Medisch onderzoek raakt achterop door te veel regels

Het medisch-wetenschappelijk onderzoek in Nederland raakt internationaal gezien achterop door een teveel aan regelgeving. Dat vinden Nederlandse onderzoekers en het Nederlandse publiek. Beide groepen werden geënquêteerd door onderzoeksbureau TNS-NIPO.

Anderzijds vinden parlementariërs van de drie grootste politieke partijen dat de regels over dierproeven, genetische manipulatie en onderzoek met patiënten onverkort nodig zijn. Zij werden ondervraagd door de Amerikaanse Kamer van Koophandel. Beide enquêtes worden morgen gepresenteerd op het Clingendael Health Forum, georganiseerd door de farmaciecommissie van de Amerikaanse Chamber of Commerce in Den Haag.

Onderzoeksbureau TNS-NIPO ondervroeg ruim 240 Nederlandse onderzoekers en ruim 1.000 Nederlanders in opdracht van de Nederlandse Federatie van Medisch Wetenschappelijke Verenigingen (FMWV). De Chamber of Commerce peilde de mening van Nederlandse Kamerleden en van Europarlementariërs van de grote Nederlandse partijen.

De regelgeving zit de Nederlandse onderzoekers hoog. Ze zijn gemiddeld een zesde van hun onderzoektijd bezig met vergaderingen en het invullen van formulieren, blijkt uit het TNS-NIPO-onderzoek. Bijna alle onderzoekers vinden dat de regelgeving de afgelopen vijf jaar sterk is toegenomen. Vooral daardoor zijn zij somber over de toekomst van de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek. De vertragingen worden vooral veroorzaakt door het aanvragen van vergunningen voor dierproeven, voor het gebruik van lichaamsmateriaal en databestanden met persoonsgegevens, voor het regelen van onderzoek met patiënten en het toestemming vragen voor genetische manipulatie van dieren en planten.

Nederlandse parlementariërs van VVD, CDA en PvdA zeiden tegen de American Chamber of Commerce dat de uitvoering van de regels misschien wat doorgeschoten is, maar dat medische innovaties er niet door worden belemmerd. Alleen Kamerleden van het CDA denken dat de regelgeving het medisch-ethisch gevoel van de onderzoekers tekortdoet. Ook denken zij dat sommige onderzoekers hun heil in het buitenland zoeken wegens de regels.

,,Duidelijk blijkt dat de parlementariërs op het ogenblik niet regelen wat het publiek en de onderzoekers willen'', zegt epidemioloog dr. Jan Willem Coebergh, voorzitter van de FMWV, de koepel van veertig beroepsorganisaties van Nederlandse medische onderzoekers.

Niet alleen op het gebied van regelgeving staan de onderzoekers en het publiek tegenover de overheid. Die geeft prioriteit aan onderzoek naar geneesmiddelen voor weinig voorkomende ziekten (de zogeheten `weeskindgeneesmiddelen'), omdat de farmaceutische industrie daarin niet investeert. Maar daarin staat de overheid alleen. [Vervolg RESEARCH: pagina 2]

RESEARCH

Onderzoeker wil weg uit Nederland

[Vervolg van pagina 1] Terwijl de overheid onderzoek wil naar `weeskindgeneesmiddelen', willen de onderzoekers juist subsidie voor onderzoek naar veelvoorkomende chronische ziekten waarvoor nog geen genezing bestaat, zoals de ziekte van Alzheimer, diabetes en artrose. Daarna geven zij prioriteit aan onderzoek naar veelvoorkomende ziekten in ontwikkelingslanden. En pas daarna komen volgens de onderzoekers de weeskindgeneesmiddelen. Uit de publieksenquête van TNS-NIPO blijkt dat het algemene publiek dezelfde voorkeuren heeft als de onderzoekers.

Naast de regelgeving en de prioriteitsstelling van het onderzoek maken de onderzoekers zich zorgen over ontbrekende toekomstperspectieven voor jonge onderzoekers en over de tegenwerking van de bureaucratie binnen hun eigen organisatie. Nederlandse onderzoekers zijn enthousiast over hun werk, maar somber over de situatie in Nederland. Als ze hun leven mochten overdoen, zou driekwart weer onderzoeker worden, maar meer dan de helft zou dan voor een carrière in een buitenlands lab kiezen.