Van Amerongen

Martin van Amerongen, mijn in 2002 overleden collega, stond de afgelopen weken tweemaal plotseling voor me, monter en kwiek als altijd, alsof hij met een licht spottend lachje wilde zeggen: je bent me toch nog niet vergeten?

Zijn opvallendste verrijzenis uit de dood was een nationale gebeurtenis: het postuum in De Groene Amsterdammer gepubliceerde interview met prins Bernhard. Onmiddellijk rees de verdenking dat het een fake-interview was. Van Amerongen was immers altijd dol geweest op mystificaties?

Inmiddels moeten we, na vergelijking met het veel uitgebreidere interview met de prins in de Volkskrant, vaststellen dat het interview van Van Amerongen wel degelijk authentiek is geweest.

Er zijn wel kleine verschillen tussen de interviews, maar die kunnen worden toegeschreven aan de afwijkende werkwijze. Broertjes en Tromp werkten met bandopnamen, Van Amerongen reconstrueerde zijn gesprek achteraf.

De overeenkomsten zijn in dit geval belangrijker dan de verschillen. Hier en daar zegt Bernhard bijna letterlijk hetzelfde tegen zijn interviewers. Over de Lockheed-affaire tegen Van Amerongen: ,,Het is een grote stommiteit geweest.'' En tegen de interviewers van de Volkskrant: ,,Ik was vooral kwaad, kwaad op mezelf: hoe kon je zo stom zijn geweest!''

Aan Van Amerongen vertelt de prins dat hij in een persoonlijke brief aan Holtrop van de Commissie van Drie schreef: ,,U hebt me op m'n donder gegeven en dat was volkomen terecht. Ik wou alleen dat iemand mij eerder op m'n donder had gegeven. Dan was het misschien niet gebeurd. Ik verkeer nu eenmaal in een positie waarin je nooit en te nimmer wordt tegengesproken, waardoor je het besef kwijtraakt wat kan en wat niet kan.''

Tegen Broertjes en Tromp zegt de prins: ,,Door gebrek aan kritiek had ik waarschijnlijk te veel het idee: ik kan alles. Of: alles wat ik doe is goed en moet men maar aanvaarden.''

Ere dus wie ere toekomt: de primeur was voor Van Amerongen.

Kort daarvoor zocht ik in een Amsterdams antiquariaat naar boeken van Jacques de Kadt, in de vorige eeuw een vermaarde politieke essayist, onder meer van het nog steeds verkrijgbare Het fascisme en de nieuwe vrijheid. De Kadt was een kritische, onafhankelijke denker, `een Orwell uit Oss' heeft Bart Tromp hem wel genoemd. Hij verfoeide totalitaire regiems, of ze nu links of rechts waren.

Ik vond twee boeken van hem: De consequenties van Korea (uit 1950) en Uit mijn communistentijd (uit 1965). Ik sloeg de boeken open en zag het meteen: de handtekening van Martin van Amerongen. Hier en daar stonden potloodstreepjes – de streepjes van de journalist die treffende citaten nodig heeft.

Hij had ze met meesterhand gevonden, zag ik later thuis. De Kadt kon erg kwaad worden, te kwaad. Dit vond Van Amerongen in De consequenties van Korea: ,,In een land als Nederland zou het voldoende zijn om 5 à 10.000 communisten in arbeidskampen onder te brengen om de bedrijfsrust te verzekeren en de nationale productie op te voeren.''

In gedachten zag ik Van Amerongen met satanisch genoegen dit citaat overnemen. Hij had het gezien, het was dankzij hem niet onopgemerkt gebleven.