Asem

In Zuid-Afrika trok Christine Otten mee met de dichterskaravaan van Antjie Krog, naar de meest geïsoleerde gebieden.

Durban. Universiteitstheater. Maandagavond, vijf voor zeven. Over ruim een half uur begint de voorstelling. Alle dichters die meedoen aan het festival Poetry Africa zullen zich vanavond in drie minuten aan het publiek presenteren.

Iedereen is nerveus. Of we even willen soundchecken? Nu? Ja nu. Okay dan. Ik biets nog even een sigaret en bij de open deur achter de coulissen neem ik gehaast een paar trekjes. Een bliksemflits in de verte, gedonder. Dan valt de regen als een zware kleverige massa naar beneden. Een oorverdovend gekletter. En even plotseling als de bui kwam opzetten stopt hij, een paar minuten later. Stilte. Dikke druppels sijpelen van de varens op het glimmende asfalt.

Ik gooi de peuk weg en net als ik naar de microfoon wil lopen voor een geluidstest gaat er een deur open en een rijzige man in een zwart leren colbert stapt de zaal binnen. Onmiddellijk verstomt het geroezemoes van de aanwezigen. Alle ogen kijken in dezelfde richting, de richting van de man. Alsof iedereen stopt met ademen, met bewegen. De man loopt niet, hij schrijdt, met lange plechtige stappen, als een vorst. Zijn gezicht staat zorgelijk, gekweld bijna, maar waardig. In zijn gevolg zijn nog drie mannen, allen een stuk kleiner dan deze reusachtige gestalte die nu bezit neemt van het podium en geagiteerd orders begint uit te delen aan de geluidstechnicus. ,,Nee, een beetje meer echo!'' ,,Ik hoor de monitorbox niet!'' ,,Harder moet-ie. Harder!''

,,Wie is dat?'' fluister ik een van de technici toe.

,,Mzwakhe. Mzwakhe Mbuli. The People's Poet'', antwoordt ze en ik meen een mild verwijt in haar stem te horen. Weet jij niet wie Mzwakhe is?

Voordat ik iets van een verontschuldiging kan prevelen klinkt de hese lage stem van de dichter: ,,My poetry has layers of meaning/ My poetry is authentic/ My poetry is God-given/ My poetry is innovative/ My poetry is irresistible/ My poetry is non-fictional/ My poetry is prophetic/ My poetry resonateresonate.''

Even later in de foyer praten de andere Zuid-Afrikaanse dichters me in staccato bij over Mzwakhe. De beroemdste verzetsdichter onder de apartheid. Negen keer gevangen. Gemarteld. Zijn albums verboden. En bij de inauguratie van president Mandela mocht hij optreden.

,,Hij was een stalinist met te veel macht binnen het ANC'', zegt de ene dichter.

,,Hij is net ontslagen uit de Leeuwkop maximum security gevangenis. Hij heeft zes jaar gezeten voor een bankoverval'', zegt de ander.

,,Dat was een set-up door oude kameraden.''

,,Zegt hij.''

,,Waarom zou dat niet waar zijn?''

Mijn hoofd duizelt. En dit is nog maar het begin van onze Zuid-Afrikareis. Op uitnodiging van het Haagse literatuurfestival Winternachten doen wij – vier dichters en een muzikant, te weten: Sutarji Calzoum Bachri uit Indonesië, Deborah Jack uit Sint Maarten, Jit Narain uit Suriname, saxofonist Jan Klug en ik uit Nederland – mee aan Poetry Africa in Durban en het Tradewinds festival in Kaapstad dat wordt georganiseerd door de vooraanstaande Zuid-Afrikaanse dichteres en schrijfster Antjie Krog.

Lentelicht

Krog heeft Mzwakhe Mbuli ook uitgenodigd op haar festival. Anderhalve week na die eerste avond in Durban staat ze voor het Labia theater waar het Tradewindsfestival wordt gehouden. ,,Mijn kop zit de hele dag al vol met Mbuli'', zegt ze, haar ogen dichtknijpend tegen het onbarmhartig felle lentelicht. ,,Ik zou mezelf nog liever de keel doorsnijden dan zeggen dat mijn poëzie `prophetic' en `irresistible' is. Maar nu pas dringt tot me door dat hij het helemaal niet over zichzelf heeft. Hij praat voor zijn volk. En ik begin ook te snappen waarom er zo weinig protest was toen hij gevangen zat voor die overval. Identification of failure noem ik het. Hij heeft een fout gemaakt, zijn tijd uitgezeten, hij is een van ons. Ze herkennen zijn lijden. De meeste zwarten hebben hun dromen na tien jaar democratie ook niet kunnen verwezenlijken.''

