Inburgeringsexamen voor 240.000 vrouwen in 2010

Alle 240.000 allochtone vrouwen in Nederland die weinig tot geen Nederlands spreken, moeten uiterlijk in 2010 een inburgeringsexamen hebben gehaald.

Dat bepleit de commissie PaVEM (Participatie van Vrouwen uit Etnische Minderheden) in het nationale actieplan Taal Totaal. De commissie, waarvan prinses Máxima deel uitmaakt, jut in opdracht van de ministers De Geus (Sociale Zaken) en Verdonk (Integratie) de gemeenten op om allochtone vrouwen bij de samenleving te betrekken. Het plan sluit aan bij het nieuwe inburgeringsstelsel dat minister Verdonk in 2006 wil laten ingaan.

Alle oudkomers, allochtonen die al geruime tijd in Nederland wonen maar het Nederlands nog onvoldoende spreken, worden dan verplicht om taallessen te volgen en binnen vijf jaar een inburgeringsexamen te halen.

Maar omdat het aanbod aan cursussen vooralsnog niet voldoende is, geeft Verdonk voorrang aan nieuwkomers, allochtone vrouwen, werklozen en uitkeringsgerechtigden en imams.

PaVEM wil dat de inburgering van allochtone vrouwen sneller verloopt dan het kabinet van plan is. Daarvoor is de komende zes jaar 300 miljoen euro nodig, aldus voorzitter Paul Rosenmöller gisteren bij de presentatie van het plan in Den Haag.

Volgens prinses Máxima ,,is taal de sleutel tot integratie''. Ze zei dat werkbezoeken in het land haar hebben geleerd dat allochtone vrouwen ,,ongelooflijk trots zijn als ze eindelijk het rapport van hun kinderen kunnen lezen''. ,,Veel vrouwen willen echt taallessen volgen. Ze zijn trots en zelfverzekerd als ze op school of in de winkel Nederlands kunnen praten.'' Prinses Máxima stelde voor om de moeilijke groep vrouwen – vrouwen die het huis niet uit mogen of dat zelf niet durven – het eerste jaar thuis taalles te geven.

Voor de financiering van Taal Totaal wil PaVEM een beroep doen op de landelijke overheid, gemeenten, sociale partners, werkgevers en op het Europees Sociaal Fonds. Het plan daartoe wordt de komende maanden uitgewerkt.

Verdonk zei blij te zijn met het initiatief. ,,Meer allochtone vrouwen kunnen op die manier sneller hun taalachterstand inlopen'', aldus de minister.

Haar collega De Geus wees er op dat slechts 29 procent van de Turkse en 28 procent van de Marokkaanse vrouwen in Nederland betaald werk verrichten, tegenover 57 procent van de autochtone vrouwen. De taalachterstand van de Turkse en Marokkaanse vrouwen is een van de belangrijkste redenen voor die geringe deelname aan de arbeidsmarkt.