De Franse neef van Wilders

Binnenkort worden zij weer gekozen: de boeken en auteurs van het jaar, de grootste hit en de mooiste film van het jaar, de beste tv-reclame, de beste sportman en sportvrouw, sportploeg en trainer van het jaar, de beste en de slechtste politicus van het jaar, de beste zakenvrouw van het jaar, de beste secretaresse, de beste couturier, het beste groeifonds.

De beste militaire veteraan is vorige week al gekozen, zij het dan postuum, door een legioen onbekende bewonderaars en een zich rap ontpoppend bataljon naaste vrienden uit een nogal gevarieerde groep van bekende Nederlanders. In kleinere kring worden wellicht dadelijk de beste koe, de beste huisvrouw, de liefste verpleegster en de beste chirurg van het jaar bekroond. Dat laatste weet ik niet zeker, maar het zou kunnen, want er is – dat is wel zo eerlijk – overal altijd ruimte voor erkenning van de beste of meest gewaardeerde, zo niet door iedereen dan toch door velen. Ook wat dat betreft is de wereld van de besten nog vrij plat.

Voorspellingen aangaande de klassementen der besten doe ik niet. Ik kijk wel uit, al zullen de zwemmer Pieter van den H., de wielrenster Leontien van M., een ploeg als PSV en een trainer als Co A. (van AZ) in de sportwereld vast ,,hoge ogen gooien''. Zoals mevrouw Hirsi Ali (VVD) en haar vrijgemaakte ex-partijgenoot Wilders kanshebbers lijken in het politieke circuit.

In een land dat in zijn geschiedenis niet kan beschikken over Adenauers of Churchills en dus haast wel moest uitkomen op Pim Fortuyn als grootste Nederlander, zou de verkiezing van Wilders als politicus van het jaar trouwens logisch zijn, laten we wel wezen. Zou iemand als Jozias van Aartsen, in 2003 nog beste politicus van het jaar, dit jaar als de slechtste politicus uitverkoren kunnen worden? Staan de reglementen dat toe? Het zou hem als nieuwgekozen VVD-aanvoerder zelf vermoedelijk weinig uitmaken, hij is immers al eens eerder, in 2002, na vier jaar paars ministerschap op Buitenlandse Zaken, namens velen meegegeven aan de politieke vuilnisman. Daarvan heeft hij zich met recht ook niets aangetrokken.

Andere vraag, de laatste wat mij betreft over dit type beauty contests. Tot op welke dag wordt er aan de klassementen in het politieke circuit gewerkt? Komt het besluit van de Europese Raad (van regeringsleiders), eind deze week, over het beginnen van toetredingsonderhandelingen met EU-kandidaat Turkije nog op tijd om het stemmingsbeeld te beïnvloeden? Want in dat geval, gegeven het te verwachten positieve Raadsbesluit, stijgt Wilders' actuele koerswaarde naar nog grotere hoogte. Weer iemand die zegt wat hij vindt en vindt wat hij zegt, al doet hij dat dan slechts – anders dan Fortuyn – over enkele geselecteerde thema's. Namelijk: veiligheid, ook de zijne, niks Turkije in de EU en een veel strenger beleid jegens migranten. Thema's dus waaromtrent de afstand tussen de Haagse body politic en veel Nederlanders gevoelsmatig, en ook feitelijk, groot is. In het geval van Turkije zelfs heel groot.

De Nederlandse kiezers zijn sinds meer dan tien jaar heel veranderlijk in hun voorkeuren, ze zijn volgens deskundigen ,,op drift''. De verkiezingsuitslagen van 1994, 1998, 2002 en 2003 en alle tussentijdse peilingen laten dat zien. Bij het grote publiek, daarin vaak gevolgd of voorgegaan door de media, is het vertrouwen in de politieke partijen en de traditionele regels en gewoonten van het politieke bestuur stevig gedaald. Huiselijk gezegd: men gelooft in brede kring niet meer, of niet altijd, in de goede bedoelingen of de kwaliteit van ,,die politici''. Dat is zoals bekend geen exclusief Nederlandse mode, maar een internationaal verschijnsel.

In het gedoe inzake de EU-kandidatuur van Turkije doen vele politici in Europa er trouwens zelf veel aan om het wantrouwen van hun burgers en het omhoogschieten van figuren als Wilders te bevorderen. In Nederland zegt het CDA, grootste regeringspartij: we zijn eigenlijk ook niet voor toetreding van Turkije, maar nu onderhandelingen daarover wegens eerdere (nauwelijks bediscussieerde) Raadsbesluiten onvermijdelijk zijn, en ,,onze ministers'' Balkenende en Bot nu eenmaal daartoe het voorstel moeten doen, eisen wij wél heel erg strenge onderhandelingen. De VVD zegt ook: eigenlijk liever niet. En belooft, hoewel zelf in feite tegen referenda, voor straks, wanneer de onderhandelingen voltooid zouden zijn, een referendum. Boodschap aan de ongelovige kiezers: hou ons vast, anders slaan we erop, zóveel anders dan Wilders en u zijn wij heus niet. In Duitsland zei CDU-voorzitter Angela Merkel afgelopen weekeinde dat zij niet voor een Turks EU-lidmaatschap is, maar voor een toekomstige geprivilegieerde status van dat land jegens de Unie (een status die Turkije zelf afwijst). Als wij in 2006 de verkiezingen winnen, ga ik daar als kanselier in de Europese Raad aan werken, zei ze. Daarmee nam zij haar kiezers enigszins bij de neus. Want in 2006 zit uiteraard niemand in Ankara of Brussel te wachten op een nieuwe Duitse kanselier die langskomt met de mededeling dat wat er tot dan bereikt is aan de onderhandelingstafel, alsnog naar de prullenmand moet. President Chirac, die zelf voor het Turkse lidmaatschap is, schijnt ook doende om (Franse) kiezers een rad voor de ogen te draaien. Hij heeft een referendum op korte termijn beloofd en hoopt de stemming daarvoor gunstiger te krijgen door deze week in het EU-Raadscommuniqué een passage te laten opnemen waarin een tussentijdse evaluatie, over drie à vier jaar, van de onderhandelingen wordt afgesproken. Mocht Chirac daarin vrijdag het Nederlandse voorzitterschap en de EU-collega's meekrijgen, dan zal hij thuis natuurlijk het belang van die kritische evaluatie dik onderstrepen. Na het referendum zou hij zijn vrije presidentiële hand vervolgens kunnen hernemen om uiteindelijk het politieke belang van die EU-evaluatie weer wat te relativeren.

Bij zo'n meesterlijk jojo-scenario, gericht op misleiding, ga je je bijna afvragen of die Wilders misschien nog een Franse neef heeft. Meer nog, je zou het haast wensen.