Oplaaien van strijd Falluja vertraagt terugkeer burgers

De gevechten tussen Amerikaanse mariniers en opstandelingen in het voormalige sunnitische rebellenbolwerk Falluja zijn weer opgelaaid. Dit hindert de wederopbouw van deze West-Iraakse stad en vertraagt de terugkeer van de inwoners. Dat heeft een Amerikaanse woordvoerder ter plaatse vandaag verklaard. In de shi'itische stad Kerbala stierven gisteren acht mensen bij een aanslag vlakbij een belangrijk heiligdom.

Bij de gevechten in Falluja, ongeveer 50 kilometer ten westen van Bagdad, zijn de afgelopen dagen zeker zes Amerikaanse mariniers gedood. Amerikaanse officieren ter plaatse zeiden eerder niet te weten of de strijders een restant vormen van de rebellenmacht die er vóór het Amerikaanse offensief van begin vorige maand verschanst zat, of recentelijk weer door de Amerikaanse omsingeling heen in de stad zijn geïnfiltreerd.

De Amerikaanse officier die de wederopbouw van de stad leidt, luitenant Scott Ballard, verklaarde vanochtend dat de terugkeer van de inwoners van Falluja naar hun woningen, die deze week zou beginnen, voorlopig is uitgesteld. Hij zei dat de eerste bewoners zeker niet vóór 21 december terug kunnen: ,,de kwestie van de veiligheid is de essentiële factor'', zei hij. Van de 250.000 à 300.000 inwoners die Falluja in principe telt, zijn er niet meer dan 5.000 tot 10.000 in de stad achtergebleven.

De stad is als gevolg van het offensief zwaar beschadigd – ,,de bevolking zal razend zijn als zij de verwoestingen ziet die in de stad zijn aangericht'', meende gisteren een andere Amerikaanse officier, kapitein Paul Batty. Luitenant Ballard zei dat de herstelwerkzaamheden die in opdracht van de Amerikanen ter hand zijn genomen, niet erg opschieten. Veel aannemers zijn bang voor wraak van de rebellen, zei hij. Hij gaf het voorbeeld van een aannemer wiens arbeiders weigerden te komen werken in Falluja nadat een van hun collega's was vermoord. Een Amerikaanse ingenieur ter plaatse, reserve-luitenant-kolonel Leonard Defrancisco, schatte dat het ,,jaren zal duren voor de situatie van vóór de oorlog is hersteld, en maanden voor enige activiteit in de stad op gang kan worden gebracht''.

Bij de bomaanslag in Kerbala, bij het heiligdom van Imam Hussein, vielen behalve de acht doden meer dan 30 gewonden. Doelwit van de aanslag was naar wordt aangenomen een hoge shi'itische geestelijke, sjeik Abdul Mehdi al-Karbalai, een naaste volgeling van groot-ayatollah Ali Sistani, Iraks invloedrijkste geestelijk leider. Sjeik Karbalai was een van de gewonden. De aanslag werd gezien als onderdeel van sunnitische pogingen een burgeroorlog aan te stoken.

De Amerikaanse president George Bush waarschuwde Syrië en Iran gisteren zich niet te bemoeien met de komende verkiezingen in Irak, en in plaats daarvan de Iraakse interim-regering ter steunen. Zijn waarschuwing volgde op een uitval van de Iraakse interim-minister van Defensie naar deze twee landen.