18 jaar geëist voor moord op moeder

Het openbaar ministerie heeft gisteren voor de rechtbank in Almelo achttien jaar geëist tegen een van de verdachten van de moord op een 25-jarige vrouw en de ontvoering van haar driejarige dochter naar Libië.

Tegen een verdachte van de ontvoering is twaalf jaar geëist. De Libische vader van het kind, ex-echtgenoot van de vrouw, wordt gezien als hoofddader, maar kon niet berecht worden. Hij is direct na de moord met het meisje naar Libië vertrokken en verblijft daar nog steeds. Omdat Nederland en Libië geen rechtshulpverdrag hebben en Libië het internationaal verdrag over kindontvoeringen niet respecteert, is er geen zicht op uitlevering van de man en terugkeer van het meisje naar Nederland.

De 25-jarige vrouw is op negen augustus van dit jaar in haar appartement in Goor om het leven gebracht. Haar ex-man had haar volgens justitie met hulp van een 29-jarige Soedanese vluchteling vastgebonden en bijna dertig meter tape om haar gezicht en hals gewikkeld. Hoewel er een smal streepje bij de neus was vrijgelaten was de verstikkingsdood volgens justitie ,,onafwendbaar''. De Soedanees, die achttien jaar cel tegen zich hoorde eisen, is ontvoering en moord ten laste gelegd. Het intapen duurde zo lang dat hij zich volgens justitie had kunnen bedenken.

Het driejarige meisje heeft gezien hoe de ogen en mond van haar moeder werden afgeplakt, waarna zij naar een gereedstaande auto werd gebracht. Hierin wachtte een 31-jarige vrouw uit Den Haag, een vriendin van de Libiër. Zij vloog vervolgens samen met de vader en het kind vanaf de Belgische luchthaven Zaventhem naar Libië. De Libiër had het paspoort van de vrouw vervalst en daarin een driejarig kind bijgeschreven. De vervalsing was zo duidelijk zichtbaar dat de Belgische douane volgens de Almelose rechtbankvoorzitter G. Stoové had ,,zitten slapen''.

Tegen de vrouw werd twaalf jaar cel geëist voor hulp bij de ontvoering, onttrekking van het kind aan het ouderlijke gezag en het in bezit hebben van een vervalst paspoort. Zij was volgens justitie een ,,onmisbare schakel'' omdat zij zich tijdens de reis voordeed als moeder van het kind. De Haagse vrouw werkt bij de Immigratie – en Naturalisatiedienst. Hoewel zij haar positie niet heeft misbruikt bij het vervalsen van het paspoort, had zij volgens Stoové vanwege haar functie moeten beseffen dat zij meewerkte aan een ontvoering.

Pas nadat ze was teruggekeerd naar Nederland heeft ze de politie gebeld. De vrouw verklaart uit angst voor de Libiër te hebben meegewerkt en beroept zich op psychische overmacht. Volgens haar advocaat, R. Speijdel, kan de vrouw niet worden verweten behulpzaam te zijn geweest bij het onttrekken van het kind aan het ouderlijke gezag, omdat dit gezag niet meer geldt als iemand dood is.

De Nederlandse ambassadeur in Libië, die zich via stille diplomatie inzet voor het lot van het driejarig meisje, heeft onlangs verklaard dat het kind nog in leven is. Hoe hij dat weet is niet bekend.