Filosoof Thales zou nu een Turkse pas hebben

Ook de geschiedenis wordt vaak ingezet als argument tegen Turkse toetreding tot de Europese Unie. Maar ook tijdens het Ottomaanse Rijk waren er intieme banden met Europa.

En daar zijn opeens de monumenten, midden in Anatolië, niet eens zo ver weg van de grens met Irak. De beelden bij Nemrut werden neergezet door de megalomane koning Antiochus I, die naar eigen zeggen afstamde van Alexander de Grote en koning Darius van Perzië en in de eerste eeuw voor Christus naast de goden ook vooral zichzelf wilde vereeuwigen. Antiochus is al lang vergeten maar de stenen zijn er nog. En al zo'n 2.000 jaar spreken ze iedereen tegen die beweert dat Turkije niets met Europa te maken heeft – naast oosterse goden vereeuwigen de stenen immers ook onder andere Zeus en Herakles. En de teksten op de stenen zijn geschreven in oud-Griekse lettertekens.

Vandaag of morgen neemt de Europese Unie een besluit of zij onderhandelingen met Turkije wil openen over lidmaatschap. In de discussies die inmiddels overal over het Turkse lidmaatschap wordt gevoerd, zeggen tegenstanders keer op keer dat Turkije `anders' is. `Zij' zijn moslim, zo wordt er gezegd, `wij' zijn christen, `zij' hadden tot in de twintigste eeuw het Ottomaanse Rijk, `wij' hadden de Franse Revolutie, waarna `wij' steeds democratischer werden. En zo wordt naast godsdienst ook vaak de geschiedenis tegen Turkije ingezet. Was rond 1980, toen Griekenland – ondanks bezwaren van de Europese Commissie, die vond dat het land nog niet klaar was – plaats mocht nemen aan de grote tafel in Brussel de geschiedenis (en dan met name de Klassieke Oudheid) een van de hoofdredenen om Athene toch te accepteren, nu wordt diezelfde geschiedenis een van de argumenten om Turkije buiten de deur te houden.

Pikant daarbij is natuurlijk dat grote delen van Turkije in het hart van de oud-Griekse cultuur lagen. Neem de filosofie. Van oudsher begint in alle handboeken de westerse filosofie met Thales, die ervan uitging dat alles uiteindelijk herleid kon worden tot water. Maar Thales woonde in Milete, in Klein Azië, hetgeen hem, als hij nu zou leven, een Turks paspoort zou opleveren. Datzelfde geldt voor Aeneas, die, aldus Vergilius, wegvluchtte uit Troje toen de stad werd veroverd door de Grieken en via allerlei omzwervingen in Italië terechtkwam. Ook Troje wordt in Klein-Azië gesitueerd, bij het huidige Çanakkale.

Dat de Turken deze geschiedenis en verwantschap niet optimaal hebben geëxploiteerd, is voor een groot deel ook hun eigen schuld. In plaats van Thales vereren Turkse nationalisten liever Mongoolse inscripties uit de achtste eeuw waarin voor het eerst het woord `Turk' voortkomt. En ook in Turkse geschiedenisboekjes wordt 1453, het jaar dat Constantinopel viel, omschreven als een breuk en niet als stap voorwaarts in een geschiedenis die vooral gekenmerkt wordt door continuïteit. Hoe gevoelig 1453 en die breuk liggen, bleek nog tijdens het Songfestival dat dit jaar in Istanbul werd gehouden. `Hallo Constantinopel', zei de jury uit (Grieks-)Cyprus tijdens de repetities toen ze de punten wilden doorgeven. `Onacceptabel' oordeelden de Turkse gastheren – deze stad heet Istanbul.

Toen na de verovering van Constantinopel de Ottomanen de smaak te pakken kregen en oprukten tot voor de poorten van Wenen, ontstond in Europa het beeld van de `verschrikkelijke Turk', de onmens die verovert, martelt, moordt en verkracht. Maar ook tijdens dat Ottomaanse Rijk bestonden er intieme banden tussen West-Europa en de Ottomanen. Zo komt de tulp weliswaar oorspronkelijk uit Perzië (waar ze haar naam kreeg door de gelijkenis met een tulband). Maar het was in het Ottomaanse Rijk dat zij door Europa werd ontdekt. En het was dit Turkse exportartikel dat in Nederland tot zijn grootste bloei kwam en uiteindelijk in de achttiende eeuw voor exorbitante prijzen weer werd terug-geëxporteerd naar het Ottomaanse Rijk (vandaar dat veel Turken de tulp meer als een verhaal van Ottomaanse mislukking zien dan als succes: zij hadden gewild dat niet Nederland maar het Ottomaanse Rijk de exporteur was geworden.)

De verwevenheid van Europa met het Ottomaanse Rijk ging veel verder. Zo leefden binnen het Rijk tot de twintigste eeuw aanzienlijke religieuze minderheden: de Armeniërs, de Grieks-orthodoxen en de joden. Omdat zij veel contact hadden met de wereld `buiten', speelden zij een belangrijke rol bij de modernisering van het Ottomaanse Rijk, dat in de loop der tijd steeds meer de `zieke man van Europa' werd. Zo ziek werd het Rijk, dat het steeds meer open ging staan voor Europa. De sultans, die de andere monarchen van Europa van oudsher als ondergeschikten beschouwden, stuurden al aan het einde van de achttiende eeuw gezanten naar Europa om beter te begrijpen wat daar gebeurde. Dat ging niet onopgemerkt. Zo verdrongen in Frankrijk drommen vrouwen zich om Mehmet Efendi, wiens zoon, Said Efendi, een ster in de salons werd omdat hij Frans leerde. Said Efendi kreeg, na zijn terugkeer, toestemming van sultan Ahmed III (1703-1730) om de eerste drukpers in het Ottomaans te laten draaien. (Tot die tijd was het verboden om boeken te drukken in talen die door moslems werden gesproken, ook al kenden de Ottomanen de boekdrukkunst wel).

Hoe verder het verval van het Ottomaanse Rijk verder ging, hoe meer grote delen van de elite naar Europa keken om dat verval te stuiten. Tijdens de Krimoorlog (1853-1856) verbleven Europese soldaten in Istanbul voordat zij naar het front gingen – en ze oefenden grote invloed uit op de Ottomaanse cultuur. ,,Tot aan de manier van eten toe'', aldus de historicus Zafer Toprak in een gesprek met deze krant. Belangrijkste voorbeeld van Europeanisering is de grondwet die in 1876 werd aangenomen. De constitutie was sterk geïnspireerd op de grondwet van België. Na enkele jaren schortte sultan Abdulhamid de grondwet de facto op, maar zij blijft een voortdurend symbool van hoe dicht delen van de Ottomaanse elite toen al bij Europa waren komen te staan.

Dat geldt natuurlijk zeker voor Mustafa Kemal, die later als Atatürk de vader van de Turkse Republiek zou worden. Zijn carrière maakte hij als militair in de laatste fase van het Ottomaanse Rijk, en het was als Ottomaan dat hij in contact kwam met de Verlichting en de Franse Revolutie. Montesquieu, Voltaire, Rousseau – ze waren allemaal doorgedrongen in het Ottomaanse Rijk en Atatürk kende ze allemaal (al blijkt nu tot grote ergernis van de Turkse elite uit historisch onderzoek dat hij ze wel eens door elkaar haalde). Cultuur is universeel, leerde Atatürk van de Franse Revolutie, dus ook de Turken moeten deel hebben aan die universele cultuur.