Nog geen medische hulp voor `lijders aan leven'

De discussie over hulp bij zelfdoding aan wie lijdt aan het leven is heropend. De KNMG reageert nauwelijks. Terwijl steeds meer oude mensen veeleisend worden.

De ene arts doet ruimere ervaring op in het lijden van zijn patiënten dan de andere. Zo lopen verpleeghuisartsen sneller de kans patiënten te treffen die `lijden aan het leven'. Bijvoorbeeld een mevrouw die overleed toen ze 96 was, maar daarvoor al 16 jaar was gaan slapen in de hoop niet meer wakker te worden.

Het voorbeeld staat in het vandaag verschenen rapport van de comissie-Dijkhuis, dat een poging doet de euthanasiediscussie te heropenen. De belangrijkste conclusie luidt dat niet principieel mag worden uitgesloten dat artsen mensen die aan het leven lijden, hulp bij zelfdoding geven.

Artsenorganisatie KNMG, op wiens verzoek het advies is geschreven, reageert opvallend gematigd op het rapport. De KNMG heeft zich jaren nauwelijks in de zogeheten klaar met leven-discussie willen mengen, in afwachting van juist dit advies. Maar nu het er is, wil voorzitter P. Holland niet zeggen of de KNMG de hoofdconclusie onderschrijft. Eerst gaan ze deze ,,complexe problematiek'' verder onderzoeken. Viel de conclusie soms tegen? ,,Daar gaat het niet om'', zegt Holland.

Tussen het medisch domein van artsen en het lijden van oude mensen leek het terein van de euthanasie-regelgeving aanvankelijk enigszins braak te komen liggen. Toen in het Chabot-arrest van de Hoge Raad uit 1994 eenmaal was vastgesteld dat psychisch lijden ook een grond voor hulp bij zelfdoding kan zijn, leek het volgens de letter van de jurisprudentie niet uitgesloten dat dit ook voor het lijden aan ouderdom zou kunnen gelden. Vanuit die gedachte besloot tenminste P. Sutorius, huisarts van de aan het leven lijdende ex-senator Brongersma, hem in 1998 op diens verzoek te helpen bij zelfdoding. Sutorius reageerde vanmorgen opgelucht op het standpunt van de commissie-Dijkhuis, dat zijn overwegingen impliciet erkent: ,,Goed dit te horen. Het geeft aan dat ze mijn verdediging in de rechtszaal van destijds wel vinden kloppen.''

Zijn zaak was geruchtmakend, omdat het in het buitenland zo gevreesde hellend vlak rond het legaliseren van euthanasie nu wel heel nadrukkelijk werd betreden. De Hoge Raad volgde de redenering van Sutorius dan ook niet en bakende de grenzen van de euthanasieregels in het Brongersma-arrest van 2002 scherp af: nooit was bedoeld dat artsen mensen die niet ziek zijn uit hun lijden verlossen. Want alleen ziekte, ofwel pathologisch lijden, behoort tot het domein van de arts, was de redenering. De commissie-Dijkhuis vindt dat te streng.

De angst voor het verlies aan autonomie en de angst om af te takelen, lijkt intussen nogal manifest onder ouderen. Dinsdag bleek dat nog tijdens een bijeenkomst over de `laatstewilpil' waarmee ouderen zelfstandig een einde aan hun leven willen kunnen maken op een moment dat hen past. Dat de organiserende NVVE zijn naam al veranderde van Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie in de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, zegt in dat verband veel. De leden stromen, ook nu de euthanasiewet er is, toe.

De NVVE-leden weten namelijk precies wat de euthanasiewet ze bieden kan en vooral: wat niet. Bij de NVVE zijn ze ervan overtuigd dat de animo voor een `laatstewilpil' voortkomt uit de angst dat artsen geen hulp bij zelfdoding zullen geven, als zij daarom vragen. Dan dus maar zelf zo'n zelfdodingsmiddel door de Kamer zien te krijgen, ooit bedacht door de voormalig vice-voorzitter van de Hoge Raad Huib Drion. De kans dat het lukt is niet groot, nu het CDA weer in het kabinet zit. De NVVE pleit daarom al niet meer voor de daadwerkelijke verstrekking van zo'n middel, maar voor een garantieverklaring die als het moment daar is, door een oudere kan worden omgeruild tegen het middel. ,,Als de wetgever de conclusie van de commissie-Dijkhuis zou overnemen'', aldus NVVE-voorzitter R. Jonquière vanmorgen in reactie op het rapport, ,,dan zou een grote groep mensen niet meer hoeven opteren voor een laatstewilpil''. Hij noemt het dan ook ,,jammer'' dat de KNMG nog niet in het advies meegaat.

Dertig procent van de artsen heeft wel eens een verzoek om hulp bij zelfdoding gekregen van iemand die `klaar met leven' was. Driekwart van de artsen vond het ondenkbaar hieraan te voldoen. Net als de Hoge Raad. Het is daarom niet verbazend dat de KNMG nog terughoudend is. Maar de kloof tussen deze artsen en hun steeds mondiger patiënten groeit.