Ekkart wil meer tijd voor claims oorlogskunst

Belanghebbenden moeten nog twee jaar kunstwerken kunnen claimen die mogelijk ten onrechte na de oorlog in het bezit van het Nederlands Rijk zijn gekomen. Ook moet de staat 1,5 miljoen euro schenken aan een joods cultureel doel.

Dat is de slotaanbeveling van de commissie-Ekkart, die de Nederlandse regering adviseert over door de nazi's ontvreemde of onvrijwillige afgestane, en na de oorlog naar Nederland gerecupereerde kunst. Staatssecretaris Van der Laan (Cultuur) nam het eindrapport gisteren in ontvangst.

Aan de aflopende termijn stelt de commissie de voorwaarde dat de regering er ,,optimale publiciteit'' aan geeft. Wenselijk zou zijn om, net als in 2003 in Leeuwarden, een tentoonstelling in te richten over kunst van dubieuze herkomst in Nederlands bezit. Ook zou er in de Nederlandse media moeten worden geadverteerd en zouden buitenlandse joodse organisaties moeten worden ingelicht.

De afgelopen zes jaar is er door Bureau Herkomst Gezocht intensief onderzoek gedaan naar de eigendomsgeschiedenis van kunstwerken. Vaak kon niet worden vastgesteld wie de oorspronkelijke eigenaar was geweest. Wel kon met grote waarschijnlijkheid worden vastgesteld dat tientallen objecten verkregen waren door roof of confiscatie. Het ging daarbij altijd om bezit van joden. De commissie-Ekkart doet voor die stukken de aanbeveling de herkomstgeschiedenis bij expositie te vermelden en de waarde te taxeren.

Taxatie van de waarde adviseert de commissie ook voor in de jaren vijftig geveilde kunstwerken van ,,besmette herkomst''. Om de schijn van onrechtmatige verrijking door de Nederlandse staat weg te nemen, zou in deze twee gevallen de tegenwaarde van de kunst moeten gaan naar twee culturele joodse doelen: de Stichting Erfgoed Portugees-Israëlitische Gemeente en het Joods Historisch Museum. Ekkart schat dat het gaat om een bedrag van 1,5 miljoen euro.

De commissie-Ekkart wordt eind dit jaar na zes jaar ontbonden. De Restitutiecommissie, die claims beoordeelt, blijft nog drie jaar aan. In twee eerdere reeksen aanbevelingen pleitte de commissie Ekkart vooral voor een soepel en menselijk teruggavebeleid. Die aanbevelingen werden steeds door de regering overgenomen. In zijn slotbeschouwing zei Ekkart dat alle inspanningen ,,niet meer dan reparaties'' waren ,,van eerder gemaakte fouten''. ,,Het neemt het aangedane onrecht niet weg.'' Van der Laan sprak van ,,gerechtigheid, toch wel een beetje''. Ze zei ook dat de regering later een besluit neemt over eventuele financiële vergoeding aan joodse doelen.