Bernhard blijft een pathologische mooiprater

Het interview van Bernhard met de Volkskrant voegt niets toe aan de kennis die we hebben omtrent de Hofmans-affaire, menen Hugo Arlman en Gerard Mulder.

Wie de lawine aan artikelen en programma's over prins Bernhard de afgelopen week een beetje heeft gevolgd, moet wel de indruk krijgen dat er grensverleggende inzichten zijn ontstaan over de geschiedenis van het koninklijk huis, en over de Greet Hofmans-affaire in het bijzonder. Maar welke zijn dat dan?

In het grote Bernhard-interview – `Bernhard spreekt' – in de Volkskrant van 14 december schetst de prins zichzelf als een slachtoffer van de kliek rond de gebedsgenezeres Greet Hofmans, die ook zijn vrouw had betoverd. ,,Ze probeerden mij eruit te werken, de mensen rond mijn vrouw. Dat deden ze door kwaad te spreken. Bijvoorbeeld door het verhaal te verspreiden dat ik Trix versneld op de troon wilde hebben'', zegt hij. Maar Bernhard schetst zichzelf ook als de wreker die de Augiasstal op Soestdijk genadeloos uitmestte. ,,Ik ben naar Drees gegaan, heb gezegd, `nu geen dag langer, die mevrouw Hofmans moet weg'.'' Dat Bernhard persoonlijk de zaak-Hofmans bij Drees heeft aangekaart, is nieuw. Maar wanneer was dat dan?

In de Volkskrant wordt gesuggereerd dat onmiddellijk na Bernhards bezoek aan Drees, de premier een Commissie van drie Wijze Mannen formeerde om ten paleize schoon schip te maken. Verderop in hetzelfde interview claimt Bernhard daarentegen de zaak aan het rollen te hebben gebracht door zijn goede journalistenvriend Sefton Delmer van de Londense Daily Express te vragen: ,,Kun jij ervoor zorgen dat die troep eindelijk gepubliceerd wordt? Want hier doet de pers alsof er niets aan de hand is.''

Inderdaad – maar dat was al langer bekend – leidde het inschakelen van Delmer tot veel publiciteit in buitenlandse bladen (Der Spiegel, Daily Express, Associated Press). Pas daarna stelde Drees de al genoemde commissie in. Wat gaf nu de doorslag: het bezoek van Bernhard aan Drees, of de publiciteit? Onbedoeld maakt de prins op deze manier de geschiedenis nog troebeler dan hij al is.

Hetzelfde geldt voor de vondsten die vrijwel tegelijkertijd met de Bernhard-publicatie in de Volkskrant werden gedaan in diverse tot op heden gesloten archieven. De belangrijkste daarvan is een notitie in de particuliere collectie van mr. C.W.L. Fock, destijds secretaris-generaal van Algemene Zaken. ,,Er is in die kring'', schrijft Fock over de prins en zijn vrienden, ,,ernstig over gedacht de Koningin uit de ouderlijke macht te ontzetten. (...) Ook is er gedacht aan een ontoerekeningsvatbaarheidsverklaring van de Koningin.'' Dit zou vanzelfsprekend tot troonsafstand van Juliana hebben geleid. Volgens Fock behoorde tot die kring de minister van Buitenlandse Zaken mr. J.W. Beyen, die in de ministerraad steun kreeg van de minister van Landbouw S.L. Mansholt en van de minister van Oorlog en Marine ir. C. Staf.

In geval van Juliana's aftreden zou ze worden opgevolgd door prinses Beatrix, ,,waarbij de prins meende grote invloed op zijn dochter te zullen uitoefenen''.

Dit klinkt als een sensationele onthulling, maar er is iets mee. Van de opmerking van Fock dat Bernhard veel invloed had op zijn dochter Beatrix, gaat de suggestie uit dat Bernhard tuk was op politieke macht. Aan de ene kant is er reden aan zulke beweringen van politieke insiders als Fock gewicht te hechten; anderzijds heeft nooit iemand Bernhard kunnen betrappen op andere begeertes dan een leuk leven. Als hij politieke macht had gewild, zou hij in 1947 wel zijn ingegaan op het voorstel van zijn toenmalige vriend en woordvoerder, I.G. van Maasdijk, naam en status te lenen aan een staatsgreep. In een gesprek dat wij in mei 1982 met Fock hadden over de Greet Hofmans-affaire, maakte hij geen melding van Bernhards aspiraties.

