Generaal Riis

Eerst een mopje.

Soldaat: ,,Ik voel me niet thuis in het leger, kaptein. Ik voel me behandeld als een nummer.''

Kapitein: ,,Hoe kom je daar nu bij, soldaat B998828.''

Twee foto's in Het Nieuwsblad. Op de ene staan drie soldaten bij elkaar. Eentje draagt een baret, de anderen groene baseballcaps. Twee staan met de handen in de zakken, de andere laat de armen langs het lichaam hangen. Een beetje ineengedoken staan ze daar in een landschap dat vooral verlatenheid ademt. Ik kan niet zeggen dat het trio onverschrokkenheid ten toon spreidt. En nog minder dat ik bevangen word door een gevoel van veiligheid en redding. Eerder deze typering: drie verveelde pummels in de wind.

foto twee. Zes heren in gevechtstenue in een rubberboot. Alsof ze voor het eerst peddels in handen hebben. Hun lichaamstaal: gebrokenheid. Angst boezemt het timide zestal me niet in. De soldaten vallen bijna weg tegen het decor van een dooie winter.

Het bijgaande artikeltje leert wat hier gaande is. Deze sneue `mannen' zijn verklede wielrenners. Bjarne Riis, ploegleider van de Deense CSC-formatie, vond het weer eens hoog tijd voor een sessie `outdoor teambuilding'. Riis vat `team' breed op, want ook de Belgische ploegdokter Joost De Maeseneer werd in het gevechtspak gehesen. Niet zonder afschuw scheidt de dokter een paar indringende getuigenissen af.

,,Je moet het meegemaakt hebben om het te kunnen geloven.''

Voor de verschrikkingen nam generaal Riis een professional in dienst, Bjarne Christiansen, ex-paratroeper. Deze Christiansen wist nog wel een mooie smidse om de teamspirit tot iets moois te hameren, een militaire basis in de bossen van Viborg, helemaal in het kopje van Denemarken. De dokter vervolgt:

,,Zelf hadden we geen flauw benul van tijd en plaats. We wisten niet waar we naartoe gebracht werden en moesten ook alles afgeven, zoals gsm en horloge.

Aha, Riis en Christiansen houden niet van half werk.

,,De bedoeling was extreme stress op te roepen. Het kwam eropaan als groep te overleven, de sterken moesten de zwakken bijspringen.'' Niets mis mee, denk je in eerste instantie.

,,Dat lukt niet altijd. Vier mensen moesten worden afgevoerd, onder hen nieuwkomer David Zabriskie, die pas uit San Francisco kwam en zwaar afzag van de jetlag.'' Hier wordt mijn nieuwsgierigheid pas echt geprikkeld. Heeft dokter Joost De Maeseneer eerste hulp verleend, of heeft Christansen hem gedwongen zelfs zijn heilige dokterseed in te leveren? Ik lees er niets over.

,,Het was ook echt oorlog.''

Dit klinkt als een diepe zucht, maar als hartstochtelijk minnaar van het oerwielrennen luid ik toch liever de alarmklok. Voor de zoveelste keer roep ik de organisatoren van Giro, Vuelta, en Tour aan: geef de coureurs de ouderwetse afstanden en de verzengende bergetappes terug. Woon ze uit, martel de harten tot ze exploderen. Er is toch een tijd geweest dat het toneelspel van Christansen als een winters verzetje werd gezien?

Nadat Riis in '96 de Tour won, kreeg hij de koosnaam `monsieur soixante' – vrij naar zijn kunstmatig opgedreven bloeddikte. Het is deze paljas die de coureur definitief tot nummer degradeerde.