borden te kijken die aangaven hoe de lire tegen de dollar ten onder ging. Omdat veel leningen in Turkije in dollars of euro's worden afgesloten, betekende elk procent dat de koers daalde een nieuwe kilo aan een toch al ondraaglijk zware financiële molensteen rondom de Turkse nek: in een dag tijd werden Turkse huizen zo ongeveer de helft duurder. Zo diep ging de Turkse wanhoop dat een aantal prominenten in een promotiefilmpje op televisie verschenen om de gewone Turk ervan te overtuigen dat `we', ondanks alles, het toch wel zullen redden.

En `we' hebben het gered, vindt Turkije nu. In de aanloop naar de top in Brussel heeft een lange schare Turkse politici onderstreept dat Turkije zijn economische huis inmiddels redelijk op orde heeft. Dit jaar groeit de economie naar verwachting met zo'n 7,5 procent en, hoewel dat cijfer volgend jaar afvlakt tot zo'n 4 procent, blijft het voor Nederlandse begrippen uiterst benijdenswaardig.

Belangrijker nog is dat Turkije er vooralsnog in lijkt geslaagd de inflatie, de eeuwige gesel van de Turkse economie, te bedwingen. Nog geen tien jaar geleden was een inflatie van 100 procent normaal, maar dit jaar komt zij naar verwachting uit op zo'n 10 procent. Voeg daarbij dat veel Turken er van uitgaan dat de Europese leiders daadwerkelijk besluiten om onderhandelingen te gaan openen met Turkije over lidmaatschap en het is duidelijk dat de Turkse beurs in een feestemming verkeert.

Maar hoe lang zal dat feestje doorgaan? Ondanks alle vooruitgang blijft de Turkse economie geplaagd door een aantal structurele problemen. Misschien de belangrijkste daarvan is inmiddels wel de kloof tussen steden als Istanbul en de arme gebieden in het zuidoosten. Deze week publiceerde de krant Radikal een aantal statistieken waaruit blijkt hoe hoog de nood nog altijd is. Tussen 1995 en 2000 kwamen er (aldus de officiële statistieken – de werkelijkheid is waarschijnlijk nog grimmiger) meer dan 900.000 mensen naar Istanbul. Turkse academici vergeleken de stad graag met het Berlijn uit de negentiende eeuw. Dat werd in een eeuw tijd drie keer groter, Istanbul werd dat in de twintigste eeuw maar liefst negen keer groter.

,,In mijn dorpje bij Erzurum heb je geen warm water en de wc zit bij ons buiten het huis. Je hebt er vrijwel altijd sneeuw, maar werk is er niet'', zegt Hüseyin Sakar, die op vijftienjarige leeftijd naar Istanbul trok en er nu als ober werkt. ,,Vind je het gek dat ik hierheen ben gekomen?'' Zo groot is de urbanisatie dat de huidige premier Erdogan ooit eens suggereerde een nieuw `intern' paspoort in te voeren om zo dorpelingen uit de stad te kunnen houden. Het paspoort is er nog niet en de bussen naar Istanbul zitten nog steeds vol voor wat vaak een enkele reis is.

Urbanisatie is geen probleem, mits ontvangende steden de nieuwkomers werk kunnen bieden. Daar ligt een groot probleem. Want al groeit de economie, de werkgelegenheid blijft achter. Zo hoog is de werkloosheid in bijvoorbeeld Istanbul, dat werkgevers het zich kunnen veroorloven het loon te betalen dat Turken krijgen als dienstplichte, ongeveer tweehonderd euro. ,,Net genoeg om sigaretten van te kopen'', zegt Hüseyin – die overigens zelf niet rookt. ,,Meer niet.''

Vandaar dat veel Turken zoveel waarde hechten aan het EU-lidmaatschap van Turkije. De armen hopen dat ze naar Europa kunnen emigreren en de middenklasse hoopt op grootschalige investeringen van buitenlandse bedrijven waardoor de Turkse economie een nieuwe impuls krijgt.

Maar Turkije is fragiel en krijgt nog steeds steun van het Internationale Monetaire Fonds, dat deze week een lening van 10 miljard dollar verstrekte. Mocht het in Brussel alsnog mislukken, dan zou premier Erdogan een van de eerste slachtoffers van zo'n deconfiture zijn. Hij heeft zijn politieke leven welhaast afhankelijk gemaakt van de Turkse Europa-aspiraties.

Maar met Erdogan zou, zeker op middellange termijn, ook het herstructureringsprogramma voor de economie sneuvelen. Erdogans partij heeft immers een confortabele meerderheid in het parlement, waardoor zij daadkrachtig kan optreden. Maar als die partij zou fragmenteren (en Erdogan is het boegbeeld) zou Turkije weer geregeerd gaan worden door coalities, die, zo vrezen veel Turken, door hun interne gekissebis de hervorming van de economie in het slop zullen laten lopen. En ruzie of geen ruzie, veel bedrijven zouden dan nog eens diep nadenken alvorens in Turkije te investeren.

En zo is de analogie tussen Turkije en de luchtvaart zo gek nog niet: het Turkse vliegtuig stond aan de grond, is nu opgestegen maar of het veilig aankomt is nog steeds een open vraag.