Dans vol Cubaanse passie

Ruim een jaar geleden presenteerde het Ballet Nacional de Cuba hier Don Quichotte in de interpretatie van artistiek leidster, de legendarische Alicia Alonso (1920). Nu toert de groep met een gevarieerd programma dat zes scènes uit het romantisch klassieke balletrepertoire bevat en dat wordt afgerond door een ballet van Alonso zelf. De formule van grootste hits mag goedkoop klinken, maar vooral dankzij de voortreffelijke solisten – technisch perfect, opwindend, aantrekkelijk en meeslepend – gaat de avond als vanzelf een eenheid vormen. Het ontbreken van een orkest is niet eens hinderlijk.

Het programma opent met de tweede akte uit het hoogromantische Giselle (1841), een rol waarin Alonso in de jaren vijftig uitblonk. De interpretatie nu door Sadaise Arencibia is opvallend broos en poëtisch, bijna te zacht voor een `wili' en eerder passend bij een pril romantisch werk als La Sylphide. Een fraai staaltje klassiek balletallure brengen Yolanda Correa en Joel Carreño in de afsluitende grand pas de deux uit Doornroosje. Deze symboliseert de liefdesextase met complexe balansen en gedurfde dives, acrobatisch poses, waarna de solisten in solovariaties virtuositeit demonstreren. Correa is een stralende Aurora die haar pittige aanpak afroomt met een fluweelzachte spitzentechniek.

Even temperamentvol maar aardser is Hayna Gutiérrez in haar rol van Suikertaartfee in de tweede akte van Tsjaikovski's Notenkraker. Haar variatie oogt even kristalhelder als de celesta klinkt. Haar cavalier Javier Torres kan evenals zijn collega's Carreño en Victor Gilí (in Coppelia) enorme snelheid en vaart maken. Acht tours draaien is voor hen gesneden koek, vol bravoure springen eveneens. En als partner zijn ze ware `danseurs nobles'.

Gevoel voor spektakel hoort bij deze Cubaanse stijl, wat blijkt uit Coppelia en meer nog uit Don Quichotte (Bolsjoi, 1869). Het zwaaien met stierenvechters-capes en messen is pure show maar de passie waarmee Óskar Torrada (Basilio) over het toneel wervelt, is overrompelend. Zijn partner Laura Hormigón (Kitri) excelleert, onder meer met fouetté's die zij naar alle windrichtingen accentueert.

Behalve de bruisende Russische Bolsjoi-stijl heeft Alonso ook de ingetogener, verfijnde en lyrische Kirov-stijl geabsorbeerd. Dat blijkt overtuigend uit de pas de deux van Siegfied en Odette (uit de tweede akte van Het Zwanenmeer). Anette Delgado is daarin een betoverende zwanenkoningin, loepzuiver, melancholisch en toch ijzersterk, daarbij perfect gepartnerd door Elier Bourzac. Hun danskunst vormt het hoogtepunt in het programma, waarna helaas Alonso's brave paradeerballet Gottschalk Symfonie een te plichtmatige afsluiting vormt.

Alonso wordt vaak gekritiseerd wegens haar meegaande houding jegens haar vriend en mecenas, dictator Fidel Castro. Voor de dans is zij evenwel een zegen. Aan de Frans-Russische traditie voegt ze - tegenwoordig met hulp van balletmeester Josefina Méndez - een Latijnse levendigheid en gloed toe, die weldadig is.

Voorstelling: Grote gala van de dans, door Nationaal Ballet van Cuba. Gezien: 10/12 Chassé, Breda. Tournee t/m 5/1. 0900- 3311333, www.stardusttheatre.com