Pragmatische vrouwenliefhebber

Prins Bernhard leek te genieten van zijn reputatie als womanizer. Maar hij was in zijn relaties met vrouwen vooral zakelijk , vinden Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra.

Een belangrijk onderdeel van het zorgvuldig gecultiveerde imago van prins Bernhard was zijn `zwak' voor vrouwen. In het interview met de Volkskrant doet hij zijn reputatie van womanizer opnieuw eer aan met de onthulling dat hij niet één buitenechtelijke dochter had, maar twee. Als muziek op zijn begrafenis had hij een liedje in gedachten, zei hij, met de titel Goodbye To All the Beautiful Ladies I Knew. Met zijn charmante lach, goed verzorgde uiterlijk en bravouregedrag zou je inderdaad snel bereid zijn om Bernhard te beschouwen als de ultieme ladiesman. Maar was hij werkelijk een liefhebber van vrouwen?

In het interview zei Bernhard dat hij niet uit liefde met Juliana was getrouwd. Het was ,,de challenge om er iets van te maken'' die hem in haar armen dreef, zei hij. Dat zijn niet de woorden van een vrouwenliefhebber. Het zijn woorden van een berekenende strateeg, een pragmaticus die een vrouw uitkiest als `partner' om een klus te klaren. Zijn zakelijke aanpak, waarbij hij Juliana bijvoorbeeld ook meteen van nieuwe, modieuzere kleding voorzag, staat haaks op wat een vrouwenliefhebber doorgaans doet: zich in een vrouw verliezen.

Hoewel Bernhard vrijuit lijkt te spreken, zegt hij niets waaruit blijkt dat enige vrouw hem ooit werkelijk van zijn stuk heeft gebracht. ,,Ik geloof dat de zwangerschap toeval was'', zegt hij laconiek over een van zijn affaires. ,,Luister eens, ik verwacht een baby'', had zijn maîtresse gezegd. Toen zij vroeg wat Bernhard ervan vond, antwoordde hij: ,,Ik vind dat leuk.'' Het klinkt weinig gepassioneerd. Geen schok, geen berouw noch dolle vreugde, geen innerlijke tweestrijd.

Met Kerstmis werden jaarlijks ,,cadeaus uitgewisseld'' en Bernhard maakte met moeder en dochter een boottochtje. Terwijl hij de moeder van Alexia niet bij haar (voor)naam noemt, maar slechts aanduidt als `Alexia's moeder', noemt hij wel specifiek Edmund Rothschild, de peetvader van het kind. Vond hij de man uit dit vermaarde geslacht misschien noemenswaardiger dan de betrokken vrouw? Evita Perron was niet zijn type, zei hij: ,,ambitieus en wilskrachtig, alles behalve vrouwelijk''. Als ambitie en wilskracht – eigenschappen die Bernhard zelf hoog in het vaandel had staan – in zijn ogen niet vrouwelijk waren, wat waardeerde hij in vrouwen dan wel? De meest liefdevolle term die hij voor een vrouw bezigde, was die van `mammie', zoals hij Juliana soms noemde. Maar een `mammie' is geen vrouw, een mammie is een mammie.

Juliana deed over zijn buitenechtelijke relaties nooit moeilijk. Bernhard deed daar zijn ,,petje honderd procent voor af'', zei hij in de Volkskrant. Het was in ieder geval handig. Zo kon hij namelijk met minnares én echtgenote samen op skivakantie. Het pragmatisme ging bij Bernhard vóór het meisje, dat is duidelijk. Jeroen Krabbé, een van de vele vrienden die hoog over de prins opgeven, vertelde op televisie dat Bernhard sinds zijn achttiende niet meer verliefd was geweest. Een meisje had hem verlaten voor zijn beste vriend en hem daarmee ziek gemaakt van jaloezie. Dat nooit meer, besloot hij toen. Maar zoiets moet je wel kúnnen besluiten. Was Bernhard werkelijk geraakt door dat meisje, of zat de pijn hem eerder in het verraad door de vriend?

De Britse filosoof Alain de Botton onderscheidt in een mensenleven twee `liefdesverhalen', de zoektocht naar persoonlijke liefde en de zoektocht naar de liefde van de wereld. Bernhard leek duidelijk prioriteit te geven aan de laatste variant. In de praktijk kwam dat neer op intensievere omgang met mannen, die in de wereld nu eenmaal vaker sleutelposities bekleden, dan met vrouwen. In alle huldeblijken aan de prins die de afgelopen tijd voorbijkwamen, waren het ook steeds mannen die het woord voerden. Zij roemden zijn trouw en het feit dat hij ,,altijd voor je klaarstond''. In loyaliteit – die je kunt kiezen al naar gelang je persoonlijke belangen – was hij waarschijnlijk beter dan in liefde – die je overvalt en uit balans kan brengen. Daarom was hij bedrevener in Männerfreundschafte, die ontstaan op praktische gronden, dan in `verwikkelingen' met vrouwen. Ook de platonische, kameraadschappelijke liefde voor Juliana moest wijken als de wereld lonkte. Tegen toenmalig hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer, wijlen Martin van Amerongen, liet hij zich vernederend over Juliana uit: `fletse' vrouwen baren dochters in plaats van zonen, zei hij, daarom wist hij van tevoren dat Juliana een dochter zou krijgen. De vertrouwelijkheid met een relatieve vreemde man was hem meer waard dan die met zijn eigen vrouw.

Voor de liefde van de wereld heeft Bernhard alles overgehad: hij is ervoor getrouwd, heeft zijn vaderland ervoor vaarwel gezegd en heeft zijn gezin veelvuldig verlaten. Maar ondanks alle inspanningen kreeg hij misschien wel niet wat hij zocht. Daarop wijzen althans de vele gesprekken die hij tijdens zijn leven heeft gevoerd met mensen die `zijn verhaal' naar buiten moesten brengen. Dat verhaal moest steeds weer in andere versies aan steeds weer andere mensen worden verteld. In zijn `open brief' in de Volkskrant zei Bernhard bijvoorbeeld dat het hem ,,geen bal'' interesseerde wat men van hem vindt, terwijl hij in het laatste interview juist weer zei dat hij het erg zou vinden ,,als ze denken: hij deugt niet''.

In zijn open brief ontkende hij het bestaan van buitenechtelijke zoons, maar repte hij niet over dochters. Tegen Martin van Amerongen erkende hij het bestaan van dochter Alexia en tegen de Volkskrant voegde hij daar dochter Alicia nog aan toe. De precieze toedracht van Lockheed is nog steeds niet duidelijk en het zou niemand verbazen als Bernhards memoires die mogelijk over honderd jaar uit een kluis komen, weer nieuwe verhalen vertellen.

Voor de liefde van de wereld modelleerde Bernhard de werkelijkheid zo behendig dat hij er zelf door raakte ondergesneeuwd. Zo graag wilde hij de liefde van de wereld, dat hij bereid was zijn eigen werkelijkheid eraan te offeren. Hij pleegde ook verraad aan zijn oudste dochter, die naar verluidt niets wist van zijn laatste publieke bekentenissen. De vraag is: heeft Bernhard gevonden wat hij zocht? Te oordelen naar de weergaloze hulde tijdens zijn begrafenis zou je denken van wel. Maar Bernhards verwoede pogingen om de liefde van de wereld te winnen verraadt ook een behoefte die zo bodemloos is, dat hij misschien wel gedoemd was zich een afgewezen minnaar te voelen.

Dorine Hermans is historica en journalist. Daniela Hooghiemstra is freelance journalist.