Het failliet van de maakbaarheid

Ga niet naar Almere. Geloof me nou, ik ben er geweest. Ga niet naar Almere. De achtste stad van Nederland, groter dan Breda, Nijmegen, Apeldoorn, Haarlem en Maastricht, de stad die het snelst groeit, 50 procent in niet eens tien jaar, is dat wel een stad? Het mooiste in Almere zijn de hijskranen, schots en scheef. Ik leef in de stille hoop dat ze de boel zullen optillen en in het IJmeer kwakken. Jammer voor het IJmeer.

Almere is het failliet van de goede bedoeling. Almere is het failliet van de maakbaarheid. Almere is het failliet van de Nederlandse beschaving in de laatste kwart eeuw. De stad is niet onvoorspelbaar of spannend of trots of somber of bevrijdend, de stad is gelijk aan overzichtelijkheid. Almere is pervers en perfect. Ik hoor in het voorbijgaan hoe een meisje haar zusje afsnauwt: ,,Doe nou toch eens normaal!'' Zij geeft de volmaakte samenvatting van Almere. In Almere is de stad verworden tot maaiveld.

Al in de stationshal slaat de baklucht me in het gezicht. Ze zal mijn neusgaten niet meer verlaten. Ik heb een tocht van een uur door het winkellint voor de boeg. Had ik het geweten, ik was op mijn passen teruggekeerd.

In de Stationsstraat hebben de planners de fouten van de Rotterdamse Lijnbaan willen vermijden. De straat moest een echt stedelijk, misschien wel een grootstedelijk profiel krijgen. Smaller, met hogere huizen. Resultaat: ze hebben de fouten van de Lijnbaan vermenigvuldigd met de fouten van de Kalverstraat. Een paar straten verderop stap ik de Zoetelaarspassage binnen. De planners zijn tot de ontdekking gekomen dat het in Nederland vaak regent, dus hebben ze de boel overdekt. Boven de winkels wordt gewoond. De appartementen, of moet ik zeggen maisonnettes, hebben balkons die afgesloten zijn met kippengaas. Werden misschien pispotten leeggegoten op niets vermoedende voorbijgangers, zoals in de middeleeuwse steden, of werden de passanten bekogeld met losgewrikte bakstenen? De bewoners kunnen niet eens meer over de reling leunen om te kijken wat beneden gebeurt. Waarom zouden ze ook? Beneden gebeurt niets, helemaal niets, behalve dan kopen, verkopen, kopen, verkopen, kopen, verkopen, en intussen maar glimlachen. Kan het verbazen dat de toeschouwers van al die heen en weer schuivende goederen soms een wild verlangen overvalt om met bakstenen te gooien?

De markt van Almere is zeker zo mooi als die van Stadskanaal. Dat krijg je als je tot elke prijs je eigen traditie van je af wilt trappen. Voor de architecten die de markt van Almere op hun geweten hebben, bestaat geen vergiffenis. Willens en wetens hebben zij hun weerloze medemensen overgeleverd aan de boosheid die blijft duren. Willens en wetens, want in Nederland zijn de prachtigste pleinen uit voorraad leverbaar. De markt van Groningen, Haarlem of Middelburg, het Vrijthof van Maastricht, nooit van gehoord zeker? En je kunt de voorbeelden moeiteloos vermenigvuldigen, grote of kleine stad, het maakt niet uit, Almere is toch geen van beide, er zit alleen een hoop inwoners bij elkaar.

Ik zoek een centrum in deze lauwe drilpudding van het koopgebeuren, een ijkmerk, een harde kern, iets puntigs als gotiek of voor mijn part betonijzer. Een kerk zou me genoeg zijn, de hoop op een kathedraal heb ik allang opgegeven. In een smalle zijstraat vind ik niet een kerk, maar een oecumenisch kerkcentrum. Op het dak staat zelfs iets dat naar een toren zweemt. Maar waar is het kruis gebleven? Of als een kruis er niet af kon, waar is de haan? Waren de pastores soms te bang om de andersdenkende medemens voor het hoofd te stoten met christelijke symbolen? Bang voor zichzelf, zul je bedoelen. Laf is het correcte woord. Almere heeft het kruis vervangen door een kruising van winkelstraten, wierookgeur door walm van kroketten, altaar door uitstalraam, en psalmen door muzak. Ik moet uitkijken, straks keer ik nog terug naar het geloof van mijn jeugd.

Na een uur in Almere wil ik nog maar één ding: me voor een auto werpen. Maar dat is niet mogelijk, het verkeer in Almere is voorbeeldig aangepakt. Snelle wielen kunnen nergens trage voeten overrijden. Een kind kan hier volkomen veilig de straat op hollen, achter een wegstuiterende bal aan. Het is werkelijk de enige reden die ik kan bedenken waarom zoveel mensen zo tevreden zijn dat ze in Almere mogen wonen. Maar dat telt niet. Ik ken haast geen stad of dorp in Nederland waar het verkeer niet in even goede banen wordt geleid. Almere is veel goedkoper dan Amsterdam of Rotterdam? Als ik even Henry Miller mag parafraseren, liever een hongerende luis in Rotterdam dan een vette koe in Almere. Ik weet waarom mensen zo graag in Almere wonen. Almere is de veralgemeende voorstad en voor miljoenen is de voorstad de woonplek van hun dromen, dat is al meer dan honderd jaar zo. Ze worden op hun wenken bediend. In Almere begint de voorstad op niet eens honderd meter van het stadscentrum. Het is geen stadscentrum, het is een darmstelsel volgepropt met consumptiegoederen, maar ook dat schijnt aanleiding te geven tot algehele gelukzaligheid.

Almere is de stad waar je de toekomst ziet gebeuren. Ze mogen haar houden, die toekomst. Ik wil niet eindigen als weekdier. Almere is zelfs geen schelp.

Geert van Istendael is een Vlaamse schrijver, dichter en essayist.