`Toen ik die film zag, dacht ik: oei, oei, loopt dit wel goed af? Je weet wat er gebeurt als je in een munitiemagazijn een sigaret opsteekt'

In de tien dagen voor de begrafenis van prins B. zagen we veel ouderwets bioscoopjournaal voorbijtrekken. Een wereld van zwart-wit, met overal saluutschoten, fabrieksschoorstenen en rokkostuums. Tien dagen leken we te leven in een ver verleden, waarin woorden als Lockheed en Greet Hofmans klonken als mokerslagen. Geluiden waarvan zelfs de echo verstierf.

Zullen we naar de kleur terugkeren?

Of vonden Nederlanders achteraf in prins B. hun verloren identiteit terug? Je zou het haast denken. Het was één en al verlangen naar de tijd toen alles nog overzichtelijk was. Onder ons. De vaandels hoog.

Of hoopten de Nederlanders in stilte dat de komende oorlog net zo gezellig zou blijken als de vorige?

Ook jij, Laurens Jan Brinkhorst, verlangt hevig naar het verleden. In je verbeelding ben je de held van een oeroud Polygoon-journaal. ,,Het is tijd voor een nieuw appèl aan de samenleving'', beweer je in een interview. Appèl, reveil, restauratie. De uitdagingen van vandaag, zeg je, zijn de samenhang in de maatschappij en de Europese gedachte. Ik laat de Europese gedachte maar voor wat ze is, de Europese gedachte drijft nu vooral op de kurk van de moslims, ik ben te overweldigd door je samenhang. Dialoog wil je, en minder verruwing van de zeden.

,,Als ik voor het huis van mijn buurvrouw de hele dag `rothoer' roep, wordt ze boos. Daar moet ik dan niet verbaasd over zijn'', zeg je naar aanleiding van de film Submission van Ayaan Hirsi Ali.

Maar wat als die buurvrouw ook een rothoer is?

Zijn fundamentalisten die moorden en op een totalitaire samenleving uit zijn ineens onze lieve buren? Moeten we terreur tegemoet treden met stroop en beschuit met muisjes?

Je leeft ruggelings, Laurens Jan. In jou leven de tijden voort van prins B. en Doris Day en Greet Hofmans en vader Drees. Wat zijn voor jou kenmerkende voorbeelden van de Verruwing der Zeden? Stickies roken, jeugdvandalisme, voetbalvandalisme. Dat heeft maar een slecht voorbeeld gegeven aan onze immigranten, zeg je.

Stickies roken? Het tijdschrift De Lach bestaat ook allang niet meer, Laurens Jan.

Achteruitgang – 't is maar van welke kant je het bekijkt. Zelden hoor je politici klagen over de vernietiging van scholen, universiteiten, taalvaardigheid, literatuur- en geschiedenisonderricht, catastrofes waarvoor alleen politici verantwoordelijk zijn. Jeugdvandalisme, je meent het, Laurens Jan. Kom je villaatje en je gebreide onderbroek eens uit. Gooi je golftas eens weg. Loop eens de straat op.

Netjes met twee woorden spreken, dat wil je ook terug. ,,Ik ben ertegen om ongeremd van alles te roepen'', roep je. ,,Ik vind niet dat alles moet kunnen.''

Tientallen politici van je generatie roepen het je na. Ach, wat verlangen ze naar de jaren vijftig, toen er nog respect was – voor een grijze staatsman als jij.

Dialoog met de mannen die uit naam van God of Allah hun vrouwen mishandelen acht je nodig. Bij een dialoog met je jeugdvandalen kan ik me nog iets voorstellen. Een oorvijg doet wonderen. Maar met moslimfundamentalisten? Het probleem is, Laurens Jan, excellentie, met uw welnemen, dat fundamentalisten het begrip dialoog niet kennen. Wat jij wilt is het zwaard bestrijden met boterkoek. Ga met pensioen, voor je onze ondergang wordt.