Die avond reageert het merendeels witte publiek nogal lauw op Mbuli's poëzie. Terwijl hij een dag eerder op de zwarte universiteit van West-Kaap als een popster werd onthaald en ons – de andere dichters – in één klap onzichtbaar maakte. Maar toch heeft Mbuli ook iets treurigs over zich. Vooral de verbetenheid waarmee hij voortdurend, ook buiten het podium, zijn kracht toont. `From childhood to adulthood/ none could arrest my mind.'

In Durban sprak iedere dichter, blank en zwart, over hem, maar zelden met hem. Alsof hij niet meer is dan een symbool uit de recente geschiedenis. Een beetje de weg kwijt in het nieuwe apartheidvrije, superkapitalistische Zuid-Afrika.

Het is nog vroeg als we vanuit ons hotel vertrekken naar de townships rondom Kaapstad. Als witte lava kolkt de waterdamp over de rand van de Tafelberg. Krog en de haren hebben een poëziekaravaan georganiseerd. De Winternachtendichters en dichter en mede-organisator Alfred Schaffer zullen gedichten voordragen en luisteren naar dichters uit de townships.

We gaan eerst naar Atlantis, een kleurlingengemeenschap zo'n dertig kilometer van Kaapstad. Alsof we in de woestijn zijn. De zon brandt boven de eindeloze gele zandvlakten. Geen bomen. Geen bergen. Geen beschutting. Dit zijn de beruchte Cape Flats. In de verte doemt een nederzetting op. We rijden langs fabrieksgebouwen. Rijen identieke oranje huisjes, wapperend wasgoed, stoffige onverharde wegen. Welcome to Atlantis, staat er op een kleurig bord.

Tijdens de apartheid werden kleurlingen gedwongen hier te wonen en te werken, vertelt Krog. Nu zijn de meeste fabrieken gesloten of geautomatiseerd en is zeventig procent van de beroepsbevolking werkloos. Als ratten zitten ze gevangen, want het weinige openbaar vervoer dat er is, is te duur. Juist daarom gaan we hiernaartoe.

We stoppen op de parkeerplaats achter de bibliotheek. Van alle kanten stromen mensen toe. Zo gaat het steeds die dag. In Delft, een township een paar kilometer verderop, is de bibliotheek om elf uur 's ochtends afgeladen met mannen, vrouwen, scholieren, werkloze jongeren, babies.

Krog opent de bijeenkomst. ,,Schrijven kan je leven redden'', zegt ze zonder een spoor van ironie. Haar stem is zacht, maar haar intonatie dwingend en serieus.

De stilte in de zaal plechtig. Poëzie is hier geen tijdverdrijf, maar asem, zoals een lokale dichter even later zegt. Een overlevingsstrategie. Zijn vingers trillen als hij zijn gedicht leest. ,,How can we enjoy life/ when life itself is a scary place.'' Engels en Afrikaans vloeien in elkaar over. ,,West side stories/ vlakte/ nachte van liefde/ bloed van slaap/ en asemhaal.''

Een meisje van een jaar of veertien staat op en legt rustig en gedecideerd uit dat de eerste strofe van haar gedicht geschreven is vanuit het perspectief van een verkrachter. ,,The victim of my crime is an innocent little girl/ now tormented by visions in het head/ a broken vision of who she used to be.''

Het valt me op hoeveel tieners geen voortanden meer hebben. Slecht voedsel en geen tandartsen, is mijn eerste gedachte maar later hoor ik van Krog dat de jongeren zelf hun tanden eruit laten trekken. Het is niet helemaal duidelijk waarom. Om bij een bende te horen, voor fellatio, om zichzelf te beschadigen.

In Athlone, een andere township waar we een paar uur later zijn, staat een vrouw met een hoofddoek op uit het publiek. Het kost me even om te ontdekken dat ze nog maar een scholiere is. Haar tandeloze mond maakt haar vroeg oud. Ze is woedend. ,,I am a female/ my kind/ transparent/ to man/ disposable/ when will my time come to dispose of a man/ make them feel worthless/ make them earn my respect/ make them cry/ () No change/ never will there ever be/ not unless I change () I'm sick/ to the core.''

