Als slechte dienaar afgedankt (Gerectificeerd)

Dat minister Beyen in 1956 pleitte voor aftreden van Juliana, zoals gisteren uit archiefstukken is gebleken, kwam niet uit de lucht vallen. De koningin zag in Beyen de kwade genius in de Greet Hofmans-affaire. Beyen beschouwde de `Hofmanskliek' als een gevaar voor de natie.

De affaire-Hofmans was niet alleen een tragedie voor Juliana en Bernhard. Ze liep uit op een drama voor een andere hoofdpersoon: J.W. Beyen, de toenmalige partijloze minister van Buitenlandse Zaken. Hoe centraal zijn rol was, blijkt uit gisteren geopende archieven. Hij zou de aanjager zijn geweest van plannen om Juliana af te zetten. Volgens oud-topambtenaar Fock waren Bernhard en Beyen de twee hoofdrolspelers in ,,de manipulaties' die in 1956 tot troonsafstand van Juliana en opvolging door Beatrix moesten leiden.

Beyen kreeg de kwestie-Hofmans op zijn bord na zijn aantreden in september 1952 in het kabinet Drees-III. Het was voor hem extra delicaat omdat hij sinds eind jaren dertig zowel met Bernhard als met Juliana op goede voet verkeerde. Met de prins was er sprake van vriendschap, maar ook de koningin mocht hij tutoyeren. Hij kreeg als minister de opdracht alles in het werk te stellen om ongewenste berichtgeving over spanningen aan het hof te voorkomen.

De zaak-Hofmans draaide om de toegang die de spiritueel begaafde Greet Hofmans tot koningin Juliana had en smeulde al sinds eind jaren veertig. Het was Bernhard zelf geweest die Hofmans aan het hof had geïntroduceerd omdat ze met haar bijzondere gaven mogelijk prinses Marijke, de latere Christina, van haar oogkwaal zou kunnen genezen. Maar toen de prins merkte hoe zijn vrouw in de ban raakte van de ideeën van Hofmans, die volgens hem bij Juliana vergaande pacifistische gevoelens opwekten, probeerde hij Hofmans de voet dwars te zetten en haar uit de nabijheid van de koningin te krijgen. Dit zorgde voor verwijdering tussen het koninklijk paar.

Beyens eerste optreden als troubleshooter voor kabinet en koningin liep goed af. De Amerikaanse journalist Daniel Schorr had lucht gekregen van de gevoeligheden rondom Greet Hofmans en was in het voorjaar van 1952 op onderzoek uitgegaan. De prins wilde hem graag te woord staan en vertelde in een Haags hotel zijn verhaal aan Schorr met een fles Scotch op tafel. Mede door een persoonlijk verzoek van Beyen zag de Amerikaan af van publicatie. Een jaar later zou Schorr een lintje krijgen.

Meer dan drie jaar lang verscheen er in binnen- en buitenland geen regel over de affaire. Alles veranderde echter in 1956. Toen vernam Beyen dat de Britse journalist Sefton Delmer van de Daily Express bezig was aan een stuk over de gevoelige kwestie.

Opnieuw was de prins de aanstichter, zoals later bekend werd en zoals de prins toegaf in het interview dat gisteren in de Volkskrant stond. Hij had het kabinet op de hoogte gebracht van Juliana's verzoek aan hem om Soestdijk te verlaten en hij was ontevreden over de geringe daadkracht die daarop was gevolgd. Zijn vriend Delmer moest de zaak nu naar buiten brengen omdat de invloed van Greet Hofmans en de om haar heen gevormde groep op de koningin inmiddels een gevaar voor het land zou zijn.

Beyen wist Delmer er echter van te overtuigen dat zijn artikel Nederland en de monarchie juist ernstige schade zou berokkenen, en de Brit besloot publicatie uit te stellen. Maar Beyens beschermingswal was niet tegen Bernhards interventies bestand. De prins tipte de Duitse journalist Claus Jacobi van Der Spiegel. Deze liet zich niet door Beyen vermurwen en kondigde aan het relaas op 13 juni te publiceren. De bom barstte.

Om de schade te beperken stelde Beyen in overleg met premier Drees de hoofdredacteuren van de Nederlandse kranten op de hoogte en verzocht hen er voorlopig geen aandacht aan te schenken. Daar hielden zij zich aan. Maar de bijeenkomst zou de opmaat zijn voor de breuk tussen het staatshoofd en hem. Juliana had van haar vertrouweling I.G. van Maasdijk, kamerheer in buitengewone dienst en verbonden aan het Telegraaf-concern, gehoord dat Beyen het niet voor haar had opgenomen. Ze beschouwde dit als doodzonde. De koningin ontbood Beyen en zette hem als onbetrouwbare dienaar aan de kant. Beyen voelde zich zo onheus behandeld dat hij buiten zichzelf zou zijn getreden van woede en in een van zijn gevreesde driftbuien zijn ontstoken.

