`Ik zou het erg vinden als ze denken: hij deugde niet'

De Volkskrant sprak vanaf 2001 negen keer uitgebreid met prins Bernhard. Pas na zijn dood mocht het interview worden gepubliceerd.

Letterlijke citaten.

Zichzelf

Ik heb mijn positie als prins-gemaal, als man naast de koningin nooit als dwangbuis ervaren. Je kunt nog het beste zeggen: ik heb gewoon niet stilgestaan bij de beperkingen.

Ik heb die [brevetten van een beroepspiloot] nooit gehad. Ik heb altijd gesjoemeld. Maar ik heb streng verboden ontelbare keren passagiers vervoerd.

Zij [Beatrix, red.] behandelt de ministers zoals ze behandeld moeten worden, met respect en met besef voor hun verantwoordelijkheden. Nou, dat heb ik een heleboel keren niet gedaan. Noem het vrijgevochten. Het is uiteindelijk door de oorlog gekomen, daarop is het terug te voeren, denk ik. In de oorlog kun je je alles veroorloven.

Trots ben ik op mijn spieren. Daar ben ik nou trots op. Als iemand mij van achteren vasthoudt, kunnen de kleinkinderen hard op mijn buik slaan, alsof het een boksbal is.

Juliana

Ik heb haar in de laatste vijf jaar niet zo vaak gezien. De doktoren wilden niet dat ze mij nog zou treffen. Het zou niet goed voor haar zijn. Omdat ze echt, je zou bijna kunnen zeggen te veel, op mij gesteld was. (...) [Op de vraag of hij met prinses Juliana trouwde uit pure liefde]: Laat ik het zo zeggen: een zeker percentage liefde, een zeker percentage aangetrokkenheid. Het was de challenge om er iets van te maken. (...) Op het financiële vlak was zij altijd een babe in the woods. (...) Het is nooit bij me opgekomen dat mijn vrouw niet goed bij haar hoofd zou zijn. (...) Die [de pacifistische ideeën van zijn vrouw, red.] vond ik knots. Helemaal fout. Maar de politieke opvattingen van mijn vrouw behoorden niet tot de moeilijkheden tussen haar en mij.

Geruchten

Het is allemaal zo kinderachtig. Moet ik me eigenlijk wel ergeren aan iets waarover ik zou moeten lachen? Maar het gaat al vijftig, zestig jaar zo.

Ik zou niet graag na mijn dood door de doorsnee Nederlander herinnerd willen worden als iemand die aan spionage heeft gedaan, vijfentwintig buitenechtelijke kinderen heeft, vermoedelijk twintig vrouwen heeft gehad. (...) Het maakt uit of de mensen aan mij terugdenken als een aardige vent of een scharrelaar. Als het beeld is dat ik zo nu en dan een deugniet was, dan gun ik dat de mensen. Maar ik zou het erg vinden als ze denken: hij deugde niet.

Buitenechtelijke kinderen

Wacht even, ik heb de indruk dat u niet weet dat ik nog een andere onwettige dochter heb. Toch wel zielig voor u. Ook die dochter is ongewild geboren, bij toeval. Ik zie haar soms. (...) Wij, mijn vrouw en ik, hebben er nooit enige moeilijkheden over gehad. Toen ik het vertelde, reageerde ze normaal. Alsof ik haar vertelde dat we morgen zouden gaan tennissen.(...) Het vermogen van mijn vrouw wordt natuurlijk door vier dochters gedeeld. Maar mijn nalatenschap moet door zes worden gedeeld.

Evita Perron

Ik heb niets gehad met Evita. Ik vond haar geen charmante vrouw, helemaal niet. Ze was ambitieus, wilskrachtig, allesbehalve vrouwelijk.

Lockheed

Bernhard bevestigt in het interview dat hij in een brief aan Lockheed om één miljoen dollar commissiegeld vroeg.

Ik kan niet zeggen dat ik heb geleden onder de onthullingen in de Lockheed-zaak. Ik was vooral kwaad, kwaad op mezelf: hoe kon je zo stom zijn geweest! (...) Ik stond op het standpunt: wat vader doet, is goed gedaan. Ik was vader. (...) Ik heb geleerd hoe dom zelfoverschatting is. (...) Door gebrek aan kritiek had ik waarschijnlijk te veel het idee: ik kan alles. Of: alles wat ik doe is goed en moet men maar aanvaarden. Het komt doordat je op een gegeven moment te veel succes hebt. (...) Ik wilde geen geld hebben. Ik had geen geld nodig. Niet voor mijzelf. Dat vond ik oninteressant. (...) Ik had een aantal vrienden dat ik graag een flink bedrag gunde. Als dat geld niet allemaal uit mijn eigen zak hoefde te komen, tant mieux. (...) De brieven die mij de das om hebben gedaan, kreeg ik kant en klaar voorgelegd. Alles wat ik moest doen was deze omzetten in mijn eigen handschrift, met mijn eigen pen.

Ik heb tegen Den Uyl gezegd: niemand kan mij een uniformverbod opleggen. Dat kan niet. Want ik ben een eervol ontslagen opperofficier. Dan kan ik een uniform dragen tot in mijn graf. (...) [Op de vraag of wat hij in de Lockheed-affaire heeft gedaan echt fout was]: Ja. De Prins der Nederlanden vraagt niet om commissie. Basta.

Greet Hofmans

Ik had Hofmans [gebedsgenezeres, red.] naar Soestdijk gehaald. Om mijn vrouw ter wille te zijn. Als maar één haar op mijn hoofd beseft had dat het stuk malheur zo'n ellende kon maken, was ik er nooit aan begonnen. Dat noem je nou echt stank voor dank. (...) We hadden grote zorgen over onze jongste dochter. Ik heb gewoon gedacht: baat het niet, dan schaadt het niet. Ik vond Hofmans er niet aardig uitzien. Maar ik had een open mind, in het begin. Toch, alles wat ze mijn vrouw voorhield, deed mij meer en meer denken: het klopt niet. (...) Ze zei: ik weet hoe u nog succesvoller kunt zijn met met uw paard No No Nannette. Ze noemde iets dat volkomen gek was. Toen heb ik gedacht: ze is niet goed snik. Daarmee begon de breuk. Ik heb tegen mijn vrouw gezegt: ze moet eruit.

Politiek

Ik ben er heilig van overtuigd dat een politicus niet altijd de waarheid zegt. Dat is onvermijdelijk in zo'n positie. De enige van wie ik overtuid ben dat hij nooit heeft gelogen, is vader Drees. (...) Er is nooit door een minister tegen mij gezegd: als ik nee zeg, dan is het nee.

Ministeriële verantwoordelijkheid

Nee, het spijt me, voor constitutionele zaken ben ik niet geboren. Dat vond ik dermate vervelend en voor mij zo totaal oninteressant dat ik later nog last van angstdromen heb gehad. (...) Politiek interesseerde me heel weinig. Wat mij interesseerde waren economische en militaire kwesties.

Ik heb tegen directeur Brouwers van de RVD gezegd: waarom geven jullie niet de dag na mijn dood een verklaring uit waarin staat dat de Nederlandse regering weet van al die verhalen en dat de Nederlandse regering bij deze verklaart dat ze onwaar zijn? Brouwers zei: maar hoe zou de Nederlandse regering dat moeten doen? Ik zei: dat laat me koud, ik vind alleen dat jullie het aan mij verplicht zijn. (...) Ik denk dat de grote meerderheid van de ministers het eng vindt verantwoordelijk te zijn voor het koninklijk huis.