Awa, een jongen met een masker

Tegen de 17-jarige jongen die zijn vriendin in brand stak, werd gisteren voor de rechtbank in Leeuwarden 1,5 jaar en tbs geëist. ,,Dit was een kille afrekening''.

Bang maken, dat wilde de 17-jarige Awa A.-A. uit Leeuwarden zijn ex Jamai. Maar zijn gewelddadige gedrag werd het afgelopen jaar steeds erger, constateerde kinderrechter A. Dölle gisteren tijdens de zitting voor de rechtbank van Leeuwarden. ,,Jamai had geen donder te vertellen'', constateerde hij, ,,er zijn weinig mannen die een vrouw zo aftuigen.''

Officier van justitie F. Janssens eiste gisteren 1,5 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging tegen Awa, wegens poging tot moord op zijn 16-jarige ex-vriendin Jamai en mishandeling en bedreiging van haar en zijn 15-jarige ex-vriendin Laura. Het openbaar ministerie wil dat de verdachte volgens het volwassenenrecht wordt bestraft, gezien de ernst van het feit en de kans op herhaling.

Op 9 augustus dit jaar zette de jongen, van Koerdisch-Iraakse komaf, het meisje in een woning in Leeuwarden voor een computerscherm met daarop de tekst ,,Je gaat dood!''. Hij wilde haar straffen, omdat ze tijdens een vakantie zou zijn vreemdgegaan. Een halve beker terpentine goot hij daarom over haar lichaam, die hij aanstak met een aansteker. De kleding van het meisje vatte direct vlam. ,,Voor de pijn die je me hebt aangedaan'', zei hij. Ook had hij een keukenmes waarmee hij dreigde zijn naam in haar borststreek te kerven. ,,Zodat iedereen kan zien dat je van mij bent.''

Terwijl zijn vriendin het vuur probeerde te doven, sleurde Awa haar mee naar de douche. Twintig minuten stond ze onder de koude straal, haar huid hing erbij en was op enkele plekken zwart geblakerd. Awa verklaarde dat hij Jamai geen pijn willen doen. ,,Maar ik werd steeds kwader en was gefrustreerd. Ik was mezelf niet meer.'' Zelf zei hij niet te snappen hoe hij tot zijn daden was gekomen. ,,Misschien word ik iets te snel boos.''

Het slachtoffer liep tweede- en derdegraads brandwonden op. Uit haar verklaring die de kinderrechter gisteren voorlas, bleek dat haar relatie met Awa gebaseerd was op angst. ,,Ik voelde me gevangen.'' Ze wilde een punt zetten achter de verhouding, ,,maar hij bleef komen en dreigen. Ik voelde me waardeloos. Hij isoleerde me van iedereen.'' Een vriend van Awa verklaarde dat hij meisjes behandelde als ,,slavinnen''.

Nadat Awa Jamai in brand had gestoken, stuurde hij haar naar het huis van zijn ex-vriendin Laura in Marssum. Toen hij daar later zelf ook kwam, bedreigde hij Laura met een aardappelschilmesje en sloeg haar. Met een aansteker stak hij een wolk deodorant in brand. Pas de volgende dag ging het slachtoffer naar het ziekenhuis en meldde ze haar ouders wat er had plaatsgevonden. Awa had Laura al eerder bedreigd en met een fietsketting afgerost. Ook vanuit de jeugdinrichting bleef hij haar bedreigen: ,,Ik doe bij jou wat ik bij Jamai heb gedaan.'' Maar tijdens de zitting zei hij dit slechts woorden waren. Hij zou wel vaker ,,straattaal'' bezigen als ,,ik vermoord je'', maar dat zou hij niet menen.

Deskundigen van de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdinrichting waarin hij vastzit, omschrijven Awa als een kil en afstandelijk persoon, met een narcistische, anti-sociale persoonlijkheid met psychopathische kenmerken. Een jongen met een masker, die behalve gewelddadig en agressief ook ziekelijk jaloers is. Psycholoog A. Wentink zei dat Awa wel spijt had, maar dit ,,niet doorleefde.'' ,,Het ontbreekt aan emotionele diepgang.'' De jongen zou vooral onder de indruk zijn van de gevolgen die zijn daad voor hemzelf had. De kans op herhaling zou groot zijn. Volgens de aanklager had Awa ,,planmatig gehandeld'' en niet in een opwelling. ,,Dit was een kille afrekening.''

Advocaat Y. van der Horst achtte opzet en voorbedachte rade niet bewezen. Hij zei dat Awa ,,oprecht spijt'' had en Jamai niet het leven had willen benemen. ,,Hij houdt zielsveel van haar.'' Van der Horst wees op de reddende handelingen die Awa had uitgevoerd door Jamai onder de douche te zetten. Zijn cliënt was bovendien onder invloed van alcohol en drugs en zou in een opwelling hebben gehandeld. Hij pleitte voor berechting volgens het minderjarigenrecht. In zijn laatste woord zei Awa dat hij veel spijt had. ,,De deskundigen zeggen dat ik dat niet voel. Maar ik voel wel spijt, al kan niemand dat zien.'' De rechtbank doet 30 december uitspraak.