Misschien kon Fock zich bij het neerpennen van de gewraakte zin over Bernhard niet onttrekken aan de invloed van allerlei theorieën die al decennia lang door de Nederlandse media spookten. Want of het nu het communistische dagblad De Waarheid was, of het rechts-onafhankelijke dagblad De Telegraaf, de Hofmans-affaire moest en zou een politieke affaire zijn. Een strijd van de sabelrinkelende `NAVO-prins Bernhard' tegen de zachte krachten van Juliana's pacifisme. Dat het in werkelijkheid een particulier drama was dat zich afspeelde in een koninklijk gezin, vond niemand interessant. Zoals Fock dat in 1982 tegen ons formuleerde: ,,De oorzaken waren geheel privé, maar er is in de loop der jaren een heel web van andere zaken omheen gesponnen.''

Wel is Fock altijd consistent geweest in zijn beschrijving van een lobby gericht op het aftreden van de koningin en over de strategie van Drees. Die luidde simpelweg: wat er gebeurt, Juliana blijft op de troon. Dat had een paar consequenties: een echtscheiding, ontzetting uit de ouderlijke macht, ontoerekeningsvatbaarheidsverklaring waren voor een regerend vorstin ondenkbaar. Als daarvoor wat concessies van Juliana nodig waren, tant pis. Zolang de commissie van Wijze Mannen binnen de bovengenoemde uitgangspunten bleef, maakte het Drees weinig uit hoe het werd geregeld.

Aan de afloop van de Hofmans-affaire kan iedereen afmeten hoezeer Drees in zijn opzet is geslaagd. Juliana deed een paar conccessies – Hofmans niet meer zien, een paar leden van haar hofhouding ontslaan – maar ze bleef op de troon, ze bleef de vrouw van Bernhard, ze bleef de moeder van haar kinderen. Dat Juliana zich ervan bewust was dat zij de voor haar zo goede afloop slechts aan één man te danken had, bewijst de ereplaats die een foto van Drees op haar bureau innam. Maar blijkens het interview in De Volkskrant achtte ook Bernhard zich winnaar in het conflict uit 1956: ,,Toen [de drie Wijze Mannen] mijn kant kozen en mevrouw Hofmans dus van het toneel moest verdwijnen, was dat voor mij voldoende.'' En verderop: ,,Zo is het gegaan. Het was nog de enige manier om mijn vrouw te kunnen stoppen.''

Het is haast te mooi om waar te zijn, een conflict waarbij beide partijen zich tot winnaar uitroepen. Is het dus wel waar? Het is waar als het Bernhard er inderdaad alleen maar om te doen is geweest Greet Hofmans uit de omgeving van zijn vrouw te zien verdwijnen. De vraag blijft of het hem echt alleen maar daarom ging. In het Volkskrant-interview ontkent Bernhard krachtig dat hij zijn vrouw van de troon had willen laten verwijderen (,,Totale onzin en laster'', ,,Totale kolder''). Toch is het moeilijk voorstelbaar dat zich rondom de prins een kring van vrienden zou vormen die voor abdicatie was, zonder dat Bernhard daar zelf bijhoorde. Nog altijd is het wachten op archiefstukken waaruit blijkt dat Bernhard voorstanders van aftreden van zijn vrouw tot de orde riep. Voor zowel Fock als voor zijn collega-secretaris-generaal dr. H.N. Boon van Buitenlandse Zaken – vanaf begin jaren vijftig nauw betrokken bij pogingen het Hofmans-schandaal uit de pers te houden – stond de actieve betrokkenheid van Bernhard en van zijn vriend J.W. Beyen bij pogingen Juliana te doen aftreden buiten kijf. Beyen heeft ook in de ministerraad zijn mening niet onder stoelen of banken gestoken. Hoe valt dit te rijmen met de eerdere vaststelling dat Bernhard geen enkele politieke macht ambieerde? Mogelijke verklaring is dat Bernhard zijn vrouw gewoon niet geschikt (meer) achtte voor haar ambt.

Het interview van Bernhard met de Volkskrant voegt niets toe aan de kennis die we hebben omtrent de Hofmans-affaire. Het enige wat duidelijk wordt, is dat Bernhard een pathologische behoefte heeft gehad zijn naam en zijn leven mooier voor te stellen dan het was.

Hugo Arlman en Gerard Mulder zijn journalist en auteur van het boek `Van de prins geen kwaad. Prins Hendrik en andere dossiers van Oranje (1982)'.