Het intellectuele drama

Wie is hier nou naïef? In alle eenvoud is het een terechte vraag die minister Brinhorst, tot woede van zijn VVD-collega's, deze week stelt in een gesprek met Vrij Nederland. De D66-minister noemt het ,,heel begrijpelijk'' dat onder moslims opwinding is ontstaan over de agitprop-film Submission van Ayaan Hirsi Ali. Wie koranteksten op een naakt vrouwenlijf afbeeldt, overdekt met bloed en zweepslagen, kan voorzien dat hij zelfs liberale moslims op de kast jaagt. Sterker nog, dat was, wanneer we afgaan op uitspraken van Hirsi Ali in deze krant, ook de bedoeling: opschudden die gelovigen!

Met Brinkhorst moeten we ons nu inderdaad eindelijk afvragen wie er hier naief is. Slapjanussen die hameren op het benaderen van moslims als medeburgers, juist omdat de maatschappelijke situatie gespannen is en omdat integratie wederzijdse bereidheid vergt, of shockjocks die de zaak het liefst keihard willen laten klappen, met als lakmoestest: kunnen moslims met ons meelachen om hun eigen achterlijkheid? Op de achtergrond van die humor siddert intussen een helemaal niet grappige maatschappelijke paniek: als we ze nu niet kort houden, die moslims, zijn ze hier straks de baas.

Naïveteit kan een deugd zijn, immers het tegendeel van geborneerdheid, maar in handen van politici en intellectuelen is het ook een gevaarlijke eigenschap. Juist liberalen en conservatieven hebben ter wille van de prudente politieke praktijk steevast gewaarschuwd voor hemelbestormende idealen en revolutionaire naïeve ambities in de politiek, van Burke tot Popper.

Plato, die onder sommige filosofen nu geldt als aartsvader van een beschavingsoffensief, werd door eerdere conservatieven vooral beschouwd als een proto-totalitaire politieke amateur, die droomde van een bestuur door `koning-filosofen'. Sinds de val van de Muur verheugden neoliberalen zich niet voor niets over het echec van wereldvreemde politieke utopieën. Tot ze hun eigen variant van de utopie ontdekten: een afgeslankte, hapklare versie van de Verlichting.

Nu leven we opnieuw in een nerveus politiek klimaat dat te veel wordt beheerst door intellectuele termen: `moderniteit' en `secularisatie' vliegen je als schoten hagel om de oren. Jarenlang werden die vooral gehanteerd onder linkse intellectuelen en in werkgroepjes aan alfa-faculteiten, nu roept Mat Herben ze in de interruptiemicrofoon. Intellectuelen zijn weer een voorhoede, die het volk uit de duisternis zal leiden. Het programma Netwerk bracht gisteren een curieuze reportage over wat onheilspellend werd genoemd `het Laatste Avondmaal' dat Hirsi Ali na de moord op Theo van Gogh in besloten kring gebruikte met negen andere ,,voorvechters van het vrije woord''. Volgens arabist Hans Jansen, present, maakte het gezelschap zich grote zorgen, maar heerste aan tafel ook ,,een vrolijke sfeer van grappen en kwinkslagen''. Een vreemde, romantiserende reportage (waaraan overigens kennelijk alleen Jansen en Sylvain Ephimenco on camera wilden meewerken), compleet met tafelschikking, over een intellectueel schaduwkabinet dat vier dagen na de moord op Theo van Gogh de toestand in het land bespreekt bij een bord en een glas.

Wat betekent dat? De terugkeer van de publieke intellectueel en grote woorden over `het Westen', is voor een deel de erfenis van Pim Fortuyn, op scherp gezet door 11 september, 6 mei en 2 november. In De verweesde samenleving gaf Fortuyn een overzichtelijke samenvatting van de kernwaarden van de westerse cultuur: moderniteit, gelijkheid van man en vrouw, scheiding van kerk en staat, Verlichting. De populariteit van `professor Pim' betekende met andere woorden ook een democratisering van een intellectueel idioom dat voor die tijd was voorbehouden aan een academische elite. Dat is op zichzelf goed, want het besef dat een samenleving ,,niet bij brood alleen'' bestaat, zoals een partij van onze eigen gelovigen het ooit formuleerde, hoort niet het alleenrecht te zijn van een hooggeschoolde elite. De technocratie van Lubbers en later Paars heeft jarenlang een ideologisch gat laten vallen, dat nu dankbaar wordt gevuld met een herbezinning op de waarden van `het Westen'.

Maar dat schept ook verplichtingen. Om kritisch maar ook praktisch te blijven, trouw aan de geest van die befaamde Verlichting. Die wordt nu gepresenteerd als een soort ritueel waar wij ,,doorheengegaan zijn'' (een verfrissende duik in de winterse branding), en anderen nog niet. Hoog tijd dus om ze een korte weg te wijzen, zoals Hirsi Ali wil. De onvoorwaardelijke betrokkenheid die daaruit spreekt is bewonderenswaardig, maar de haast is riskant en de boodschap misleidend: de Verlichting is geen panklare slogan, een culturele wonderolie die je met de neus dicht even moet slikken. Hirsi Ali plaatst bovendien ratio en religie te veel tegenover elkaar. Filosofen als Kant en Hume ontmantelden niet alleen de vooroordelen en dogma's van de religie, maar juist ook die van een onbeteugelde ratio. Kant wilde de wetenschap een wijsgerige basis bieden én ruimte scheppen voor religie. Het idee dat de Verlichting een conference was voor een seculier publiek, is een treurig misverstand.

In hun kritiek op godsdienst volgden Verlichters twee strategieën: plaatsen in de tijd (historisering) en in de omgeving (contextualisering). De tekst van de bijbel en de dogma's van het christendom werden onderzocht, en gerelativeerd. Zoiets zou je de islam ook toewensen, maar daarvan is in de huidige kritiek op de islam helaas weinig te merken: die zoekt vooral naar een `wezen' of `kern' van de islam waar `iets mis' mee is. Contexten blijven grotendeels buiten beschouwing, behalve om moslims mee om hun oren te slaan: jullie geloven nog steeds hetzelfde als in de zevende eeuw! Interessanter zou het debat worden als we ons nu eens minder begraven in filosofische abstracties en meer oog houden voor concrete pogingen van moslims om hun religie te moderniseren, of een nieuwe modus vivendi te vinden in een moderne omgeving.

Dat sluit helemaal niet uit, dat het ons goed recht is eisen te stellen aan inburgering en aan de grenzen waarbinnen burgers hun religie beleven, of ons in te spannen voor de emancipatie van vrouwen. Maar het sluit wel het naïeve idee uit, dat allochtonen eerst en subiet andere mensen moeten worden, omdat er ,,in de kern'' iets mis met ze is. Een Verlichting die wordt gereduceerd tot slogans, zonder bezinning op strategie en praktijk, en zonder zelfreflectie, dat is een intellectueel drama.