EU blijft verdeeld over uitbreiding

De Europese Unie blijft verdeeld over Turkije. Een groot aantal lidstaten vindt dat Turkije een volwaardig lid moet kunnen worden. Andere landen willen een minder hechte relatie niet uitsluiten.

De Europese regeringsleiders moeten het aanstaande vrijdag tijdens hun `top' in Brussel eens zien te worden.

De Nederlandse minister-president Balkenende, tot eind dit jaar roulerend EU-voorzitter, heeft gisteren en vandaag met een bliksembezoek aan Berlijn, Parijs en Wenen getracht een compromisformule te vinden. Hij wilde na afloop van zijn gesprekken niet veel meer zeggen dan dat hij ,,optimistisch'' gestemd was.

Vooral Frankrijk, Oostenrijk en Denemarken hebben aarzelingen bij een volledig Turks lidmaatschap van de Unie. De Oostenrijkse kanselier Wolfgang Schüssel is namens de Europese christen-democraten pleitbezorger van een `bevoorrecht partnerschap' voor Turkije. Balkenende heeft zich hier meerdere malen tegen uitgesproken, omdat dit volgens hem in strijd is met de beloften die eerder aan Turkije zijn gedaan.

Volgens fractievoorzitter Hans-Gert Pöttering van de christen-democraten in het Europees Parlement werkt Schüssel nu aan een andere formulering waarin het omstreden bevoorrechte partnerschap niet meer voorkomt. In deze tekst zouden de regeringsleiders van de Unie uitspreken dat als toetreding van Turkije niet haalbaar mocht blijken, rekening moet worden gehouden met ,,andere opties'' om te zorgen dat Turkije stevig in de Europese structuren verankerd blijft.

Inmiddels heeft de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Michel Barnier, laten weten dat de EU-regeringsleiders niet kunnen besluiten over het starten van de toetredingsonderhandelingen zonder dat Turkije zijn verantwoordelijkheid neemt voor de `Armeense genocide'. Balkenende liet gisteren in Parijs weten weinig te voelen voor deze nieuwe voorwaarde. ,,Je moet de zaken beheersbaar houden en niet nieuwe dingen toevoegen in dit stadium'', aldus de premier.

Een andere obstakel voor het slagen van de top van donderdag en vrijdag is kwestie-Cyprus. De regeringsleiders vinden dat Turkije dit verdeelde eiland, dat sinds 1 mei van dit jaar deel uitmaakt van de Unie, moet erkennen. Ten slotte zullen de regeringsleiders het eens moeten worden over de vraag wanneer de toetredingsonderhandelingen met Turkije daadwerkelijk van start moeten gaan. Algemeen is de verwachting dat met die toetredingsonderhandelingen tien tot vijftien jaar gemoeid zal zijn.