Dexia mag geen nieuwe incasso doen

Dexia Bank mag voorlopig geen incassoprocedures meer beginnen tegen een deel van zijn klanten met aandelenleaseproducten, waarbij beleggers met geleend geld aandelen kopen.

Dat heeft de rechtbank van Amsterdam gisteren bepaald. Het gaat alleen om klanten die op het moment van de aankoop van het leaseproduct getrouwd waren of een geregistreerde partner hadden die bij het afsluiten van het leasecontract niet heeft meegetekend. In een eerder vonnis bepaalde de rechter dat aandelenlease een vorm van huurkoop is waarbij de partner ook een handtekening moet zetten om het contract rechtsgeldig te maken.

Aangezien bij de aanschaf van een aandelenleaseproduct de partner doorgaans niet meetekent, is de verwachting dat veel klanten van Dexia dit punt zullen aangrijpen om bij de rechter ontbinding van hun leasecontract te vorderen. Veel beleggers willen van hun contract af, omdat de waarde ervan door de ingezakte beurskoersen flink is gedaald en zij daardoor veelal met een restschuld zitten.

Dexia verzet zich in hoger beroep nog tegen de uitspraak dat de partner moet meetekenen en ging daarom, in afwachting van de uitkomst daarvan, gewoon door met het innen van restschulden van beëindigde leasecontracten en de termijnbetalingen van contracten die nog lopen. Zonodig begint Dexia incassoprocedures. Twee stichtingen van gedupeerde beleggers, Leaseverlies en Eegalease, eisten onlangs samen met de Consumentenbond in kort geding dat Dexia hiermee zou stoppen.

De rechter geeft hun nu gelijk. Hij heeft bepaald dat Dexia tot 15 april geen nieuwe incassoprocedures mag beginnen. Volgens de rechter zijn de uitspraken van diverse rechtbanken op het punt van het meetekenen tegenstrijdig en moet eerst het hoger beroep worden afgewacht. Reeds lopende procedures mogen doorgaan.

De Consumentenbond en de stichtingen hadden uitstel gevraagd tot na cassatie bij de Hoge Raad, maar zo ver wilde de rechter niet gaan. In april hebben de meeste gerechtshoven zich over de zaak uitgesproken, verwacht de rechter. Afhankelijk van de uitkomst daarvan, kan beoordeeld worden of verder uitstel nodig is.