Noordzee bij Nederland meest vervuild

De Noordzee is in de omgeving van Nederland ,,veel viezer'' dan op andere plaatsen in Europa. Dat is een van de conclusies van Europees onderzoek.

De mate van vervuiling is vastgesteld aan de hand van de maaginhoud van aangespoelde stormvogels. Van deze vogels in het Nederlandse deel van de Noordzee heeft 97 procent plastic in de maag. Stormvogels zien het plastic aan voor voedsel.

Gemiddeld hebben de aangespoelde vogels vijftig stukjes plastic in de maag, met een totaal gewicht van 0,4 gram per vogel. Ter vergelijking: Schotse vogels hebben gemiddeld 25 stukjes plastic in hun maag, met een gewicht van 0,2 gram. Buiten de Noordzee, op de Faeroër-eilanden, hebben de stormvogels gemiddeld minder dan tien stukjes plastic in hun maag, met een gewicht van minder dan 0,1 gram.

,,Onze regio is twee tot vier keer vuiler dan andere delen van de Noordzee of gebieden daarbuiten'', aldus onderzoeksinstituut Alterra op Texel dat het onderzoek vandaag presenteerde. De afgelopen drie jaar is de maaginhoud van zeshonderd stormvogels uit alle landen rond de Noordzee onderzocht.

De vervuiling van de Nederlandse Noordzee is volgens de onderzoekers te wijten aan scheepvaart, industrie en consumptie. Nog veel schepen zetten hun afval overboord, hoewel zij volgens Europese regels verplicht zijn hun afval aan land te brengen.

Volgens het onderzoek overschrijdt op dit moment veertig tot zestig procent van de aangespoelde Noordse stormvogels de norm van tien stukjes plastic in de maag. Ministers van de Noordzeelanden hebben eerder als beleidsdoel afgesproken dat minder dan twee procent van de vogels meer dan tien stukjes plastic in de maag mag hebben. Naast plastic worden er ook vaak chemicaliën gevonden in de magen van stormvogels.

Het zogenoemde Fulmar-onderzoek maakt deel uit van het driejarige project Save the North Sea van de Europese Unie. Dit project voorzag ook in cursussen aan de scheepvaartsector.

De afgelopen drie jaar hebben volgens het project Nederlandse vissers 250.000 kilo zwerfvuil uit de Noordzee gevist en aan land gebracht. In Nederland werd het onderzoek uitgevoerd door Jan Andries van Franeker van Alterra.