Zjeneseekwah

Onze correspondent in Londen vond met vallen en opstaan zijn weg in de Engelse taal en omgangs- vormen. Een korte handleiding.

Boris Johnson, kort Tory-woordvoerder voor Cultuur, had een paar goede plannen waarvan helaas weinig is terechtgekomen. Eén was om Microsoft te dwingen de spellingscontrole van zijn tekstverwerker Engels te laten herkennen. Dat wil zeggen: Engels Engels en niet het Amerikaanse dialect dat Britse ,,kinderen laat denken dat ze het fout hebben geschreven, terwijl ze het goed hebben''.

Britten schrijven defence, centre, aluminium, analyse en traveller, terwijl de Amerikanen het op defense, center, aluminum, analyze en traveler houden. De Britten doen pyjamas aan en de Amerikanen pajamas, Britten betalen de bill met een cheque en Amerikanen vragen om de check als ze de rekening willen. Grijs is hier grey en daar gray. De partij van premier Blair heet Labour, maar Amerikanen schrijven Pearl Harbor, dus ook Labor.

Je zou willen dat er ook een automatische uitspraakcontrole was. Ik weet nu dat ik in Londen vittamins, niet vaitamins moet zeggen, privvesie en geen praivesie, dat Derby als Darby klinkt en niet als Durby. Dat je Greenwich niet als grienitsj maar als grennitsj uitspreekt en dat de rivier die door Londen stroomt als tems, niet als teems klinkt. Dat luitenant geschreven wordt als lieutenant en toch als leftennent moet klinken en dat Britten de afgelopen jaren years als jhurs in plaats van als jiers zijn gaan uitgepreken. Meestal doe ik het goed, maar het is nog steeds geen automatisme geworden.

Sommige woorden blijven krankzinnig klinken, zoals mijn dochter die Abba's Take a chance on me als tsjahns en niet als tsjens zingt. Sommige woorden, vooral namen, zijn gewoon te moeilijk. Hoe moet je bijvoorbeeld onthouden dat je Cockburn als Coburn uitspreekt en Menzies als Mingies? Om maar te zwijgen van Cholmondeley (Chumley).

Van Gogh blijft ook lastig: op zijn Amerikaans Ven Go, op zijn Brits Ven Goff, of mag je juist als Nederlander toch gewoon die harde g aan het einde doen? Het is een dilemma waarmee je als buitenlander kennismaakt. Britten stellen het niet op prijs als je je best doet om buitenlandse woorden en namen zo accentloos mogelijk in het buitenlands uit te spreken. Gabriel García Márquez (stel dat je het over hem zou hebben) op zijn Spaans, of mayonaise op zijn Frans? Daarmee laat je je meteen kennen als een pretentieuze kwast.

Er staat geen straf op het gebruik van buitenlandse woorden, integendeel. Sommige Britten mogen graag achteloos woorden laten vallen als Realpolitik, cognoscenti, nomenklatura of je ne sais quoi, maar die klinken dan geannexeerd, als vanzelfsprekend ingekapseld door het Engels. Zjeneseekwah.

Overigens staan de Britten hierin niet alleen: ook in Spanje, Italië of Frankrijk is het onder autochtonen sociaal wenselijk om vreemde woorden lokaal bij te kleuren. Als Nederlander heb je eerst de neiging te denken dat het aan hun vreemde-talenonderwijs ligt, dat ver achter moet liggen op het superieure Nederlandse. Maar is het ook mogelijk dat Britten en die andere Europeanen gewoon minder de neiging hebben bij de grote buren in het gevlij te willen komen?

Het mooist zie je het bij de woorden uit het Frans, waarvan het in het Engels sinds Willem de Veroveraar wemelt. Buffet (buffee), route (roet) en chalet (sjelee) zijn gewoon Engels geworden, net als cul-de-sac, waarvoor je best dead-end street zou kunnen zeggen, als het andere woord niet beter zou klinken. Als je zulke woorden op zijn Frans zou uitspreken, zou vermoedelijk niemand je verstaan. O ja, het is trouwens meeëneez en niet mejonies, stel dat je geen azijn op je chips wil.

Over twee weken: toegift