Voor Juliana was Beyen nu de kwade genius. Ze deed er alles aan hem in een slecht daglicht te stellen. In een brief aan het intussen demissionaire kabinet sprak ze in juni haar ontstemming over hem uit, maar de ministers bleven Beyen unaniem steunen.

Beyen leek van zijn kant alle remmen los te gooien en zei tijdens een vergadering van de ministerraad dat er geen nieuw kabinet kon aantreden voor ,,deze [Hofmans-]kliek' van het hof verwijderd is. Volgens gisteren openbaar geworden latere aantekeningen van de toenmalige secretaris-generaal van het ministerie van Algemene Zaken, C.L.W. Fock, zou Beyen zelfs de ,,aanvoerder' zijn geweest van een aantal leden van het kabinet dat streefde naar troonsafstand van Juliana ten gunste van Beatrix, met eventueel ,,een kort regentschap van [...] de prins'. Er was volgens Fock ,,in die kring', waartoe ook de ministers S. Mansholt (Landbouw) en C. Staf (Defensie) zouden behoren, ,,ernstig over gedacht de Koningin uit de ouderlijke macht te doen ontzetten'. Dit zou, aldus Fock, ,,vanzelfsprekend Troonsafstand [...] hebben meegebracht'. Ook is, zo herinnerde hij zich, ,,gedacht aan een ontoerekeningsvatbaarheidsverklaring van de Koningin'.

Of het meer dan gedachtes waren en of de prins bij dit streven van een aantal ministers was betrokken, is niet bekend. Zeker is wel dat dergelijke opvattingen niet aan Drees waren besteed.

Beyen was intussen wel ontheven van zijn `communicatietaak' in de kwestie-Hofmans, zonder dat hij zich daar overigens veel van aantrok. Hij ging tot ongenoegen van de koningin, maar ook van Drees, door met het ontvangen van buitenlandse journalisten. Hij bleef zijn inschatting van de situatie aan het hof geven, ook nadat de Commissie van Drie eind augustus de crisis leek te hebben bezworen.

Beyen had nog munitie. Zoals uit nu geopende delen uit het archief-Gerbrandy blijkt, meende dit lid van de Commissie van Drie begin september dat de koningin ,,nog niet volledig met Hofmans heeft gebroken'. Juliana moest het ,,offer' nog brengen, ,,niet ten halve maar geheel'.

De koningin en haar omgeving meenden echter dat er een nieuwe campagne tegen haar werd gevoerd en dat Beyen daar de motor van was. Juliana wilde nog maar één ding: een onderzoek van een eigen Commissie van Drie naar Beyens gedrag, een manoeuvre waar zeker Drees niet gelukkig mee was. Beyen zag daarentegen kansen zijn blazoen weer smetvrij te krijgen.

Het onderzoek kwam er, maar pas na een wilde aanval van Van Maasdijk op Beyen. De kamerheer en vertrouweling van Juliana had de journalist Victor Sims van de Britse Sunday Pictorial tijdens een geheimzinnige autotocht verteld dat Nederlandse ,,ministers en politici' een complot smeedden om Juliana tot aftreden te dwingen. De samenzweerders zouden steun proberen te krijgen van Bernhards moeder Armgard, die in Nederland op kasteel Warmelo woonde. Vervolgens nagelde Van Maasdijk in een persoonlijk stuk in De Telegraaf Beyen opnieuw aan de schandpaal.

Drees greep nu krachtig in om een nieuwe hofaffaire de kop in te drukken. Een nieuwe Commissie van Drie beoordeelde zowel het gedrag van Beyen als dat van Van Maasdijk en Juliana's particulier secretaris W.J. baron Van Heeckeren van Molecaten. Juliana's vertrouwelingen moesten het veld ruimen. Over Beyen oordeelde de Commissie begin 1957 mild: verkeerde bedoelingen of een verkeerde gezindheid ten opzichte van de koningin vielen niet aan te nemen.

Juliana bleef echter vertoornd. Ze hield nog lange tijd zijn benoeming als ambassadeur in Parijs tegen, totdat het constitutioneel niet meer kon. De banvloek was niet voor eeuwig. Begin jaren zestig raakten ze weer `on speaking terms'.

Rectificatie

Lintje

Daniel Schorr, de Amerikaanse journalist wiens artikel over de affaire-Greet Hofmans niet werd gepubliceerd, kreeg zijn lintje in 1955 en niet in 1953, zoals vermeld in het artikel Als slechte dienaar afgedankt (15 december, pagina 2).