Doodstraf voor moord in Californië

Een jury in de Amerikaanse stad Redwood City heeft gisteren de 32-jarige Scott Peterson ter dood veroordeeld wegens de moord op zijn zwangere vrouw Laci en hun ongeboren zoon Conner.

De zaak is met name van belang doordat het een juridische bekrachtiging is van de Unborn Victims of Violence Act – beter bekend als Laci's Law – die president Bush eerder dit jaar tekende. Onder de wet kunnen Amerikanen worden veroordeeld voor moord op een nog niet geboren kind. Het zorgde voor onrust onder veel artsen, die bang zijn te kunnen worden aangeklaagd voor moord wegens door hen uitgevoerde abortussen.

Laci Peterson (27) verdween op kerstavond 2002. Na een zoektocht waaraan het hele stadje meedeed, werden haar onthoofde lichaam en – los daarvan – het stoffelijk overschot van haar baby vier maanden later gevonden in de San Francisco Bay.

Peterson werd door de politie vrijwel meteen verdacht van de moord toen bekend werd dat hij een affaire had. Hij werd gearresteerd nabij de grens met Mexico, in het bezit van 15.000 dollar en het rijbewijs van zijn broer. Ook had hij zijn haar geverfd en een baard laten staan. Bovendien had hij enkele maanden voordat Laci verdween een levensverzekering afgesloten van 250.000 dollar. Maar behalve de getuigenis van zijn minnares was er weinig bewijs tegen de verkoper van kunstmest.

De jury meende echter half november dat het indirecte bewijs overtuigend genoeg was en veroordeelde Peterson van moord met voorbedachten rade op zijn vrouw en doodslag van zijn kind.

De zaak hield het Amerikaanse televisiepubliek maanden in de greep door de sappige details en door de intrigerende hoofdrolspeler, die naar voren kwam als een leugenaar en rokkenjager. Hij zou zijn vrouw hebben vermoord om zich te kunnen onttrekken aan het toekomstige vaderschap.

De kans dat Peterson ter dood wordt gebracht is klein. De staat Californië voert de straf zelden uit.