Collectie Barnes mag verhuizen

De Barnes Foundation, een eigenzinnige collectie meesterwerken uitgestald in een riant woonhuis in de bossen rondom Philadelphia, mag verhuizen naar een nieuw museum in het centrum van die stad, in weerwil van de testamentaire beschikking van oprichter Albert Barnes. Dat heeft de rechter gisteren bepaald.

De Barnes-verzameling, die tientallen Renoirs, Cézannes, en Picasso's omvat, alsmede zeven Van Goghs, kan in zijn huidige locatie in het voormalige woonhuis van Barnes in Merion, Pennsylvania, slechts 1200 bezoekers per week verwerken, en kampt mede hierdoor met ernstige financiële problemen. Tegenstanders van de verhuizing, onder wie trotse buurtbewoners, vooraanstaande kunstcritici en studenten van Barnes' educatieve programma, hadden voorgesteld enkele mindere werken uit het depot te verkopen alsmede het buitenhuis van de familie Barnes, om de nood te lenigen. Maar volgens rechter Stanley Ott levert dit `slechts' 20 miljoen dollar op – te weinig om het museum ,,uit zijn neerwaartse financiële spiraal te verlossen''.

Twee jaar geleden wisten de bestuurders van de Barnes Foundation 150 miljoen dollar te werven van drie filantropische instanties voor de financiering van een nieuw museum in de binnenstad. Het plan kreeg grote steun van de gemeente en ook van de plaatselijke middenstand, die het als nieuwe impuls beschouwden voor het toerisme.

Maar de verhuizing kon niet zomaar plaatsvinden, omdat Barnes, die in 1951 omkwam bij een auto-ongeluk, in zijn testament had laten vastleggen dat er nog geen haar mocht worden veranderd aan de tentoonstelling van zijn kunstcollectie, die hij zelf op onorthodoxe manier inrichtte om esthetische dwarsverbanden bloot te leggen. Barnes dankte zijn rijkdom aan de geneesmiddelenindustrie.

Rechter Ott liet de testamentbreuk toe, omdat uit Barnes' geschriften bleek dat de verzamelaar zelf ook de voorkeur zou hebben gegeven aan een groter publiek voor zijn collectie. Bovendien was de rechter ervan overtuigd dat de stichting het educatieve programma intact zou laten.

Volgens Barnes-liefhebbers is de collectie niet los te zien van zijn inrichting en locatie, en moet die daarom worden behouden.