Gucci heeft een luxeprobleem

Fabrikant Gucci van dure tassen, kleding en juwelen draait matig. Het bedrijf nam verliesgevende merken over en ondervindt de gevolgen van de slecht lopende westerse economie. Daarom melkt de nieuwe Nederlandse topman het winstgevende deel uit.

Geen recessie in Londen. Taxi's rijden af en aan in Old Bond Street. Zonder te wachten op wisselgeld stappen passagiers uit in de duurste winkelstraat van de Britse hoofdstad. Namen als Prada, Chanel, De Beers, Dolce & Gabbana, Yves Saint Laurent en Gucci sieren de chique gevels.

De winkel van Gucci is stampvol. Tien medewerkers zijn druk bezig met klanten die belangstelling tonen voor tassen, horloges of juwelen. Op bijna alle artikelen staat groot de naam Gucci of een `G'. Bij Yves Saint Laurent, aan de overkant van de straat, is het doodstil.

Beide chique winkelketens horen bij Gucci Group, die afgelopen voorjaar werd overgenomen door het Franse Pinault Printemps La Redoute (PPR). De acquisitie veroorzaakte een ongekende leegloop van topmanagers en ontwerpers, omdat ze bang waren hun creativiteit en zelfstandigheid kwijt te raken onder het nieuwe bewind. Het is een van de redenen waarom de winst van Gucci Groep (omzet: 2,6 miljard euro) al jaren inzakt. Acht van de tien onderdelen zijn verliesgevend, vertelde de in juli aangetreden bestuursvoorzitter van Gucci Groep, de Nederlander Robert Polet, gisteren aan beleggingsanalisten en journalisten in het British Museum in Londen.

Voorlopig zullen de nieuwe onderdelen geen winst maken, verwacht Polet. Hij hoopt dat de modemerken Alexander McQueen, Balenciaga, Sergio Rossi en Stella McCartney, waarvan de collecties worden gemaakt door de dochter van de ex-Beatle, over drie jaar break-even draaien. Boucheron (parfum) krijgt vier jaar de tijd en over Yves Saint Laurent (YSL) durft Polet geen prognoses meer te doen. ,,Dat heeft mijn voorganger al twee keer gedaan, maar hij heeft die beloftes niet kunnen waarmaken.'' Vijf jaar na de overname van YSL zit dit kleding- en parfummerk nog altijd diep in de rode cijfers.

Polet deelt pluimpjes uit aan de eerste rij van de zaal, waar veel nieuwe leidinggevenden en ontwerpers zitten. De oude managers hebben veel fouten gemaakt volgens de voormalige baas van de ijsdivisie van Unilever (Ola, Magnum). Ze waren te veel bezig met bedrijven over te nemen. In 1999 bestond het concern alleen uit het Gucci-merk, nu heeft het tien onderdelen. Hij vindt ze weinig onderscheidend. Keer op keer halen ze hun winstdoelen niet.

De overnames en reorganisaties gingen volgens Polet ten koste van verreweg het belangrijkste merk binnen het bedrijf: Gucci. Hij zegt echter geen andere keuze te hebben dan deze cashcow de komende jaren verder uit te melken. Alleen op die manier krijgen de brekebenen de tijd zich te bewijzen. De topman zei dat het aantal winkels van Gucci fors wordt uitgebreid, de marketing-uitgaven de komende drie jaar met 20 procent stijgen en de winkels een restyling krijgen. ,,Een deel van de winkels is te groot. Anderen zijn te zwart en donker. Ze moeten lichter.''

Polets driejarenplan heet Building on strenghts, maar het komt voornamelijk neer op Gucci-producten. De omzet moet de komende zeven jaar verdubbelen: veel hoger dan de gemiddelde markttoename van luxeproducten, zegt Polet. Over de massaficatie van Gucci hoeft niemand zich zorgen te maken. Hij zal niet, zoals Bulgari, de prijzen verlagen om de verkoop te stimuleren. Polet garandeert dat de brutowinstmarge 68 à 70 procent van de omzet blijft.

Behalve Groot-Brittannië, waar Gucci-producten door de gezonde economische groei prima lopen, moeten niet-westerse landen het bedrijf redden. ,,De komende drie jaar is de jaarlijkse omzetgroei voor luxeproducten in de Verenigde Staten en Europa 3 tot 4 procent'', verwacht Polet. Hij kijkt liever naar het florerende Azië. De komende drie jaar haalt de topman in China een omzetgroei van 30 tot 40 procent per jaar en in de rest van Azië 10 procent. In 2006 opent Gucci zijn eerste winkel in India.

Die voorspelling lijkt voorzichtig, want in de eerste elf maanden van dit jaar verkocht het bedrijf in China en Taiwan 83 procent meer dan vorig jaar. In Shanghai staat een splinternieuwe Gucci-winkel, die met 880 vierkante meter ongeveer tien keer zo groot is als de winkel in Old Bond Street in Londen.

In de Britse hoofdstad koopt een vrouw van rond de veertig een beige portemonnee voor 25 pond (37 euro), waarschijnlijk een van de goedkoopste artikelen. Maar elders in de winkel lijkt geld geen rol te spelen. Een jonge vrouw wil een ring kopen. Met een grote steen.

,,Heeft u niet groter?'' vraagt ze.

De verkoper kijkt in enkele laatjes onder de toonbank en tilt af en toe een andere ring boven de balie. Maar de vrouw schudt steeds weer teleurgesteld haar hoofd.

,,Is dat echt de grootste die u heeft?'' zegt ze ten slotte.

,,Ja'', zegt de verkoper, waarna ze zich twee keer verontschuldigt en de zaak uitloopt.