Na de voordrachten is er thee met gebak. De sfeer is uitgelaten, vrolijk, ondanks de rauwe en vaak bittere toon van de gedichten. ,,Vroeger luisterde niemand naar hun poëzie'', zegt Krog. ,,Poëzie van zwarten en kleurlingen werd zelden gepubliceerd. Nu worden er bundels uitgebracht. Voorleesavonden georganiseerd. De bibliotheken in de townships zijn heel actief. Je hoort veel meer verschillende stemmen.''

In de auto terug naar het hotel, realiseer ik me dat die veelheid aan stemmen waaraan we voortdurend worden blootgesteld deze reis zo opwindend maakt. Het is alsof iedereen hier de hele dag over politiek praat, en er is nauwelijks een scheiding tussen politiek, literatuur en de problemen van alledag. De schaamteloosheid waarmee gesproken wordt over armoede, geweld, aids en rassentegenstellingen, is ontwapenend. Zelfs op de televisie zie je die openheid. Je hoeft maar te zappen en je stuit op een hip programma over interraciale relaties: ,,Vertel. Een gewone relatie volhouden is al moeilijk. Jij bent zwart. Hij is wit. Hoe doen jullie dat? Vertel.''

Onwillekeurig denk ik aan Mzwakhe Mbuli. The People's Poet, die met een oorontsteking in zijn hotelkamer zit. Misschien klopt het wat de populaire televisiepresentator Soli Filander in Durban over hem zei: ,,Als Mzwakhe voor een keer zou zuchten en schreeuwen: `Ja, ik ben bitter. Ik ben boos en teleurgesteld. Fuck democracy.' En dat verwerken in zijn poëzie. Wat een opluchting zou dat zijn. Wat een power zou hij zijn publiek geven.''

Uitgehouwen gat

Alsof we in een ander land zijn. Montagu ligt in het binnenland, op twee uur rijden van Kaapstad en slechts via een uitgehouwen gat in de bergen te bereiken. De stilte in dit dorp is oorverdovend. De schoonheid van het landschap verblindend. Omringd door zilveren bergen; wit zonlicht dat loom boven de velden hangt; en overal bloemen, een waas van kleuren, oranje, paars, rood, lila. Mantagu is overwegend blank, aan de rand van het dorp wonen de kleurlingen. We worden ondergebracht in keurige gasthuizen, verstopt achter een haag van elektronisch beveiligde hekken. De stilte heeft iets dreigends. Alsof we terug in de tijd reizen. Vanzelf beginnen we te fluisteren. ,,Volgens mij ben ik de eerste zwarte die in dit gasthuis logeert'', sist de jonge dichteres Deborah Jack. Krog wil ons heel Zuid-Afrika laten zien; daarom zijn we hier. En haar missie beperkt zich niet tot de townships en het weldenkende deel van de elite. Ze wil poëzie brengen in de meest geïsoleerde gebieden, en met poëzie veranderingen afdwingen, hoe klein ook. Daarom heeft ze hier een gedichtenwedstrijd uitgeschreven voor middelbare scholieren met als thema `tien jaar democratie'.

Het gemeenschapshuis in de voormalige kerk is klaargemaakt voor de poëzie-avond. Op lange tafels staan hapjes en drankjes. Mierzoete koeksisters, waar het vet vanaf druipt. Het hele dorp lijkt uitgelopen. Dames van middelbare leeftijd lezen beschaafde gedichten over liefde en dood. Een vrouw declameert een gedicht over haar lesbische geaardheid en veroorzaakt een siddering in de zaal. Een donkere man citeert uit zijn hoofd: ,,Die taal van my/ van myn moeder gekreeg/ sal nie verdwyn.'' Herinnert ons eraan dat Afrikaans niet alleen de taal van de Boeren is, maar ook van kleurlingen. Dan volgt de prijsuitreiking. De vijftienjarige winnares leest zo snel en haar stem trilt zo erg dat ze niet te verstaan is. Later vertelt Krog dat het meisje dacht alleen gewonnen te hebben omdat ze kleurling is. ,,Maar ze was de beste.'' Krog slaat een moederlijke arm om haar heen en leest het gedicht nog eens, beheerst en ieder woord de juiste dosis gevoel gevend. Onbedoeld lijkt het gebaar op een statement. Het gedicht gaat over de traagheid van veranderingen, maar heeft dezelfde onverzettelijkheid als de gedichten van de meisjes in de townships. ,,I'm determined/ to be somebody/ I'm a believer/ not a conciever.''

