De prins zweert weer eens samen

`Alles zoop en naaide' is een fameus citaat uit de poëzie van Remco Campert dat sloeg op het bevrijde Nederland. Tomas Ross plaatst in zijn roman De Dubbelganger beide tijdverdrijven iets verder terug in de geschiedenis. Voor onze uitgeweken overheidsdienaren was Londen anno 1941 al `één groot matras/en de hemel het plafond/van een derderangshotel.'

De dikke spionageroman is de eerste in een trilogie getiteld Voor Koningin & Vaderland, waarvan de vervolgdelen Het Noordpoolspel en King Kong al zijn aangekondigd. Daarmee is de spilfiguur van de trilogie onontkoombaar prins Bernhard, die ook al in Ross' omstreden Omwille van de troon (2002) een cruciale rol speelde. De reeks bouwt met die serietitel dan ook voort op de `Stadhoudersbrief' waarin prins Bernhard zich als leider van een betrekkelijk soeverein Nederland onder Duits toezicht zou hebben opgeworpen.

Ross is op stoom en dat zullen we weten. Keurig in de traditie van Le Carré en Forsyth probeert hij opnieuw de geschiedenis te herschrijven door de bekende feiten aan te vullen of te weerleggen met behulp van een fictioneel verhaal. De Zesde Mei, in 2003 bekroond met de Gouden Strop en pas als film in première gegaan als 0605, werkte volgens dezelfde succesformule.

Het fictieverhaal bestaat uit twee lijnen die beginnen in de nacht waarin de Duitsers het vrijwel weerloze Nederland binnenvallen. Een van de geheim agenten concludeert somber dat de oorlog is uitgebroken en sneert vervolgens: `Nou ja, als we de kogels niet kwijt zijn, kunnen we tenminste terugschieten.' Na het bij Ross weinig tot de verbeelding sprekende bombardement op Rotterdam – vergelijk dat eens met W.F. Hermans' evocatie in Herinneringen van een Engelbewaarder – verplaatst het fictieverhaal zich naar Britse bodem.

Het verhaal draait om de voorbereidingen op de mysterieuze solovlucht van Rudolf Hess naar Schotland. Ross construeert een sluitende lezing van de feiten, waarin – in tegenstelling tot in de serieuze geschiedschrijving over dit onderwerp – niemand, van de laagste geheim agent tot aan Prins Bernhard, Winston Churchill en Rudolf Hess aan toe, plotseling onverklaarbaar handelt of gek lijkt te zijn geworden. In tegendeel, allerlei partijen die de oorlog hadden willen voorkomen, doen nu in het geniep hun uiterste best om te redden wat er te redden valt. Ondanks zijn weinig invloedrijke positie draagt ook prins Bernhard in dat krachtenspel zijn steentje bij. Het knappe van Ross is dat hij de motieven van alle hoge militairen, politici en leden van de (Britse) koninklijke familie in het oog houdt en zodoende een verleidelijk, plausibel historische verhaal vertelt.

Verplichte kost voor oorlogsvorsers en historisch geïnteresseerden, al zal ook hen toch het gevoel bekruipen dat er wel eens iemand ter afwisseling van het gezuip en genaai zin moet hebben gehad in een boek of een potje kaarten.

De meeste lezers met wat minder historische belangstelling zullen de tanden op elkaar moeten zetten om alle noodzakelijke toelichtingen op standpunten, overwegingen, feiten en situaties te verstouwen. Ross legt de ietwat bleke personages al die zaken in de mond, en al voorkomt hij daarmee dat die berg aan materiaal een fiks notenapparaat vult, het tempo van de roman lijdt er toch onder.

Bij hofleverancier Ross hoef je nooit lang op zijn volgende boek te wachten. Hij heeft nu in drie jaar tijd solo en in samenwerking met Rinus Ferdinandusse zeven titels gepubliceerd, waarvan De Dubbelganger hem vermoedelijk de derde Gouden Strop-nominatie in even zovele jaren zal opleveren. En dan te bedenken dat deze trilogie in augustus aanstaande voltooid zal zijn en er voordien ook nog een andere thriller van Ross zal verschijnen.

Tomas Ross: De Dubbelganger. Cargo, 415 blz. €18,90