Identiteit van de moslima is oprecht

Maak geen vuist tegen de hoofddoek maar tegen dwang, stelt Yasmina Ben-Koubia.

In reactie op de Pietje Bell lezing van Naema Tahir zou ik willen vragen: hoe oprecht of vals is de nieuwe identiteit van de moslima, waarvan de hoofddoek, als geuzendracht, het symbool vormt?

Laten we kijken of we Naema Tahir goed hebben begrepen. Zij stelt dat de hoofddoekdragende moslima (H-moslima) een wankele identiteit heeft en laveert tussen verleidelijke vrijheid en geborgenheid. Verder kunnen we lezen dat de H-moslima van twee walletjes eet en dat ze zichzelf niet relativeert, dat ze een spel speelt om maatschappelijke invloed te verkrijgen, en dat ze, tot slot, ertoe wordt opgevoed in te werken op het schuldgevoel der mensen, opdat ze dit naar haar eigen hand kan zetten.

Naema Tahir, ik begrijp jouw bedenkingen betreffende de persoonlijke ontwikkeling van je H-moslimzusters. Maar dat je de identiteit van de H-moslima wankel en hypocriet noemt, vind ik van weinig interactief inlevingsvermogen getuigen. Jouw ervaring is een zekere waarheid en mag niet worden ontkend, maar er bestaan ook andere waarheden. Vormt het besef van de eigen positionering ten opzichte van andere leden in de samenleving niet juist meerwaarde voor het eigen identiteitsbesef?

Ik vraag je waarom je het beestje achter deze versluiering niet bij naam noemt. Het beestje heet namelijk Dwang. Dit beestje ben jij ook tegengekomen. Jij noemt het beestje echter `hoofddoek', wat ik vreemd vind. In mijn universitaire omgeving merk ik bijvoorbeeld niets van `de hoofddoek', behalve van de mijne, en toch zie ik (ook daar) het beestje Dwang rondhuppelen. Daar zit ik dan, in een witte omgeving. Het contrast tussen de universiteit en mijn `zwarte' middelbare school is treffend en maakt dat ik mij erg bewust ben van mijn witte omgeving. Zoals jij ervaart dat de massa's H-moslima's in de publieke ruimte het dragen van `de hoofddoek' afdwingen, zo ervaar ik de witte mensenmassa als een dwingende kracht om mijzelf te witten.

Nu zou jij kunnen opperen dat ik hier appels met peren vergelijk, dat `de hoofddoek' niet te vergelijken is met de normerende invloed van de witte samenleving op mijn persoon. Ik wil ook niet beweren dat `de hoofddoek' per definitie slecht is, net zoals ik niet wil zeggen dat `de witte samenleving' per definitie slecht is. Het gaat mij om de dwingende, discriminerende en onderdrukkende elementen die zich achter `de hoofddoek' en achter `de witheid van de samenleving' schuilhouden.

Jij erkent deze kracht van het beestje Dwang ook wanneer je aan het einde van je tekst schrijft: ,,We mogen jou best vragen om niet overal en altijd wanneer je dat zelf wilt een hoofddoek te dragen.'' Maar heb je je wel afgevraagd hoe oprecht de nieuwe identiteit van de H-moslima is, waarvan de hoofddoek, als geuzendracht, het symbool vormt?

Ik zal het je zeggen: zeer oprecht. Het is oprecht, omdat het van haarzelf is, gecreëerd voor en in de situatie waarin zij zelf verkeert. Wat wij `als wij' moeten aanpakken, is dus niet de `fundering' van de identiteit van de H-moslima, maar de invloed van de discriminerende en onderdrukkende elementen in haar leefomgevingen. Het zijn deze negatieve, levensbelemmerende elementen waartegen wij als zusters een vuist kunnen, en moeten, vormen.

Yasmina Ben-Koubia studeert geschiedenis in Leiden en vrouwenstudies in Utrecht.