Regels voor hof blijven gelijk

Premier Balkenende voelt niet voor aanpassing van de regels voor de ministeriële verantwoordelijkheid voor leden van het koninklijk huis. Hij zei dat gisteren in de Kamer bij de begrotingsbehandeling van zijn ministerie van Algemene Zaken.

Balkenende reageerde hiermee op vragen die waren gerezen na het interview met prins Bernhard dat gisteren in de Volkskrant verscheen. De premier zei er volkomen door verrast te zijn, maar meent dat het postume interview geen element vormt voor ,,het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid''. Hij zei dat kabinet en parlement zich ,,neer moeten leggen'' bij het na de dood verschijnen van een interview met een lid van een koninklijk huis. ,,Omdat wij over de inhoud daarvan niet meer kunnen spreken met de betrokkene.''

Volgens Balkenende is de staatsrechtelijke verantwoordelijkheid van de minister-president voor alles wat het staatshoofd en overige leden van het koninklijk huis doen en zeggen ,,geen statisch gegeven''. Leden van het koninklijk huis hebben volgens de premier meer ruimte voor hun eigen opvattingen naarmate ze verder van het staatshoofd staan. Daarom is er volgens Balkenende geen reden iets aan de regels hieromtrent te veranderen. ,,Het gaat steeds om ruimte bieden en grenzen stellen.''

De premier gaf aan dat prins Bernhard hem begin dit jaar toestemming had gevraagd om in een open brief aan de Volkskrant zijn hart te luchten. Balkenende had daar toen geen bezwaar tegen en gaf aan dat zijn overwegingen nu niet anders zijn. ,,De kern van mijn afweging was dat hij geen deel uitmaakte van de troonopvolging en vanwege zijn hoge leeftijd niet betrokken was bij de ondersteuning van de koninklijke functie.''

Verder reageerde Balkenende getergd op kritiek van de VVD en van oppositionele Kamerfracties dat het ontbreekt aan eenheid van kabinetsbeleid en daarmee aan leiderschap. ,,Flauwekul'', vond de premier. Hij noemde een lange lijst van ,,hoofdlijnen'' waarop zijn kabinet juist sterk als eenheid had geopereerd en meent dat het niet nodig is de positie van de premier in regels te versterken.

Premier Balkenende weet het beeld dat is ontstaan van een kabinet waarin het aan eenheid en leiding ontbreekt aan, wat hij noemde, ,,de mediademocratie''.

In elk kabinet komt het volgens de premier voor dat bewindslieden opmerkingen maken die aanleiding geven tot discussie. ,,De mediademocratie vergroot deze zaak nog eens uit. Hoe meer media, hoe meer interviews en hoe meer kans om verkeerd begrepen te worden.'' Het gaat hierbij volgens Balkenende nooit om ,,kernelementen van het beleid''.

Bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van Algemene Zaken kwam gisteren ook voor het eerst die van het koninklijk huis ter sprake. Wat het Kamerlid Kalsbeek (PvdA) betreft moet het kabinet de met het koninklijk huis samenhangende kosten duidelijker verantwoorden. Ook waren voor haar de ontboezemingen van prins Bernhard in de Volkskrant van gisteren aanleiding nog eens te pleiten voor openstelling van die stukken in het Koninklijk Huisarchief die ,,het openbaar belang raken''. Maar een motie van die strekking wees Balkenende van de hand. ,,Er berusten in dit archief alleen particuliere bescheiden'', meent de premier. En daarvoor geldt de Archiefwet, die openbaarheid regelt, dan ook niet.

Balkenende ziet bij één stuk dat zich bevindt in het Koninklijk Huisarchief mogelijk een uitzondering. Het gaat om het rapport van de commissie-Beel die midden jaren vijftig heeft onderzocht welke rol gebedsgenezeres Greet Hofmans speelde in het koninklijk huis.