Het beeld

Tot de moderne televisierituelen behoort Het Groot Dictee der Nederlandse Taal, dat jaarlijks tussen sinterklaas en kerst enige zekerheid en geborgenheid verschaft. Je kunt erop rekenen dat de verkiezing van de sportman en -vrouw van het jaar, de verschillende andere jaaroverzichten en uiteindelijk het schansspringen in Garmisch-Partenkirchen dan niet ver meer weg kunnen zijn.

Het blijft wel merkwaardige televisie: dictator Philip Freriks die traag bloemrijke zinnen voorleest, bankjes van de Eerste Kamer gevuld met voorovergebogen bekende Nederlanders en dito Vlamingen en daarna een bespreking van de gemaakte fouten. Ik kan me niet voorstellen dat iemand hiernaar zou willen kijken of luisteren zonder zelf mee te doen. Deze vroege vorm van interactieve tv dient ook een ander ritueel doel dan het gezamenlijk verbeiden van de kortste dag: een collectieve daad van masochisme uit vrijwillige onderwerping aan het idee van een gemeenschappelijke taal en cultuur. Na afloop mogen de bekende deelnemers bij elkaar uithuilen in het café, waar ontboezemingen van politici aan journalisten weer kunnen leiden tot nieuwe masochistische rituelen, zoals vorig jaar de kruisgang van wethouder en hoerenloper Rob Oudkerk door verraad van zijn eigen Maria Magdalena, columniste Heleen van Royen.

De moeilijkheidsgraad van het dictee wordt steevast overdreven, dat hoort bij het spel. Natuurlijk brengen de instinkers en weinig coulante woorden, zoals dit jaar `quasi-boeddhistisch', `resuscitatie' en `gedachte-exercitie' vele sporters, tv-sterren en politici tot wanhoop, maar er zijn toch ook altijd deelnemers die weinig fouten maken. De beste prominente Nederlander was dit keer TROS-presentator Jaap Jongbloed met veertien missers. In deze derde lustrumeditie, geschreven door de duo-columnisten Remco Campert en Jan Mulder, ontbraken echt vileine hersenkrakers en ging ik pas de mist in met curiosa als `prakkiseren' en `libellenkind' (altijd ten onrechte gedacht dat er ook een meervoud `libelles' bestond, maar het enkelvoud van de waterjuffer is `libel', en niet `libelle', dat is een damesblad).

De algehele winnaar, de Utrechtse bankemployé en eerdere filmquizwinnaar Frans P. Wollrabe, liep een geheel foutloos parcours, althans dat meldde juryvoorzitter Henk Vonhoff. Later hoorden we in het NOS Journaal en lazen op Teletekst dat Wollrabe toch één fout had, namelijk de hoofdletter van Pampus. Aanvankelijk was meegedeeld dat de uitdrukking `voor pampus liggen', een kapitaal behoefde. Het Journaal onthulde dat het Groene Boekje `pampus' voorschrijft. Ik kon het niet vinden in mijn exemplaar uit 1995 en Van Dale meent dat het nog steeds gaat om een met name genoemde zandbank in het IJ, dus met een hoofdletter.

Het zijn trivialiteiten als de vraag hoe dicht een metafoor nog bij de oorsprong ervan ligt, die een cultuur definiëren. Er zijn onbelangrijker zaken op televisie te ervaren, dus is het onvergeeflijk als een jury bij zo'n prestigieus spellingssspel op een zandbank strandt en de verkeerde weg wijst.