Een stortvloed van spraakwater

Waar leeft een mens voor? Waar komt hij elke dag voor uit bed? In Het opstaan, haar derde roman, behandelt Désanne van Brederode deze praktische levensvragen. Zij deed dat al eerder, maar dan op een net iets andere manier, in Ave verum corpus (1994) en Mensen met een hobby (2001). Anders dan de vorige keren, heeft ze nu wel, helemaal op het eind, een oplossing in petto. Het draait in Het opstaan allemaal om Ruud de Wolf, een neerslachtige weduwnaar. Hij moet door een berg ellende heen – moeizame jeugd, moeizame schrijfcarrière, verlies eerste vrouw, verlies tweede vrouw, verlies zoon – voordat hij op zijn 54ste toch nog het licht ziet. Hij leeft, weet hij dan, en hij staat elke dag op, omdat hij verdriet heeft en alles en iedereen mist. Dat is een teleurstellende uitkomst. Maar voor de lethargische Ruud, die zich door zijn dagen placht te slepen, is het een hele overwinning om weer iets te voelen, om verdriet te kúnnen hebben. Hij lijkt dan eindelijk verlost te zijn van de depressie die hem jarenlang gekluisterd hield. Hij heeft, in zijn eigen woorden, een `leefbaar ik' weten op te diepen `uit mijn eigen onvervreemdbare puinhopen'.

Van Brederode heeft het patent op overvolle romans waarin onafgebroken wordt geredeneerd, met regelmatige verwijzingen naar andere schrijvers en denkers. Kant en Heidegger mogen ook deze keer een partijtje meeblazen. Alle mogelijke onderwerpen passeren de revue: de voors en tegens van antidepressiva, stakingen in de zorgsector, de holocaust, het Brabantse landschap, het multiculturele debat, de hoerenloperij van Rob Oudkerk, de moord op Pim Fortuyn, onvruchtbaarheid, abortus, de publiciteitsbelustheid van Herman Pleij, paniekstoornissen, de gevolgen van 11 september, kunst, de ziel, de dood, de laatste novelle van P.F. Thomése, Fair Trade, de popgroep Depeche Mode, Polen, Ischa Meijer, de Palestijns-joodse kwestie, de dodenherdenking, predestinatie, orgasme, reïncarnatie en nog zo het een en ander. Van Brederodes aanpak is puntig en onderhoudend en keer op keer is duidelijk dat er goed is nagedacht. Neem bijvoorbeeld de treffende passage over euthanasie, die vaak stilzwijgend zou worden toegepast. Of de geestige beschrijving van een wel heel robuuste Noord-Hollandse. Of de ware woorden over de halfslachtige aanpak van de integratie van allochtonen in de Nederlandse samenleving. Het is alleen jammer dat al die op zichzelf geslaagde mini-debatten elkaar zo verdringen. Waarom stouwt Van Brederode haar romans zo vol? Mensen met een hobby was al te overladen en te dik, maar deze keer deed ze er nog een flinke schep bovenop. Het gevolg: een boek dat alle kanten op zeilt, zonder ooit ergens fatsoenlijk aan te meren. Ik zou niet de vinger weten te leggen op zoiets als een harde kern, een leidende gedachte of zelfs maar een overkoepelend thema.

Hoofdpersoon Ruud overstelpt ons met zijn gedachten en redeneringen over van alles en nog wat, maar er ontstaat geen duidelijk beeld van deze figuur, die voor een gedeprimeerde wel erg veel activiteiten ontplooit. Hij schrijft columns en toneelstukken, werkt aan een roman en laat zich uitgebreid interviewen op radio en tv en ziet tussen al deze bedrijven kans om zich over erg veel dingen druk te maken. Hij wekt eerder de indruk hyper te zijn dan depri, wat de geloofwaardigheid van de roman niet ten goede komt. Wat ook niet helpt bij de enorme woordenvloed die Van Brederode toch al uitstort, is haar associatieve en ademloze spreekstijl, die het uiterste vergt van de concentratie van de lezer. Deze roman lijdt aan een teveel: te veel beweringen, te veel gedachten, te veel beschrijving, te veel details, te veel personages, te veel zijpaden en dwaalwegen, te veel ellende ook die nergens voelbaar wordt gemaakt. Alles staat en valt met de bereidheid om Ruud, met al zijn spraakwater, te zien als een zielenpoot, als iemand die geen greep heeft op zijn eigen gevoelens en moet leren rouwen om alle mensen die hij is kwijtgeraakt.

Het ontbreekt Van Brederode niet aan onderwerpen en ook niet aan literair vernuft. Maar als na ruim vijfhonderd bladzijden het stof is neergedaald over de puinhopen waaruit haar held zichzelf heeft opgediept, dan blijft er weinig grijpbaars over. Van Brederode zou weer eens een pittig kort verhaal moeten overwegen, zoals ze er ooit eentje schreef voor een bundel met erotische verhalen, of een novelle, of een korte roman desnoods. Die mag dan ook nog gaan over een tobberige weduwnaar, als hij er dan maar wat sneller achterkomt waarvoor hij 's ochtends moet opstaan.

Désanne van Brederode: Het opstaan. Querido. 542 blz. €19,95