Zieken moeten ook solidair zijn

Minister Hoogervorst speelt nog geen gewonnen wedstrijd als de Tweede Kamer morgen instemt met de invoering van een basisverzekering tegen ziektekosten.

`Inkomensplaatjes' kunnen in de toekomst discussies over de organisatie van de zorgsector en de inrichting van het verzekeringsstelsel niet langer frustreren. Voorwaarde is wel dat minister Hoogervorst (Volksgezondheid) erin slaagt de zorgverzekeringswet ongeschonden door het parlement te loodsen.

De minister verdedigt eigenlijk twee wetsvoorstellen: het eerste regelt de invoering van de basisverzekering die de lappendeken van zorgverzekeringen, waaronder het ziekenfonds, moet vervangen. Het andere voorstel behelst de invoering van de zorgtoeslag die een deel van de (financiële) solidariteit met de lagere inkomens regelt.

De belastingdienst wordt verantwoordelijk voor de zorgtoeslag, zoals deze ook gaat zorgen voor de huurtoeslag (de vroegere huursubsidie) en de kindertoeslagen, waaronder die voor kinderopvang. Inkomen en gemiddelde premie bepalen de hoogte van de zorgtoeslag, waarbij de ontvanger nog winst kan boeken door naar een verzekeraar te gaan die met zijn premie onder het gemiddelde zit.

De inkomenspolitiek zou op die manier uit het debat over het zorgstelsel moeten verdwijnen. Bovendien draagt deze aanpak bij aan het `overeind houden van de verzorgingsstaat', zo blijkt uit een recent advies van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). De publieke bijdrage moet een aanvulling worden op de eigen verantwoordelijkheid, aldus de RMO – en de zorgtoeslag is daarvoor een goed instrument.

,,Inkomensplaatjes zijn al dertig jaar het grote struikelblok in alle discussies over noodzakelijke veranderingen in het vastgelopen zorgstelsel'', betoogde onlangs het Tweede-Kamerlid Bakker (D66) in het debat over de `no claim' voor ziekenfondsverzekerden. ,,Ik heb niks tegen inkomenspolitiek, maar ik ben van mening dat inkomenscorrecties die nodig zijn uit solidarteit bij voorkeur buiten het stelsel horen plaats te vinden. Dat moet gebeuren in het fiscale systeem met de zorgtoeslag.''

Hoogervorst zorgt daarvoor. Hij voert daarmee vooral de suggestie uit van het CDA, dat eind jaren negentig pleitte voor een zorgverzekering met een hoge vaste premie en deze via de belasting voor de lagere inkomens te compenseren. Een forse nominale (vaste) premie (Hoogervorst komt uit op circa 1.050 euro per jaar) is nodig om verzekeraars de ruimte te geven om ook behoorlijk op prijs te concurreren. Maar ook om de verzekerden een beetje inzicht te geven in de kosten van in elk geval dit deel van de zorg. Voor deze aanpak kan Hoogervorst rekenen op een ruime steun in de Kamer. De `linkse' partijen zijn tegen deze aanpak. Zo wil de PvdA een lagere nominale premie en daarnaast een inkomensafhankelijke premie, onder meer om zo de `bureaucratie' voor de zorgtoeslag te vermijden.

Overigens telt de toekomstige basisverzekering zelf veel elementen van solidariteit. Zo geldt er de acceptatieplicht voor de verzekeraars – ongeacht leeftijd of gezondheid en de verzekeringsplicht voor de burger – zodat gezonde mensen niet buitenboord kunnen blijven tot het moment dat ze gaan sukkelen. Daarnaast geldt er per verzekering een voor iedereen gelijke premie.''

,,Het is een vorm van solidariteit waar in de publieke opinie maar zelden aandacht aan wordt besteed'', aldus het Kamerlid Schippers (VVD). ,,Het betekent dat een jonge gezonde Nederlander die nooit naar de dokter gaat even veel premie betaalt als de chronisch zieke die misschien wel voor tienduizenden euro's of eer aan zorg gebruikt. Op de gewone verzekeringsmarkt zou die jonge man een veel lagere premie betalen dan hij er straks aan kwijt is terwijl de chronisch zieke op die markt met een torenhoge, vrijwel onbetaalbare premie zou worden geconfronteerd. Daar zit een enorme inkomensoverdracht in.''

,,Solidariteit is geen eenrichtingsverkeer. Natuurlijk moet er solidariteit zijn van gezonde mensen met zieke mensen, dat is onbetwist de hoofdrichting. Maar er kan bij de stelselwijziging wel degelijk ook sprake zijn van omgekeerde solidariteit, van chronisch zieken ten opzichte van mensen die het betalen'', vertelde minister Hoogervorst onlangs in de Tweede Kamer.

En om die solidariteit bij de sterk stijgende kosten van de gezondheidszorg overeind te kunnen houden zullen ook de (groot)verbruikers van de gezondheidszorg hun steentje moeten bijdrage, zo verwoordde hij zijn standpunt in de afgelopen maanden meer dan eens.