Denemarken is het voorbeeld

Met een combinatie van een flexibele arbeidsmarkt, goede werkloosheidsuitkeringen en verplichte scholing en werkervaring kan worden voorkomen dat mensen te lang in een uitkering blijven hangen, menen Lans Bovenberg en Coen Teulings.

Evenals veel andere Europese landen wordt ons land geconfronteerd met een schijnbaar onontkoombaar dilemma. Enerzijds mogen werkloosheidsuitkeringen niet te laag zijn, want ook mensen die hun werk kwijtraken moeten een menswaardig bestaan genieten. Anderzijds verdraagt een goed functionerende arbeidsmarkt geen hoge uitkeringen. Mensen moeten geprikkeld worden om hun talenten te onderhouden door weer snel aan de slag te komen.

Eén land lijkt aan dit dilemma tussen sociale wenselijkheid en economische noodzaak te ontsnappen: Denemarken. Dat land is welvarend, maar de inkomensverschillen zijn bescheiden en de vakbeweging beschikt over een sterke positie. Het Deense wondermiddel kent drie ingrediënten:

Een flexibele arbeidsmarkt waar werkgevers werknemers naar Amerikaans model eenvoudig kunnen ontslaan;

Anders dan in de Verenigde Staten, een redelijk riante werkloosheidsuitkering, die mensen na ontslag in staat stelt in hun onderhoud te blijven voorzien;

Een streng activeringsbeleid dat ervoor zorgt dat werklozen niet lang in een uitkering blijven hangen. Dit recept blijkt goed te werken. Dat is opmerkelijk, want Nederland dreigt de andere kant op te gaan door werkloosheidsuitkeringen voor jongeren verder te beperken.

Het eerste element van het Deense model is de geringe bescherming tegen ontslag. Werkgevers zijn daardoor niet bang om kwetsbare groepen een kans te geven zich te bewijzen. Ook laaggeschoolden kunnen zo werkervaring opbouwen en raken niet in een sociaal isolement.

Mocht een nieuwe werknemer niet bevallen bij een bedrijf, dan kan de werkgever makkelijk van die werknemer af. De geringe ontslagbescherming bevordert bovendien de doorstroming op de arbeidsmarkt, zodat werklozen snel werk vinden. Zo kan de werkloosheidsverzekering haar circulatiefunctie optimaal uitoefenen.

Door het soepele ontslagrecht is werkloosheid geen schande. Iedereen wordt wel eens werkloos, bijvoorbeeld omdat een bedrijf even een stille tijd heeft. In Nederland worden mensen minder snel ontslagen. Maar wie dat noodlot wel treft, heeft al snel de schijn tegen: met hem zal wel iets mis zijn.

Wie in Nederland als oudere werkloos wordt, is het zwarte schaap en komt daardoor moeilijk weer aan de slag. Als werkloosheid `gewoner' wordt, nemen ook de kansen voor deze groep toe en kunnen ouderen de snelheid waarmee ze zich terugtrekken uit het arbeidsproces beter aanpassen aan hun persoonlijke omstandigheden.

Vergeleken met andere Europese landen kent Denemarken een minder schrijnend verschil tussen insiders met een goudgerande baangarantie en outsiders die moeilijk werk kunnen vinden. De grotere toegankelijkheid van de arbeidsmarkt stelt jongeren beter in staat werk en privé te combineren en dient de arbeidsparticipatie van vrouwen.

Dit staat in scherp contrast met de situatie in Zuid-Europa waar een starre arbeidsmarkt, gericht op de bescherming van mannelijke kostwinners, jongeren en vrouwen uitsluit van een goede toegang tot de arbeidsmarkt.

Het tweede element van het Deense model zijn genereuze werkloosheidsuitkeringen voor met name laaggeschoolden. Geringe ontslagbescherming is legitiem, omdat ontslagen werknemers recht kunnen doen gelden op goede werkloosheidsuitkeringen, zeker voor degenen met relatief lage arbeidsinkomens. Hierdoor is de soepele ontslagwetgeving ook voor de Deense vakbeweging aanvaardbaar.

Het sluitstuk van de Deense werkloosheidsverzekering is het weer snel teruggeleiden van mensen naar de arbeidsmarkt. Ook in dat opzicht is de situatie in ons land anders. Nederland besteedt een relatief groot aandeel van het nationaal inkomen aan werkloosheidsuitkeringen, terwijl maar weinig mensen actief op zoek zijn naar werk.

De Deense sociale zekerheid daarentegen richt zich op het onderhoud van talenten van mensen in plaats van op de afschrijving daarvan. De sociale zekerheid is een investeringsproject. Hierbij wordt zowel de wortel als de stok gehanteerd. Binnen een jaar moeten werklozen deelnemen aan verplichte scholing dan wel moeten zij een werkervaringsplaats accepteren in de publieke of private sector, eventueel met hulp van gerichte loonkostensubsidies. Is men niet bereid zijn vrije tijd op te geven voor deze activiteiten, dan wordt de uitkering stopgezet. De empirische literatuur laat zien dat mensen bijzonder gevoelig zijn voor dit soort straffen.

De werkervaringsplaatsen zijn voor werklozen niet erg attractief. Bovendien worden daarin geen nieuwe rechten op werkloosheidsuitkeringen opgebouwd. Vele werklozen kiezen daarom vaak eieren voor hun geld en vinden zelf een baan in de private sector. Als men toch vrije tijd moet opgeven, dan liever voor een baan waarin men zinvolle werkervaring opdoet, meer verdient dan de uitkering, en sociale zekerheidsrechten opbouwt.

Dat neemt niet weg dat zo'n `activerend' arbeidsmarktbeleid veel geld kost, zeker in een laagconjunctuur. Dit is de prijs die Denemarken bereid is te betalen voor de sociale integratie van kwetsbare mensen. Om de kosten in een neergaande economie te kunnen dekken, moeten in goede tijden voldoende reserves worden aangelegd. Verder spelen de sociale partners een belangrijke rol bij het vormgeven van werkervaringsplaatsen.

De sleutel van het Deense succes is de combinatie van goede wettelijke werkloosheidsuitkeringen op minimumniveau, verplichtende werkervaringsplaatsen waarbij werkzoekenden hun vrije tijd moeten inleveren om recht te kunnen blijven doen gelden op een uitkering, en geringe ontslagbescherming die doorstroming op de arbeidsmarkt bevordert. Al deze drie elementen zijn essentieel.

Alleen met goede wettelijke werkloosheidsuitkeringen voor laagbetaalden is een geringe ontslagbescherming sociaal acceptabel. Door verplichte werkervaringsplaatsen functioneert de werkloosheidsverzekering als een investeringsproject in plaats van als een verkapte vervroegde uittredingsregeling voor oudere werknemers. Ten slotte zorgt geringe ontslagbescherming voor snelle doorstroming op de arbeidsmarkt, zodat werkervaringsplaatsen succesvol kunnen zijn.

Het Deense model is een aantrekkelijk voorbeeld voor Nederland. In plaats van het verder verslechteren van de WW-rechten voor jongeren kan Nederland zijn pijlen beter richten op het versoepelen van het ontslagrecht.

Lans Bovenberg is hoogleraar economie bij het CentER van de Universiteit van Tilburg en Coen Teulings is directeur van de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) en hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Beiden zijn betrokken bij Netspar (Network for Studies on Pensions, Aging and Retirement).