AOW of POR?

De met afstand populairste sociale verzekering is geregeld in de Algemene ouderdomswet (AOW). Geen wonder. Iedereen die nu premie betaalt hoopt vanaf de maand waarin zij 65 jaar wordt, van haar staatspensioen te kunnen genieten. Premiebetalers realiseren zich doorgaans niet dat de in 1957 ingevoerde AOW geen verzekering is, omdat vrijwel ieder verband ontbreekt tussen in het verleden betaalde premies en opgebouwde aanspraken. De hoogte van de uitkering hangt af van het aantal jaren dat iemand in Nederland heeft gewoond. Of hij in die tijd premie heeft betaald doet niet ter zake. Wie direct na zijn afstuderen gaat samenwonen met een kostwinner en gedurende de rest van zijn leven geen eigen inkomen verdient – en dus geen AOW-premie verschuldigd is – heeft vanaf zijn 65ste desondanks recht op een uitkering van 7.953 euro (gehuwd) dan wel 11.758 euro (ongehuwd) per jaar. Modale lezers van deze krant betalen het grootste deel van hun leven de maximumpremie. Dit jaar 17,9 procent over de eerste 29.543 euro van hun belastbare inkomen in box I. Het meerdere inkomen is vrijgesteld van premieheffing.

Toch krijgen mensen die jarenlang de maximumpremie voldoen, later geen cent méér AOW dan mensen die nooit premie hebben betaald. De AOW wordt dus gedomineerd door onderlinge solidariteit van de deelhebbers. Die solidariteit komt ook tot uiting in de inkomensafhankelijke premie: wie omstreeks 15.000 euro verdient, betaalt slechts half zoveel premie als de modale NRC-lezer die over bijna 30.000 euro premie afdraagt.

De Verenigde Staten kennen al sinds 1935 een min of meer met onze AOW vergelijkbare regeling. De premie bedraagt daar 12,4 procent over ten hoogste 87.900 dollar inkomen. Anders dan hier is de uitkering echter niet voor iedereen gelijk. Zij is voor een deel gerelateerd aan het inkomen dat iemand in zijn beste jaren heeft verdiend en waarin dus de meeste premie is betaald. Bovendien kent het Amerikaanse old age pension een variabele pensioenleeftijd. Wie de uitkering vanaf zijn 63ste claimt, krijgt een veel lagere uitkering dan wie de uitkering pas op zijn 67ste aanvraagt.

Vanuit de verzekeringsgedachte is dat logisch: hoe korter de periode waarin de uitkering loopt (tot het moment van overlijden), hoe hoger de uitkering kan zijn. Deze regeling laat zien dat in de VS het idee van een fair deal voor de burgers sterker is ontwikkeld dan in Nederland. Hier is leidend ideaal dat `sterke schouders' de lasten van de armen dragen.

President George W. Bush, veruit de meeste Republikeinen en een behoorlijk aantal Democraten willen het verzekeringskarakter van het Amerikaanse ouderdomspensioen verder versterken. In het Congres circuleert daartoe inmiddels een aantal initiatiefwetsontwerpen om het old age pension gedeeltelijk te privatiseren. Het wetsvoorstel van Jim Kolbe (Republikein, Arizona) en Allen Boyd (Democraat, Florida) is illustratief. Volgens dit wetsontwerp mogen premiebetalers straks 2 procent van hun inkomen tot aan de bestaande premiegrens van 87.900 dollar op een persoonlijke rekening storten.

Wie hiervoor kiest, betaalt nog maar 10,4 procent aan collectieve premie. Doordat de laatstbedoelde premie daalt van 12,4 procent tot 10,4 procent, ontstaat een tekort in het Trust Fund dat de collectieve regeling uitvoert. Dit deficit wordt deels aangezuiverd door de uitkeringen op de lange termijn te verlagen en de premiegrens op te trekken tot 133.200 dollar. De Amerikaanse middengroepen gaan dus per saldo meer collectieve premie betalen. Ondanks wat lagere uitkeringen en de lastenverzwaring voor de middengroepen doet het Kolbe-Boyd plan het begrotingstekort de eerstkomende tien jaar met 660 miljard dollar toenemen. Dat heeft het onpartijdige Congressional Budget Office voorgerekend.

Het tekort op de Amerikaanse begroting is al verontrustend groot. Toch maken sommige economen weinig bezwaar tegen een nog verder oprekken van het tekort om lopende pensioenuitkeringen te kunnen blijven financieren. De miljarden op de persoonlijke pensioenrekeningen moeten per slot van rekening worden belegd. Veel Amerikanen met een deels geprivatiseerd old age pension zullen hun geld straks veiligheidshalve in staatsobligaties willen beleggen. Dus is het geen probleem dat de Amerikaanse overheid voor honderden miljarden extra obligaties aanbiedt. Wel zullen de rentelasten na verloop van tijd flink oplopen. Dit maakt een deel van de pensioentoezeggingen aan de huidige werkenden eerder zichtbaar in de overheidsbegroting. Sommigen zien dat als een bijkomend voordeel.

Beleidsmakers in Nederland kunnen overwegen volgens dezelfde opzet onze door de vergrijzing bedreigde AOW voor een stukje te privatiseren. Tot nu toe piekeren ze daar niet over. Ten onrechte. Premiebetalers zouden het recht moeten krijgen voortaan een deel van hun AOW-premie voor zichzelf te beleggen via een persoonlijke oudededagsrekening (POR). Omdat alle door de overheid geïncasseerde AOW-premie op dit moment nodig is voor al lopende uitkeringen, komt het Ouderdomsfonds dan te kort. Om dit gat te stoppen kan de AOW-uitkering omlaag. Dat zal burgers prikkelen om een POR op te bouwen, maar treft senioren hard die uitsluitend van de AOW moeten rondkomen. De oplossing ligt volgens mij voor de hand. Ouderen betalen op dit moment geen AOW-premie. Door aan die vrijstelling een einde te maken, stijgt de premie-opbrengst met 2 miljard euro. Deze extra premieopbrengst – alleen opgebracht door 64-plussers met inkomen naast hun AOW-uitkering – schept financiële ruimte om 65-minners (op vrijwillige basis) met een POR te laten beginnen.