`Het is hier heel moeilijk werken'

De journalistieke vrijheid in China staat opnieuw onder druk. Op bezoek bij het Zuidelijke Weekblad over Beroemde Personen. `Pas op met wat je schrijft.'

Het gebouw van de uitgeverij die onder meer het weekblad Zuidelijk Weekeinde publiceert, wordt bewaakt door plattelandsjongens in grijze uniformen en met indrukwekkende petten op. De uitgeverij staat in heel China bekend als liberaal en moedig: Zuidelijk Weekeinde durfde het bijvoorbeeld aan te speuren naar de diepere oorzaken achter China's grote mijnongelukken, en het is Zuidelijk Weekeinde dat naar verluidt ook door China's hoogste leiders wordt gelezen om een indruk te krijgen van wat er echt in het land speelt.

Als de bewakers even niet opletten, wandel ik zo rustig mogelijk het gebouw binnen. Ik had liever eerst een afspraak gemaakt, maar toen ik een formeel interview aanvroeg, kreeg ik nul op het rekest. ,,De situatie is de laatste tijd nogal gespannen, ziet u, dus ik hoop dat u daarvoor begrip kunt opbrengen'', kreeg ik in een kort telefoongesprek te horen.

De situatie is vooral zo gespannen sinds een ander tijdschrift dat onder de uitgeverij valt, het Zuidelijke Weekblad over Beroemde Personen, in september een serie portretten publiceerde van vijftig zogeheten `openbare intellectuelen', opvallende mensen uit onder meer de universitaire, literaire, artistieke en uitgeverswereld die veel aandacht krijgen in de Chinese media omdat ze zich kritisch uit durven te spreken over de maatschappelijke ontwikkelingen in China.

Eén van de geportretteerden is de 74-jarige econoom Wu Jinglian, groot voorstander van een zo sterk mogelijke positie van privé-bedrijven in China, die er steeds weer op aandringt dat een markteconomie alleen goed kan functioneren als China ook een goed functionerend rechtssysteem heeft. Maar ook de bekende rockster Cui Jian, die moeite heeft om optredens te geven sinds hij in 1989 een concert gaf voor de studenten op het Plein van de Hemelse Vrede, staat op de lijst.

Een dissident is de econoom Wu Jinglian zeker niet: hij is lid van een denktank die premier Wen Jiabao adviseert en hij staat daarmee maatschappelijk zeer hoog in aanzien.

Dat geldt voor veel van de `openbare intellectuelen', en het is misschien juist daarom dat de lijst tot in de hoogste regionen van de communistische partij weerstand heeft opgeroepen. Functionarissen van het ministerie van Propaganda hebben de media te verstaan gegeven dat al te veel aandacht voor deze en andere `publieke intellectuelen' niet wenselijk is. Zo hebben zij een nieuwe golf van repressie in de Chinese media ingezet. De partijkrant Het Volksdagblad publiceerde een scherp commentaar waarin gesteld wordt dat `promotie' van bekende intellectuelen vooral gericht is op ,,het drijven van een wig tussen intellectuelen en de partij.''

In het gebouw van Zuidelijk Weekeinde is de nieuwe repressie goed voelbaar. Bij de ingang van de lift stuit ik op een journaliste die bij een van de andere bladen van de uitgeverij werkt. ,,De meest vrije tijd is alweer voorbij voor onze media'', vertelt ze, terwijl ze ondertussen haar best doet om met haar mobieltje collega-journalisten bij Zuidelijk Weekeinde bereid te vinden om met me te praten. Maar niemand durft.

We worden onderbroken door de bewakers, tot wie het inmiddels is doorgedrongen dat ik naar binnen ben gelopen. Na veel aandringen willen de jongens me wel naar boven brengen, waar ze me overdragen aan een journalist van Zuidelijk Weekeinde. Die geeft een prachtige schijnvertoning weg. In een imitatie van hoe persvoorlichting door Chinese ambtenaren vaak verloopt, haalt hij plechtig een boekwerk tevoorschijn dat dit jaar is verschenen ter ere van het twintigjarig bestaan van Zuidelijk Weekeinde. Hij leest keurig alle getallen en feiten op die ook al in het boek vermeld staan, maar hij gaat letterlijk geen woord buiten zijn boekje. Of hij ook heeft gehoord van een verbod om aandacht te besteden aan de bekende intellectuelen? ,,Daarvoor moet je niet bij mij zijn, maar bij de buren. Het gaat om hun tijdschrift, dus daar weet ik niets van'', zegt hij, terwijl hij me opgelucht naar buiten begeleidt.

In en om het krantengebouw zijn twee groepen journalisten: zij die verontwaardigd zijn over de nieuwe restricties en die daar graag over zouden willen vertellen, en zij die meteen dichtslaan omdat ze weten dat ze, door erover te praten, zichzelf in gevaar brengen.

,,Het is heel moeilijk om hier te werken'', vertelt een jonge journalist die wel wil praten, maar alleen anoniem. ,,Ik heb veel respect voor ons beroep, je bent een collega, en daarom scheep ik je ook niet af met een beleefd praatje. Maar ik hoop dat je ook begrip hebt voor onze positie. Juist nu brengt jouw komst naar onze uitgeverij ons in gevaar, dus pas op met wat je schrijft'', drukt hij me op het hart.

Denkt hij dat de uitgeverij bewust een risico nam met de publicatie van de lijst met openbare intellectuelen? ,,Je weet nooit waar de grenzen precies liggen, je komt er pas achter als je ze overtreedt. Zo'n lijst kan als een heel onschuldig idee geboren zijn. Dan opeens valt het centrale gezag in Peking over je heen. Hoe moet je dat van tevoren weten?'', zegt de man, die net als al zijn collega's bij de uitgeverij in staatsdienst is.

Dan vinden de bewakers het tijd om me vriendelijk maar beslist het gebouw weer uit te bonjouren.