De kaas is ons heilig

Terwijl prins Bernhard postuum zijn best doet om alle verzonnen verhalen over zijn persoon te ontkrachten, neemt het aantal fictiewerken waarin hij een rol speelt hand over hand toe. De schuins marcherende en politiek schimmige aartscharmeur spreekt niet alleen tot de verbeelding van thrillerschrijvers als Tomas Ross (zie de recensie hiernaast), maar zelfs tot die van stripmakers, zoals twee maanden geleden geïllustreerd werd door de publicatie van Agent Orange, waarin de Duitse vlegeljaren van de destijds toekomstige prins-gemaal geboekstaafd zijn.

In de nieuwe roman van Donald Niedekker, auteur van onder andere een thriller over Rotterdam in de meidagen van 2002 (De hemelvaart), is Bernhard vooral op de achtergrond aanwezig. De prins is het bewonderde voorbeeld van de titelheld en slaagt er zelfs in deze `Keldermans' met één telefoontje te bevrijden uit een politiecel. Dat laatste mag plausibel klinken – de telefonische bemoeizucht van Bernhard is inmiddels legendarisch – maar je gaat als lezer aan het eind van de roman toch twijfelen aan het werkelijkheidsgehalte van deze bevrijdingsactie. Immers: Keldermans is een vreemde snuiter, met een verwrongen wereldbeeld en een levendige fantasie – het schoolvoorbeeld van een onbetrouwbare verteller.

Keldermans is een monoloog, de monoloog van een ongevaarlijke gek die de lezer op een kalme manier deelgenoot maakt van zijn frustraties. Eigenlijk heet hij Joost, maar zijn collega's op het prentbriefkaartendistributiecentrum (waar hij sinds de dood van zijn vader werkt) noemen hem Keldermans, omdat hij zijn taken als magazijnbediende in de kelder vervult. `Mijn echte naam hoef ik niet te vertellen,' zegt de 46-jarige kandidaat-filosoof op de tweede bladzij van zijn verhaal; `vader was verzetsheld, bovendien in London, dus u kent mijn naam'. Het is een introductie die doet denken aan die van de `Onzichtbare Man' uit de gelijknamige roman van Ralph Ellison uit 1952, terwijl Joosts bestaan als keldermens herinneringen oproept aan dat van de nihilist uit Dostojevski's Aantekeningen uit het ondergrondse.

Keldermans' deplorabele staat – hij is vereenzaamd en volgt een therapie tegen diverse dwangneuroses – kan gemakkelijk teruggevoerd worden op zijn eigenaardige jeugd. Geboren op 5 mei 1955 als zoon van een verzetsheld en een moeder die stierf in het kraambed, werd hij mede-opgevoed door zijn grootmoeder (een steevast achter de naaimachine zittende vrouw die haar verstelwerk alleen onderbrak voor Tourette-achtige tirades `die meestal Prins Bernhard als mikpunt hadden'). Zodra Joost zijn rijbewijs had en half afgestudeerd was, werd hij door zijn vader ingezet om hem en de overige leden van de `Verzetsgroep Alphen aan den Rijn' te chaufferen naar plaatsen waar petities aangeboden moesten worden om het koningshuis, de goede zeden en de herinnering aan de oorlog te beschermen tegen onzorgvuldige bestuurders. Aan dit bestaan is pas een einde gekomen toen vader overleed en diens AOW werd stopgezet.

Donald Niedekker schotelt ons twee dagen in de geest van Keldermans voor. Never a dull moment, want de hoofdpersoon heeft een humoristische vertelstem en een wendbare geest. Dat levert mooie zinnen op als `Hij is zo glad dat je hem door een ringetje kunt halen' en `Ik zeg waar het op staat, want ik ben een ongecompliceerd mens, hooguit voor het moment van streek'; maar ook hersenspinsels die bij nadere bestudering helemaal niet zo absurd zijn. Zo vraagt Keldermans zich bij een ansicht van de Alkmaarse kaasmarkt af welke indruk die zal maken op het Japanse meisje naar wie hij gestuurd wordt; waarna hij consequent de gedachte uitwerkt dat kazen in Nederland net zo heilig zijn als thee in Japan (zie kader). Ook verbindt hij op onnavolgbare wijze de uitspraakverschuiving van `ij' naar `ai' met het nieuws dat er zand van vóór de Nederlandse kust wegspoelt naar Duitse Waddeneilanden.

Niedekker, die twee jaar geleden de toneelmonoloog De garderobier publiceerde, is dol op dramatische ironie; zijn hoofdpersoon steekt de loftrompet van schilders als Krabbé en Cremer (`niet te verwarren met onze onverbiddelijke viespeuk'), hij prijst het staatsmanschap van Lubbers (`overal waar Lubbers recht door zee op afstevende mocht zijn broer bouwen, kunt u nagaan'), de vaderlandse gedichten van Komrij (`waarachtig heel gevoelvol, soms zelfs netjes op rijm en de lettergrepen in het gelid') en zelfs de dienstverlening van de Nederlandse Spoorwegen. Dat Keldermans erotisch droomt van prinses Máxima – vooral van kaart nummer 11114 waarop ze in een ivoorkleurig rokje uit een zwarte auto stapt – is minder verrassend. Maar zijn adoratie van J.P. Balkenende, wiens foto's hij uitknipt en iedere zondag uit de bewaardoos haalt, geeft te denken.

Het zijn niet zomaar twee dagen die worden beschreven in Keldermans. Joost komt op zijn werk voor een dilemma te staan wanneer hij gehoor moet geven aan een gelijktijdige bestelling van drie setjes 10457 (koningin Beatrix) en vijf setjes 75936 (een grasetende blaarkop): `Als ik de opdracht uitvoer beledig ik ons Koningshuis. Als ik de opdracht niet uitvoer, word ik ontslagen en kan ik het nationaal belang niet langer dienen.' Wanneer Keldermans ten einde raad op zijn ATV-dag naar Zutphen reist om de kioskhouder op andere gedachten te brengen, wacht hem een keten van verrassingen die zijn leven grondig overhoop zal gooien.

Er zit dus een plot in Keldermans, maar die is van ondergeschikt belang. Het is de gedachtestroom, of liever de grappig-vloeiende stijl waarin Keldermans' associaties geschreven zijn, die Niedekkers roman tot iets bijzonders maakt. `Alles wat ik onderdruk krijg ik later op mijn bordje' is het motto van Keldermans, en een paar keer leidt dat tot passages die vervallen in cabaret – vooral als Joost zijn stokpaardje, de verloedering van Nederland, te fanatiek berijdt. Niedekker is geen Dostojevski of Ellison; Keldermans is geen serieus bedoelde aanklacht tegen de maatschappij. Maar zijn hoofdpersoon groeit in tweehonderd bladzijden uit van een lachwekkende loser tot een met recht tragische figuur. Het wachten is op de eerste toneelregisseur die Keldermans op de planken brengt.

Donald Niedekker: Keldermans. Vassallucci, 200 blz. €14,95