`Elke zoon wil op zijn vader lijken'

Burundi maakt zich op voor historische verkiezingen. ,,De bevolking heeft genoeg van de oorlog'', zegt oud-rebellenleider Pierre Nkurunziza tijdens een bezoek aan Nederland.

In een hotelzaaltje in Amsterdam spreekt de mogelijke toekomstige president van Burundi voor gevluchte landgenoten. Het wordt stil wanneer Pierre Nkurunziza zijn leren cowboyhoed voor zich op tafel legt. Nkurunziza is de op twee na machtigste man in Burundi, na de president en de vice-president. Hij is leider van de rebellenbeweging CNDD-FDD en tegelijkertijd minister van Staat in de overgangsregering. Hij is in Nederland om steun te vragen voor het vredesproces in zijn noodlijdende land.

Sinds de ondertekening van een wapenstilstand in november 2003 tussen de Burundese regering en Nkurunziza's CNDD-FDD, de grootste Hutu-rebellenbeweging, is Nkurunziza een van de sleutelfiguren in de overgangsregering. Machtsdeling is het motto van het overgangskabinet, dat het land in drie jaar naar democratische verkiezingen moest leiden. Anderhalf jaar lang was de president een Tutsi en de vice-president een Hutu, de volgende anderhalf jaar was het andersom. Nu moeten er verkiezingen komen. Ze stonden voor oktober 2004 gepland, maar om organisatorische redenen is de stembusgang een half jaartje uitgesteld.

De komende verkiezingen worden de eerste democratische sinds 1993, toen de allereerste vrij verkozen president Melchior Ndadaye, een Hutu, door extremistische Tutsi-soldaten werd vermoord. Sindsdien werd het land verscheurd door een bloedige burgeroorlog tussen de Hutu-meerderheid en de Tutsi-minderheid, waarbij al meer dan 300.000 doden zijn gevallen. De Tutsi's hebben Burundi sinds de onafhankelijkheid in 1962 van België vrijwel onafgebroken geregeerd.

,,De 22ste december wordt een belangrijke dag voor Burundi'', zegt Nkurunziza plechtig tegen zijn publiek. Op die dag zou in een referendum worden gestemd over een ontwerpgrondwet die de serie lokale en parlementaire verkiezingen van februari tot april 2005 regelt. De minister weet nog niet dat het referendum voor onbepaalde tijd is uitgesteld. Hij verwacht dat de Burundezen bijna allemaal `ja' zullen zeggen tegen de nieuwe grondwet. ,,De bevolking heeft genoeg van de oorlog. Ze wil maar één ding en dat is verandering. De verkiezingen zullen die brengen.''

Zijn werk als professor aan de universiteit gaf Nkurunziza op om mee te doen aan de guerrilla-oorlog tegen de regering. Hij werkte zich op tot leider van de CNDD-FDD. Geen vreemde carrière, vindt de ex-rebellenleider. ,,Tijdens mijn studie was ik al geïnteresseerd in politiek en sport. Politiek is nu mijn leven geworden. Sport heeft me geleerd te werken in een team.''

Daarbij komt, zegt Nkurunziza, dat ,,in de Burundese cultuur elke zoon op zijn vader wil lijken''. ,,Mijn vader werd in 1965 parlementslid, en in 1972 hebben ze hem vermoord.'' Meer woorden wil de minister er niet aan vuil maken. Zijn blik zegt dat het tijd is voor het volgende onderwerp.

Naar alle waarschijnlijkheid zal Nkurunziza zich kandidaat stellen voor de komende presidentsverkiezingen op 22 april. Burundi-deskundigen geloven dat hij een goede kans maakt. De bevolking heeft genoeg van de zittende politici en Nkurunziza heeft zich lang ingezet voor het lot van de Hutu's. Hij kan in ieder geval rekenen op een groot deel van de Hutu's, die vijfentachtig procent van de bevolking uitmaken.

De oud-rebellenleider woont tegenwoordig in de enige villawijk van het verwoeste Bujumbura, in de volksmond `de Arusha-wijk' genoemd. Die naam slaat op de hoge dagtoelagen die de onderhandelaars kregen tijdens de vredesonderhandelingen in het Tanzaniaanse Arusha.

Nkurunziza heeft duidelijk vertrouwen in het vredesproces. Losjes vertelt hij dat het allemaal zal goedkomen als de internationale gemeenschap maar genoeg geld geeft. Geld voor de organisatie van de verkiezingen, voor ontwapening van oud-strijders, voor de opbouw van een nieuw nationaal leger en voor wederopbouw van de straatarme natie. Als er niet genoeg geld is, zouden de verkiezingen weer uitgesteld kunnen worden. Dan zou de spanning wel eens hoog kunnen oplopen in het licht ontvlambare land.

Kan iemand die zolang voor de belangen van de Hutu's heeft gevochten, wel president van alle Burundezen zijn? ,,Etniciteit is niet de oorzaak van de problemen in Burundi'', verkondigt de minister, duidelijk voor de zoveelste keer.

,,Wanbeleid en gebrek aan visie zijn de echte oorzaken. Etniciteit werd gebruikt als instrument in een verdeel- en heerspolitiek. Wederopbouw is het enige dat nu belangrijk is. Wijzelf zijn niet meer dan passanten.''