Christelijke boeken

In het stikdonker zoeken we onze gasthuizen. In de met prullaria en christelijke boeken volgepropte woonkamer klik ik de televisie aan; mijn gastvrouw ligt al op bed. Het is alsof Mzwakhe Mbuli ons achtervolgt! Een documentaire over hem. Beelden die verboden waren tijdens de apartheid. Hij is jong. Slank en elegant. Met een oogopslag die even verleidelijk als schokkend is omdat achterdocht en teleurstelling hun verwoestende werk nog niet hebben gedaan. Hippe jongens met enorme afro's. Funky blazers. Opzwepende beats. Mzwakhe's stem. ,,Alone/ all alone/ one hundred en seventysix days/ nights/ in solitary confinement/ alone/ all alone.'' Het lied ontroert me. In de film vertelt Mbuli dat de woorden als hamertjes tegen de binnenkant van zijn schedel klopten toen hij in de gevangenis zat. ,,Ze hadden hun eigen ritme. Waarom zou ik er geen gedicht van maken?''

De volgende dag in de bus terug naar Kaapstad luister ik naar de cd van Tumi and the Volume. Tumi Molekane is een van de populairste hiphopartiesten in Zuid-Afrika. In Durban trad hij op als dichter. Een serieuze vriendelijke jongen. Hij vastte wegens de ramadan en bracht de meeste tijd op zijn kamer door om zijn krachten te sparen voor zijn optredens. De muziek is overweldigend. Geen instant beats zoals zoveel van zijn Amerikaanse collega's gebruiken, maar jazz ondersteund met scheurende, melancholieke vioolpartijen. Woorden die boven en onder de muziek zweven. Tumi rapt in een adembenemend tempo. ,,Strolling through dirt tracks of thought/I tripped on rough edges of my ancestry/ a broken lineage of microphone and drumbeats/ () avoiding murder with silence/ with a skill of Coltrane/Look mum/ () the poet system dance with words/ he means to end/ but winds up in rotation/ the poet ain't never find use of poetry that/ we fell in love with the instruments of our liberation/ the armed struggle continues/ the armed struggle continues/ into the next wave.''

Ik voel een lichte weemoed opkomen. Over een paar dagen alweer vliegen we terug naar huis. Ik denk aan de laatste avond in Durban. Tijdens het eten, even na zonsondergang, zat ik naast Tumi. Hij vertelde me dat hij was opgegroeid in Tanzania, niet in Zuid-Afrika, dat zijn ouders politieke ballingen waren. ,,Ik word erop aangekeken. Alsof ik makkelijk praten heb, geen weet heb van wat de apartheid aanrichtte. Maar mijn ervaring is net zo goed Zuid-Afrikaans.''

Als tiener luisterde hij naar de Amerikaanse hiphoppionier KRS-one, en naar Mzwakhe. ,,Ze leken heel veel op elkaar, waren allebei politiek en agressief, precies zoals ik wilde zijn.'' Hij zuchtte en fronste vermoeid zijn voorhoofd. Alsof hij last had van te veel geschiedenis. ,,Maar de strijd is nu heel anders. Mijn generatie schrijft veel persoonlijker teksten. Er is geen duidelijke vijand meer zoals onder de apartheid. Wij kijken naar binnen, proberen onze identiteit te vinden te midden van alle troep en ellende om ons heen.''

Die avond zat de zaal stampvol uitgelaten urban jongeren. Tumi kwam op en begon een verhaal te vertellen over een ontmoeting met een meisje. ,,You look like you're the loud type/ fist in the air/ the fat black lovely and proud type/ Hey Tumi that's me/ my name is Yvonne.'' Het publiek klapte en lachte en joelde. Tumi nam een hap adem en vervolgde: ,,I waited two days/ `Hello, can I talk to that pumpkin Yvonne?'/ `She got raped this afternoon/ she can't come to the phone'.'' Je kon een speld horen vallen, zo stil was het, een paar seconden maar, want toen buitelden Tumi's woorden alweer over elkaar heen. ,,Lovestrucklipsunzipsknocked unconcious.''